vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/607774 / HA ZA 20-1091 Vonnis in incident van 3 maart 2021 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AUTOMOBIELBEDRIJF RICHARD SLUIJTER B.V., gevestigd te Rotterdam, eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat mr. R.M. van Opstal te 's-Gravenhage, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PNL VASTGOEDMAATSCHAPPIJ B.V., gevestigd te Rotterdam, gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat mr. M. Hoogenboom te Rotterdam. Partijen zullen hierna Sluijter en PNL genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 5 november 2020, met producties 1-32, de conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid, tevens conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in (voorwaardelijke) reconventie, met producties 1-11, de incidentele conclusie van antwoord. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2. Het geschil in het incident 2.1. PNL vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om van de vorderingen van Sluijter in de hoofdzaak kennis te nemen en de zaak verwijst naar de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam, met veroordeling van Sluijter in de kosten van het incident, met inbegrip van nakosten, met de bepaling dat indien en voor zover de proceskosten niet uiterlijk binnen 15 dagen na het vonnis zijn voldaan, Sluijter wettelijke rente daarover aan PNL verschuldigd is. 2.2. PNL voert daartoe – kort samengevat – het volgende aan. De onderhavige procedure betreft een zaak in de zin van artikel 93 sub c Rv die uitsluitend door de kantonrechter kan worden behandeld en waarover uitsluitend de kantonrechter beslissingen kan nemen. Sluijter doet in deze procedure een beroep op een contractuele bepaling die uitdrukkelijk deel uitmaakt van de huurrechtelijke rechtsverhouding tussen partijen, namelijk artikel 11.1 van de huurovereenkomst tussen partijen. Het onderwerp in deze procedure betreft de uitvoering en uitleg van deze bepaling uit de huurovereenkomst en de gevolgen daarvan. 2.3. Sluijter voert verweer en stelt daartoe – kort samengevat – het volgende. Het onderwerp van het geschil is het inroepen van de koopoptie. Het inroepen van de koopoptie dient los te worden gezien van het bestaan van de huurovereenkomst tussen partijen. De koopoptie had ook overeengekomen kunnen worden als er tussen partijen geen huurrelatie had bestaan en daarnaast kon de koopoptie ook pas na ommekomst van de huurovereenkomst ingeroepen worden. De grondslag van de vordering is voor verwijzing niet bepalend. Dit bevestigde de Hoge Raad in het arrest van 16 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3992, door de A-G Huydekoper niet te volgen in zijn conclusie. 3. De beoordeling in het incident 3.1. De incidentele conclusie van onbevoegdheid is vóór alle weren en derhalve tijdig genomen. 3.2. Het onderwerp van geschil tussen partijen in de hoofdzaak is – kort samengevat – de uitvoering en uitleg van artikel 11.1 van de huuroverkomst betreffende de koopoptie van het door Sluijter van PNL gehuurde bedrijfspand. Ingevolge artikel 93 onder c Rv worden zaken “betreffende een huurovereenkomst” door de kantonrechter behandeld en beslist. Teneinde te bepalen of de handelskamer van de rechtbank Rotterdam bevoegd is om van de vorderingen van Sluijter kennis te nemen, dient daarom te worden beoordeeld of een geschil over het inroepen van de koopoptie zoals neergelegd in artikel 11.1 van de huurovereenkomst, een zaak betreffende een huurovereenkomst is. De term “betreffende” duidt erop dat de vordering betrekking moet hebben op de huurovereenkomst. 3.3. De rechtbank is van oordeel dat de vordering van Sluijter de tussen partijen gesloten huurovereenkomst betreft, omdat de vordering – kort gezegd – ziet op de uitvoering en uitleg van een bepaling in die huurovereenkomst. Anders dan Sluijter heeft aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat de (inroeping van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.