vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/607521 / KG ZA 20-1036 Vonnis in kort geding van 5 februari 2021 in de zaak van 1 [eiser 1] , wonende te [woonplaats eiser 1] (Brazilië), advocaat mr. S.M.Y. van de Graaff te Amsterdam, 2. [eiser 2], wonende te [woonplaats eiser 2] (Brazilië), advocaat mr. C.F. Klooster te Amsterdam, 3. [eiser 3], wonende te [woonplaats eiser 3] (Brazilië), advocaat: mr. S.M.Y. van de Graaff te Amsterdam, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LOUIS DREYFUS COMPANY B.V., gevestigd te Rotterdam, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LOUIS DREYFUS COMPANY NORTH LATAM HOLDINGS B.V., gevestigd te Rotterdam, 3. de vennootschap naar het recht van Brazilië LOUIS DREYFUS COMPANY BRASIL S.A., gevestigd te Sao Paulo, gedaagden, advocaat: mr. G.J.R. Kalsbeek te Rotterdam. Partijen worden hierna [eiser 1] c.s. (mannelijk meervoud) en LDC c.s. (vrouwelijk meervoud) genoemd. Eisers worden afzonderlijk [eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] genoemd. Gedaagden worden afzonderlijk LDCA, LDCB en LDCC genoemd. 1.De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 19 november 2020, met producties en aanvullende producties; de producties en aanvullende producties van LDC c.s.; de mondelinge behandeling nader bepaald op 21 januari 2021; de pleitnota van [eiser 1] c.s.; de pleitnota van LDC c.s. 1.2. Bij e-mail van 16 december 2020 heeft de advocaat van [eiser 1] c.s. mede in verband met de door LDC c.s. ingediende legal opinion verzocht de zaak aan te houden. De advocaat van LDC c.s. heeft tegen dit verzoek bezwaar gemaakt en verzocht om termijnen te verbinden aan de door [eiser 1] c.s. in te dienen legal opinion. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter beslist dat de zaak wordt aangehouden en daarbij bepaald dat een door [eiser 1] c.s. in te dienen legal opinion uiterlijk 7 dagen voor de mondelinge behandeling moet worden ingediend en dat een eventuele reactie daarop van LDC c.s. uiterlijk 2 dagen voor de mondelinge behandeling moet worden overgelegd. Partijen hebben ieder binnen de gestelde termijnen legal opinions ingediend, waarna de advocaat van [eiser 1] c.s. daags voor de zitting aanvullende legal opinions heeft ingediend. 1.3. Tijdens de mondelinge behandeling heeft LDC c.s. bezwaar gemaakt tegen de aanvullende legal opinions die [eiser 1] c.s. minder dan twee dagen voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft ingediend. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter niet op dit bezwaar beslist. De voorzieningenrechter beslist nu dat de legal opinions (productie 14 en 15) deel uitmaken van het procesdossier voor zover daaraan is gerefereerd tijdens het pleidooi. 1.4. Vonnis is bepaald op heden. 2.De feiten 2.1. [eiser 1] c.s. zijn of waren sinaasappeltelers in Brazilië in de deelstaat São Paulo. [eiser 1] en [eiser 2] zijn meer dan vijftig jaar actief in de sinaasappelproductie-industrie. [eiser 3] was tussen 2000 en 2012 als sinaasappelteler actief. 2.2. LDCA, LDCB en LDCC maken deel uit van het internationale concern LDC. LDC is wereldwijd een van de grootste producenten en verkopers van sinaasappelsap. LDCA houdt indirect, via LDCB, alle aandelen in LDCC. Door een fusie op 30 november 2016 is LDCC de rechtsopvolger van de Braziliaanse vennootschap Coinbra Frutesp S.A. (hierna: Coinbra Frutesp). 2.3. Daarnaast houdt LDCA door middel van een andere vennootschap alle aandelen in de Braziliaanse vennootschap Louis Dreyfus Company Sucos S.A. (hierna: LDC Sucos). Oudere handelsnamen van LDC Sucos zijn Coinbra-Frutesp Industrial Ltda, Louis Dreyfus Commodities Agroindustrial Ltda en Louis Dreyfus Commodities Agroindustrial S.A. 2.4. In 1999 is de Braziliaanse mededingingsautoriteit Conselho Administrativo de Defesa Economica (hierna: CADE) in verband met het vermoeden van concurrentiebeperkende activiteiten diverse juridische procedures gestart tegen grote sinaasappelverwerkers, waaronder LDCC. 2.5. Op 29 september 2005 hebben [eiser 1] c.s. ieder een Orange Sales Agreement (hierna: OSA) afgesloten met Coinbra-Frutesp Agroindustrial Ltda. 2.6. In 2006 heeft de heer [naam persoon 1] (hierna: [naam persoon 1] ), een voormalig directeur van (de rechtsvoorganger van) LDCC een verklaring afgelegd over een omvangrijk kartel in de sinaasappel-verwerkende industrie. 