beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rekestnummer: C/10/627591 / KG RK 21-1134 Beschikking van de voorzieningenrechter van 18 november 2021 in de zaak van de coöperatie COÖPERATIEVE RABOBANK U.A., gevestigd te Amsterdam, verzoekster, advocaat mr. M.H. Janssen te Rotterdam, tegen 1 [verweerder 1] , wonende te Capelle aan den IJssel, verschenen,
- [verweerder 2] , wonende te Capelle aan den IJssel, niet verschenen, verweerders, alsmede 1 [belanghebbende 1] , wonende te Rotterdam, niet verschenen,
- [belanghebbende 2] , wonende te Rotterdam, niet verschenen,
- [belanghebbende 3] , wonende te Rotterdam, niet verschenen,
- [belanghebbende 4] , wonende te Rotterdam, niet verschenen,
- [belanghebbende 5] , niet verschenen, belanghebbenden, 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift d.d. 25 oktober 2021; de mondelinge behandeling d.d. 12 november
- 1.
- Ter zitting zijn verschenen: - mr. M.H. Janssen namens verzoekster; - [belanghebbende 4] namens verweerders. 1.
- Vervolgens is beschikking bepaald. 2Het verzoek 2.
- Verzoekster heeft de executie aangezegd van de aan haar bij notariële akte verstrekte hypotheek op de onroerende zaak [adres] . In de hypotheekakte is een huurbeding opgenomen. Ten tijde van het verlijden van de hypotheekakte was de onroerende zaak niet verhuurd, maar op dit moment kan verzoekster niet uitsluiten dat deze is verhuurd aan onbekende huurders. Het verzoekschrift strekt tot het inroepen van het huurbeding tegen [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] en één of meer andere onbekende huurders, wonende althans verblijvende aan de [adres] , omdat de executiewaarde van de onroerende zaak in onverhuurde staat hoger ligt dan in verhuurde staat. 2.
- Verzoekster geeft aan in te kunnen stemmen met een ontruiming op uiterlijk 31 januari
- Bij een langere termijn zal de woning op de veiling minder opbrengen. 3Het verweer 3.
- [belanghebbende 4] verklaart dat hij samen met zijn vrouw en zes kinderen in de woning verblijft. Van die zes zijn er vier meerderjarige kinderen waarvan er twee een bedrijf hebben. 3.
- [belanghebbende 4] verklaart verder dat er geen huurovereenkomst met derden (onbekende huurders) is. Verweerders voeren geen verweer tegen het verzoek tot het inroepen van het huurbeding. 3.
- [belanghebbende 4] verzoekt namens verweerders om een langere ontruimingstermijn. Grond voor het verzoek is dat [verweerder 2] ernstig ziek is. 4De beoordeling 4.
- Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan. Het verzoek wordt dan ook toegewezen. 4.
- De maximale wettelijke ontruimingstermijn is 6 maanden, deze wordt gegeven in uitzonderlijke situaties. In dit geval is er sprake van een uitzonderlijke situatie. De voorzieningenrechter zal de termijn als bedoeld in artikel 3:264 lid 6 BW, in het geval het tot een veilingverkoop mocht komen, uiterlijk bepalen op 31 januari
- Die ontruimingstermijn geldt voor alle belanghebbenden. Het daartoe strekkende verzoek van verweerder wordt toegewezen gelet op de omstandigheid dat de bekende huurders behoren tot het gezin van de hypotheekgevers. Er wordt daarin aanleiding gevonden om te bepalen dat zij en eventuele onbekende huurders de woning niet eerder hoeven te verlaten dan het moment dat de hypotheekgevers dit naar aanleiding van de veiling of een onderhandse verkoop moeten, met dien verstande dat uiterlijk op 31 januari 2022 moet zijn ontruimd. 5De beslissing De voorzieningenrechter, 5.
- verleent toestemming aan verzoekster om het in het verzoekschrift bedoelde, in de hypotheekakte opgenomen huurbeding in te roepen tegen [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] en één of meer andere huurders, wonende aan de [adres] ; 5.2 veroordeelt [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] en één of meer andere huurders om de ontroerende zaak, gelegen aan [adres] , uiterlijk op 31 januari 2022 te ontruimen; 5.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven door mr. P. de Bruin, voorzieningenrechter en in het openbaar uitgesproken op 18 november
- 3512/2009