beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/611110 / JE RK 21-34 datum uitspraak: 16 februari 2021 beschikking verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam kind], geboren op [geboortedatum kind] 2004 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind]. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder], hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder]. Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 6 januari 2021, ingekomen bij de griffie op 6 januari
- Op 16 februari 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de minderjarige [naam kind], die tevens voorafgaand aan de zitting apart is gehoord, - de moeder, bijgestaan door de tolk in de Marokkaans/Arabische taal [naam 1], - een tweetal vertegenwoordigsters van de GI, [naam 2] en [naam 3]. De feiten Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder. [naam kind] verblijft bij een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten Pluryn. Bij beschikking van 19 mei 2020 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot 19 mei
- De kinderrechter heeft bij beschikking van 19 mei 2020 ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 3 maart
- Het verzoek De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van vijf maanden. De GI wijzigt ter zitting het verzoek, in die zin dat de machtiging tot uithuisplaatsing nu wordt verzocht voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 19 mei
- Het standpunt van de GI De GI handhaaft ter zitting het gewijzigde verzoek en licht dit als volgt toe. [naam kind] doet erg haar best en zij wil graag haar school afmaken. Ook gaat [naam kind] steeds meer in gesprek met de groepsleiding en verloopt haar verlof naar de moeder positief. Er zijn echter nog wel zorgen over het netwerk van [naam kind]. Het is onduidelijk in hoeverre [naam kind] eerlijk is over haar (vorige) netwerk. Vanuit Pluryn krijgt [naam kind] behandeling gericht op het vergroten van haar zelfbeeld en zelfvertrouwen en op haar emotieregulatie. Daarnaast is systeemtherapie bij de moeder en [naam kind] ingezet. Het is van belang dat dit wordt voortgezet. Verder is het van belang om dat er op den duur wordt toegewerkt naar een thuisplaatsing van [naam kind] bij de moeder. Het standpunt van de moeder De moeder voert ter zitting geen verweer tegen het (gewijzigde) verzoek van de GI. Zij brengt naar voren dat [naam kind] het goed doet. De moeder is trots op [naam kind]. Voordat [naam kind] echter naar huis mag, moet zij haar diploma behalen. De moeder staat achter de voortzetting van de systeemtherapie. De beoordeling Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [naam kind] sinds maart 2020 bij Pluryn verblijft wegens loverboyproblematiek. [naam kind] heeft zichtbaar baat bij de duidelijkheid, structuur en veiligheid die haar hier geboden wordt. Er is dan ook een positieve ontwikkeling zichtbaar bij [naam kind]. [naam kind] gaat naar school en loopt stage. Zij doet haar best en zij is gemotiveerd om haar diploma te behalen. [naam kind] stelt zich steeds opener op richting de groepsleiding en zij houdt zich aan de regels. Verder gaat zij gaat om de week een weekend op verlof naar de moeder en ook dit verloopt positief. De communicatie tussen [naam kind] en de moeder is verbeterd. Bezien wordt dan ook of het verlof van [naam kind] naar de moeder kan worden uitgebreid.Ondanks voornoemde positieve ontwikkeling bestaan er nog steeds zorgen over het (vorige) netwerk van [naam kind]. [naam kind] vertelt hierover verschillende verhalen, waardoor niet kan worden vastgesteld in hoeverre deze (geheel) juist zijn. Daarnaast krijgt [naam kind] behandeling vanuit Pluryn, hetgeen onder andere gericht is op haar emotieregulatie en het vergroten van haar zelfvertrouwen. Ook wordt systeemtherapie ingezet. [naam kind] heeft moeite om zich tijdens de behandeling volledig open te kunnen stellen. Indien het voor [naam kind] te moeilijk wordt, dan slaat zij dicht. Gelet op het voorgaande acht de kinderrechter de voortzetting van de uithuisplaatsing van [naam kind] in het belang van [naam kind] noodzakelijk. De kinderrechter zal het gewijzigde verzoek van de GI toewijzen en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. In de komende periode is het van belang dat de behandeling van [naam kind] en de inzet van de systeemtherapie worden voortgezet. Ook is het van belang dat er in die periode gefaseerd wordt toegewerkt naar een thuisplaatsing van [naam kind] bij de moeder, met inzet van de juiste hulpverlening, zodat de thuisplaatsing van [naam kind] een succeservaring voor haar wordt en een terugval in haar oude gedrag wordt voorkomen. Uit het voorgaande volgt dat de verlenging van de uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek). De beslissingDe kinderrechter: verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 19 mei 2021; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2021 door mr. K.J. van den Herik, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.G.L. van der Linden als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 24 februari
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.