2.7. Mede naar aanleiding van de verklaring van [naam persoon 1] heeft de Braziliaanse openbare aanklager op 5 september 2006 een aanklacht ingediend tegen onder meer (de rechtsvoorganger van) LDCC. Deze klacht luidt in de Engelse vertaling voor zover hier van belang als volgt: “According to the case records, since the year of 1993, until the current (permanent crime), on different dates, through telephone conversations, e-mails and meetings in different locations in the State of Sao Paulo, in a continuous and repeated way, the companies above through their legal representatives, most recently by the defendants, developing industrial and commercial activities aimed at the orange juice manufacturing and commercialization sector, previously adjusted and with unequivocal desire of purpose, signed agreements, covenants, adjustments and alliances, as suppliers, aiming at the artificial fixing of prices and quantities sold and produced; aiming to control the national market, more sharply in the State of São Paulo, in the metropolitan region of São Paulo and at the control, to the detriment of competition, of the distribution network and of suppliers; of industrialized orange fruit juice. It is also stated that the companies, through and as a result of agreements, covenants, adjustments and alliances, as suppliers, aiming to the artificial fixing of prices and quantities sold and produced; to market control through the control of acquisition of raw materials and production; to the detriment of competition from the distribution network and from suppliers – implemented by the defendants, representing the respective companies, established illegal rules to manipulate the supplier market (producers) of raw material - orange. They established exclusive supplier links for each company with participation in the criminal actions, with prices previously adjusted. Each supplier could and would be able to sell only to a specific company, as the others refused to buy, and the maximum price was previously established.” 2.8. Op 30 april 2007 hebben [eiser 1] c.s. aanvullende overeenkomsten gesloten met Coinbra-Frutesp Agroindustrial Ltda. 2.9. In 2008 hebben [eiser 1] c.s. in Brazilië een civiele bodemprocedure (hierna: de Braziliaanse Bodemprocedure) aanhangig gemaakt tegen (de rechtsvoorganger van) LDC Sucos. In deze procedure vorderen [eiser 1] c.s. beëindiging of ontbinding van de koopovereenkomst en schadevergoeding. 2.10. In de Braziliaanse Bodemprocedure hebben [eiser 1] c.s. verzocht om de processtukken van de tussen CADE en Coinbra Frutesp aanhangige administratieve procedures (onder meer met nummer [dossiernummer 1] ) in het geding te mogen brengen. 2.11. Bij brief van 29 juni 2010 heeft CADE aan de rechter in de Braziliaanse Bodemprocedure meegedeeld dat de processtukken niet mogen worden afgegeven, omdat de procedures op last van de rechter achter gesloten deuren plaatsvinden en het onderzoek (naar een potentieel kartel in de sinaasappelverwerkende industrie) nog gaande is. 2.12. Op 26 januari 2011 heeft de heer [naam persoon 2] (hierna: [naam persoon 2] ), eigenaar van CTM Citrus, een andere sinaasappelverwerker, verklaard over het bestaan van het kartel en de verdeling van de markt in São Paulo. 2.13. In 2016 heeft CADE met meerdere partijen, onder wie LDCC (Coinbra Frutesp), een schikkingsovereenkomst getroffen. In de overeenkomst met LDCC (hierna: de Schikking) staat onder meer het volgende vermeld: de Schikking is bedoeld ter bescherming van de Braziliaanse markt voor sinaasappelverwerking en ter beëindiging van administratieve procedures, onder meer de procedure met nummer [dossiernummer 1] ; LDCC heeft deelgenomen aan de door CADE onderzochte gedragingen. In dit verband wordt verwezen naar Annex I “Conduct Background”; LDCC zal een boete betalen van ruim BRL 45 miljoen (destijds USD 11,1 miljoen). 2.14. In (de Engelse vertaling van) de Schikking is in artikel 2.2 en in artikel 5 met betrekking tot de geheimhouding van stukken het volgende bepaald: “Annex I “Conduct Background” shall be treated as a restricted access document by all bodies of CADE and shall be attached in separate records which may be seen only by the other parties represented in the Proceedings mentioned in Clause One. The other represented parties shall be notified that said document is being made available to them strictly for purposes of exercising the right to adversary proceeding and fair hearing in the aforementioned Administrative Proceedings, and they may only see them, with no provision of copies, upon execution of the Commitment to not use the information outside the scope of the respective administrative proceeding, under the decision of the Regional Federal Appellate Court of the 3rd Region entered in the records of Motion for Clarification in Civil