vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven Vonnis in kort geding in gevoegde zaken van 21 januari 2021 in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/10/610768 / KG ZA 20-1198 (hierna: zaak 1) van
(48), de houten eettafel met zes stoelen en de 6 schilderijen van [naam persoon 5] (foto 18) eigendom zijn van [eiser 1] en dat dat volgt uit het feit dat zij deze zaken in 2011 heeft verpand aan [naam zoon eiser 5] . Op zichzelf juist is dat het pandrecht niet bewijst dat de betreffende zaken eigendom zijn van [eiser 1] , het vormt daarvoor wel een aanwijzing. [gedaagde 1] c.s. hebben in ieder geval geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit volgt dat de betreffende zaken eigendom van [eiser 5] zijn. Hierbij merkt de voorzieningenrechter op dat de pandakte dateert van 2011, zodat niet zonder meer aannemelijk is dat het pandrecht enkel is gevestigd om [gedaagde 1] c.s. te belemmeren bij het verhaal van hun vordering. Of het pandrecht door voldoening van de daaraan verbonden vordering tenietgegaan is, is voor de beoordeling van de eigendom niet relevant. Aangezien niet aannemelijk is dat de zaken eigendom zijn van [eiser 5] worden de volgende beslagen opgeheven. Dubbele oven (foto 25) Houten eettafel met zes stoelen (foto 16) Het bureau met bureaustoel (foto 48) Schilderijen van [naam persoon 5] (foto 18 en 19) 4.
- Hetzelfde geldt voor de geluidsinstallatie van foto 37, de linnenkast van foto
- [gedaagde 1] c.s. hebben op dit punt geen zelfstandig verweer gevoerd. 4.
- [eiser 1] c.s. hebben gesteld dat het schilderij onder 13 door [eiser 2] is geschonken aan [eiser 1] . Op grond hiervan is onvoldoende aannemelijk dat dit schilderij toebehoort aan [eiser 5] . Het feit dat [eiser 1] eerder heeft verklaard dat het schilderij afkomstig is uit haar eerste huwelijk, maakt dit niet anders. Het beslag op het schilderij met stadsgezicht (foto 13) wordt daarom opgeheven. 4.
- Tussen partijen is niet in geschil dat het schilderij van foto 14 in opdracht van [eiser 1] is gerestaureerd. Hiermee is vooralsnog voldoende aannemelijk dat het schilderij toebehoort aan [eiser 1] en niet aan [eiser 5] . Het beslag op dit schilderij wordt opgeheven. 4.
- Op grond van de verklaringen en facturen met betrekking tot de koffieapparaten, de computerapparatuur en de televisie is voldoende aannemelijk dat deze toebehoren aan [eiser 4] en daarmee dus niet aan [eiser 5] . Het feit dat deze zaken zich bevinden in de woning van [eiser 5] en niet op het bezoekadres van [eiser 4] , maakt dat niet anders. De volgende beslagen worden daarom opgeheven: Espressoapparaat (een bonenmaler) (foto 26) Nespresso-apparaat (foto 26) Televisie (flatscreen) van het merk Samsung (foto 36) Apple iMac met toetsenbord en muis (foto 46) 4.
- Met betrekking tot de roeimachine hebben [eiser 1] en [eiser 5] gesteld dat deze eigendom is van [naam zoon eiser 5] . Zij hebben hierbij verwezen naar de verklaring van [naam persoon 3] , waaruit volgt dat [naam persoon 3] dit apparaat in 2016 aan [naam zoon eiser 5] heeft verkocht, waarbij deze voorlopig bij [eiser 5] zou staan. [eiser 1] c.s. en [eiser 5] hebben evenwel niet verklaard waarom het apparaat nog altijd niet is afgegeven. Nu het tegendeel onvoldoende aannemelijk is geworden, moet het ervoor gehouden worden dat [eiser 5] eigenaar is van het roeiapparaat. Nu evenmin aannemelijk is dat het roeiapparaat behoort tot (onmisbare) inboedel en/of dat daarvan in redelijkheid geen opbrengst te verwachten is, wordt dit beslag niet opgeheven. 4.
- [eiser 1] c.s. hebben gesteld dat de witte houten kasten van foto 34 eigendom zijn van [naam zoon eiser 5] , omdat de materialen daarvoor in 2006 aan hem zijn geleverd. De levering van de materialen, althans de factuur op naam van [naam zoon eiser 5] , laat evenwel onverlet dat [eiser 5] eigenaar van de kasten kan zijn geworden. Aangezien de kasten zich in de woning van [eiser 5] bevinden, mogen schuldeisers er ook bij bekendheid met deze factuur van uitgaan dat [eiser 5] eigenaar is van deze kasten. [eiser 1] c.s. en [eiser 5] hebben het tegendeel onvoldoende aannemelijk gemaakt. 4.
- Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de factuur van kunsthandel Gosse Goossen en de daarop handgeschreven opmerking voldoende om aannemelijk te maken dat het olieverfschilderij de Spes Enkhuizen is geschonken aan [eiser 1] (en dus niet aan [eiser 5] ). Dat [eiser 1] c.s. eerder hebben verklaard dat het schilderij afkomstig is uit haar eerdere huwelijk, maakt dat niet anders. Het beslag op dit schilderij (foto 41) wordt daarom opgeheven. 4.
- Met betrekking tot de fietsen is op grond van de facturen voldoende aannemelijk te achten dat deze in 2005 en 2015 zijn aangeschaft op naam van [naam zoon eiser 5] . Nog daargelaten dat de executiewaarde van deze fietsen gering is hebben [gedaagde 1] c.s. geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit volgt dat deze fietsen allemaal eigendom zijn van [eiser 5] . Het beslag op de fietsen (foto 52) wordt daarom opgeheven. 4.