Appeal No. [dossiernummer 2] , Federal Judge Rapporteur [naam persoon 3] , on 1/13/2011, which specific content has an unappealable judgment. Therefore, it is prohibited to disclose or share them in full or in part, with other individuals or legal entities, whether in Brazil or abroad, and the violation of the confidentiality duty shall subject the tortfeasor to administrative, civil and criminal liability. Clause five - Document Confidentiality 5.1. It is excepted that the Proceedings referred in Clause One is pending under seal with the access to the case records limited to the Represented Parties, which may only be seen by them, with no provision of copies, upon execution of the Commitment not to use the information outside the scope of the respective administrative proceeding, under the decision of the Federal Regional Appellate Court of the 3rd Region entered in the records of Motion for Clarification in Civil Appeal No. [dossiernummer 2] , Federal Judge Rapporteur [naam persoon 3] , on 1/13/2011, which specific content has an unappealable judgment and shall be complied with by the Parties, including after the filing of the administrative and legal proceedings. 5.1.1. It is excepted that the documents contained in the case records must be used only by the Administrative Council for Economic Defense - CADE and for the purposes of said Administrative Proceedings, and the other Represented Parties may not access the confidential documents with access restricted to CADE and to the PROMISEES of this Commitment. Therefore, it is prohibited to disclose or share them in full or in part, with other individuals or legal entities, whether in Brazil or abroad, and the violation of the confidentiality duty shall subject the tortfeasor to administrative, civil and criminal liability.” 2.15. Bij (administratieve) beslissing van 28 februari 2018 heeft CADE – nadat LDCC aan haar verplichting uit de Schikking had voldaan – alle lopende procedures tegen LDCC beëindigd. 2.16. In juni 2017 heeft [naam persoon 1] voor de parlementaire onderzoekscommissie (in de Engelse vertaling) onder meer het volgende verklaard: “The cartel existed, first it met abroad and they already knew in October what was the Brazilian crop. There was already a crop estimate and everything, they knew what the Brazilian crap was and with such crop, the orange amount determined what was the value for which the juice was going to be sold next year and returned there, and they did the math of how much they could pay in fruit here and how much each one would grind, what was the percentage of each one in the cartel -14%, 20%, 22%. They discussed that day and the companies determined how much they were going to pay for the fruit. It was such a huge thing that it involved weekly fruit purchase controls, because no one could by more than the other; if the purchase was determined for ten weeks, each would buy one tenth a week. If one industry invaded another’s grove and bought from another, it had to pay a fine, with the orange that was delivered later in the other crop. (…) It was something very big, involving several people, there were auditors who went to companies to audit and see if the numbers were right. Even, week they provided a diskette for purchase and grinding, no one could go ahead. And audits ware also carried out abroad. The juice had a tied selling that could not be much advanced.” 2.17. In september 2017 heeft de rechtbank de vorderingen van [eiser 1] c.s. in de Braziliaanse bodemprocedure afgewezen. In dit Vonnis heeft de rechtbank overwogen dat niet is gebleken van het bestaan van het kartel. Tegen dit vonnis hebben [eiser 1] c.s. hoger beroep ingesteld. In het hoger beroep is nog geen uitspraak gedaan. 2.18. Bij brieven van 27 augustus 2020 hebben de advocaten van [eiser 1] c.s. LDCA, LDCB, en LDCC gesommeerd om op grond van 843a Rv bescheiden te verstrekken met betrekking tot de Schikking, de procedure bij CADE, de inkoop van sinaasappels van [eiser 1] c.s., de (prijs)afspraken binnen het kartel, stukken van de vergaderingen van de “Brazilian Association of Exporters of Citruses” (ABECITRUS), waarbij LDC c.s. werd vertegenwoordigd en alle “audit reports”, zowel formeel als informeel, die zijn opgesteld om te controleren of de kartelovereenkomsten werden nageleefd die zijn opgesteld tussen 1 januari 1999 en 31 december 2009. In deze brief hebben de advocaten van [eiser 1] c.s. zich op het standpunt gesteld dat LDCC heeft deelgenomen aan een kartel waarbij de deelnemers illegale prijsafspraken hebben gemaakt over de prijzen die werden betaald aan [eiser 1] c.s. en andere sinaasappeltelers en dat LDCA en LDCB naar Braziliaanse recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door [eiser 1] c.s. geleden schade. Bij de brief was een conceptdagvaarding gevoegd. 2.19. Bij brief van 12 september 2020 hebben de advocaten van LDCA en LDCB zich op het standpunt gesteld dat het verzoek van [eiser 1] c.s. niet voldoet aan de eisen van 843a Rv. Zij hebben hiertoe onder meer gesteld dat LDCA en LDCB niet over de bescheiden beschikken, dat deze veelal vertrouwelijk zijn, (deels) niet bestaan en dat [eiser 1] c.s. zelf over een deel daarvan zouden moeten beschikken. Daarnaast hebben zij erop gewezen dat LDCA en LDCB geen partij zijn in de Braziliaanse bodemprocedure. In deze brief schrijven de advocaten voorts dat het doorzetten van het kort geding op basis van de conceptdagvaarding misbruik van recht oplevert en dat zij in dat geval aanspraak maken op een veroordeling in de reële proceskosten. 3.Het geschil 3.1. [eiser 1] c.s. vorderen, samengevat, dat de voorzieningenrechter: LDCA, LDCB en LDCC hoofdelijk en gezamenlijk veroordeelt uiterlijk binnen 5 werkdagen na dit vonnis, aan [eiser 1] c.s. afschrift te verstrekken van de in randnummer 3.5 van de dagvaarding genoemde bescheiden, door toezending van deze bescheiden per brief, koerier en/of e-mail aan [naam e-mailadres] , zulks op straffe van een dwangsom en met hoofdelijke veroordeling van LDC c.s. in de proceskosten, waaronder de nakosten, te vermeerderen met rente. 3.2. Aan deze vordering leggen [eiser 1] c.s. het volgende ten grondslag. 3.2.1. Uit de Schikking en de verklaringen van [naam persoon 1] en [naam persoon 2] , een medewerker van een andere kartellist, volgt dat de kartellisten (waaronder LDCC) prijsafspraken maakten over de prijzen die zij betaalden aan sinaasappelboeren zoals [eiser 1] c.s. Er was kennelijk zelfs een controlemechanisme bestaande uit accountants/auditors om te beoordelen of de illegale prijsafspraken werden nageleefd. De totale boete die de kartellisten betaald hebben bedroeg BRL 301 miljoen, het hoogste bedrag dat ooit is betaald in een Braziliaanse kartelzaak. Door deze mededingingsrechtelijk inbreukmakende handelingen hebben [eiser 1] c.s. veel schade geleden, onder meer omdat zij hun sinaasappels vele jaren onder de productieprijs hebben moeten verkopen. Naar Braziliaans recht zijn LDCA en LDCB hoofdelijk aansprakelijk voor de door LDCC veroorzaakte schade. Ten eerste langs de weg van groepsaansprakelijkheid voor kartelschade en ten tweede langs de weg van schending van de zorgplicht jegens de community waarbinnen LDCC actief is. 3.2.2. Uit de Schikking en de opgelegde boete volgt dat LDCC heeft deelgenomen aan het kartel. Een schikking met CADE is immers alleen maar mogelijk nadat de onderzochte partij de verboden gedragingen heeft bekend. In de Braziliaanse bodemprocedure tegen [eiser 1] c.s. heeft LDCC evenwel iedere betrokkenheid bij en het bestaan van het kartel ontkend. In het hoger beroep hebben [eiser 1] c.s. een laatste kans om aanvullend bewijs in het geding te brengen. Daarnaast overwegen [eiser 1] c.s. om in Nederland een procedure te starten tegen LDCA en LDCB. 3.2.3. [eiser 1] c.s. hebben daarmee zowel voor de lopende procedure als voor mogelijke toekomstige procedures een rechtmatig belang bij afschrift van de door hen gevraagde bescheiden, aangezien aannemelijk is dat zij daarmee kunnen bewijzen op welke wijze LDCC illegale prijsafspraken heeft gemaakt en wat de rol was van LDCC binnen het kartel. Daarnaast moeten de bescheiden [eiser 1] c.s. in staat stellen om hun schade nader te onderzoeken en te onderbouwen. Gelet op hun controlerende taken dienen ook LDCA en LDCB over deze bescheiden te beschikken en/of zouden ze deze bij LDCC moeten kunnen opvragen. 3.2.4. [eiser 1] c.s. hebben recht op en belang bij afgifte van of inzage in de volgende bescheiden: A. de History of Conduct, zoals omschreven in Exhibit 1 bij de Schikkingsovereenkomst; B. de volledige inhoud van de juridische procedure tussen LDCC en CADE met kenmerk [dossiernummer 1] ; C. de volledige inhoud van de Schikkingsovereenkomst, inclusief alle bijlages; D. kopieën van “suppliers statements” en “orange delivery reports” met bijbehorende betalingsbewijzen die laten zien hoeveel sinaasappels [eiser 1] c.s. verkochten en welke prijs zij voor deze sinaasappels ontvingen tussen 1 januari 2006 en 31 december 2009; E. kopieën van alle overeenkomsten tussen LDCC en andere kartellisten die betrekking hebben op (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.