- Op grond van de verklaring van 12 augustus 2004 van Antiekhandel Antiek-Archipel is aannemelijk te achten dat het Hollands gebogen kabinet dat volgens de schenkingsakte door [eiser 5] is geschonken aan [naam zoon eiser 5] is geruild voor een Duitse kast, 18e eeuws en dat dat de kast van foto 2 betreft. Op grond hiervan is eveneens aannemelijk te achten dat de geruilde kast toebehoort aan [naam zoon eiser 5] en dat [eiser 5] met betrekking tot deze kast enkel het recht van vruchtgebruik heeft. Dit betekent dat het beslag dat is gelegd op de volle eigendom van de kast (houten kast, koloniale stijl van foto 2) moet worden opgeheven. Vruchtgebruik 4.
- Tussen partijen staat vast dat de vleugel, het schilderij van Charnay (foto 10 en 11), de tuinstoelen en ronde tafel (foto 22 en 23), de teaken keukentafel en tien stoelen (foto 27), de mahoniehouten uitschuifbare eettafel en zeven stelen en het mahoniehouten kabinet/kast (foto 30) door [eiser 5] onder voorbehoud van het recht van vruchtgebruik zijn geschonken aan [naam zoon eiser 5] . 4.
- Hoewel de betreffende zaken geen vruchten voortbrengen, omvat het vruchtgebruik mede het gebruik van deze zaken gedurende het leven van [eiser 5] . Niet valt uit te sluiten dat het gebruik van deze zaken een zekere waarde vertegenwoordigt. Dit geldt met name voor het gebruik van de vleugel en het schilderij. Het feit dat executie van een dergelijk recht van vruchtgebruik ongebruikelijk is, betekent niet dat er geen opbrengst te verwachten is en/of dat deze executie misbruik van recht oplevert. De vorderingen met betrekking tot deze rechten wordt daarom afgewezen. 4.
- Met betrekking tot de diverse serviezen (foto 17 en 20) overweegt de voorzieningenrechter dat de serviezen in de akte van schenking niet zijn gespecificeerd, zodat niet kan worden vastgesteld dat dit serviezen zijn die door [eiser 1] aan haar kinderen zijn geschonken. Dit kan evenwel ook niet worden uitgesloten. Nu niet gesteld of aannemelijk is gemaakt dat deze serviezen zouden toebehoren aan [eiser 5] en/of dat deze serviezen enige waarde vertegenwoordigen, zal de voorzieningenrechter de beslagen op deze serviezen opheffen. 4.
- Met betrekking tot het bureau van foto 42 hebben [eiser 1] c.s. niet gesteld dat dit aan een ander toebehoort dan aan [eiser 5] . Voor de opheffing van dit beslag is onvoldoende gesteld. 4.
- Met betrekking tot de zaken die volgens [eiser 5] geen waarde hebben (zoals bladmuziek, schilderij, kopieermachine, strijkplank, jachtgeweer) overweegt de voorzieningenrechter dat het beslag op deze zaken na de verkoop komt te vervallen. Beslagverbod 2 4.
- Met betrekking tot de resterende zaken is onvoldoende aannemelijk geworden dat deze niet-bovenmatige inboedel betreffen. Het beroep op het beslagverbod baat [eiser 5] dus niet. Misbruik van bevoegdheid 4.
- Hoewel vaststaat dat de verkoop van de overgebleven roerende zaken en de rechten van vruchtgebruik lang niet voldoende is om de vordering van [gedaagde 1] c.s. te voldoen, is niet aannemelijk geworden dat de te verwachten opbrengst zodanig gering is dat deze lager is dan de (executie)kosten. Op grond daarvan is dus ook niet aannemelijk dat het doorzetten van de executieverkoop misbruik van recht oplevert. Hierbij merkt de voorzieningenrechter op dat de gedeeltelijke opheffing van de beslagen partijen aanleiding kan geven om te proberen een minnelijke regeling te bereiken om de executie te voorkomen. 4.
- Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de beslagen deels worden opgeheven. In de omstandigheid dat partijen in zaak 1 en in zaak 2 over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld ziet de voorzieningenrechter aanleiding de proceskosten in beide zaken te compenseren, in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt. 5.De beslissing De voorzieningenrechter: In zaak 1 en in zaak 2: 5.
- heft op de door [gedaagde 1] c.s. ten last van [eiser 5] gelegde beslagen voor zover het betreft: Houten dressoir kast (foto 9) Een houten hoekkast (foto 12) Houten kast (foto 35); Tafel met twee lampen met witte kap (foto 20) Bankstellen en lampen (foto 3 en 4) Tweezitsbank (foto 38) Herenfauteuil (foto 40) Damesfauteuil (foto 39) Staande lamp met witte kap (foto 39) Tafeltje en staande leeslamp (foto 55) Lampjes met groene kap (foto 4 en 5) De blauwe stoelen en bijbehorend blauw bankje (foto 9) Dubbele oven (foto 25) Houten eettafel met zes stoelen (foto 16) Het bureau met bureaustoel (foto 48) schilderijen van [naam persoon 5] (foto 18 en 19) geluidsinstallatie van het merk Harman/Kardon, inclusief subwoofer en tweetal boxen (foto 37) de kledingkast (foto 44) houten kast (foto 2) schilderij met stadsgezicht (foto 13) schilderij met stadsgezicht (foto 14) Espressoapparaat (foto 26) Nespresso-apparaat (foto 26) Televisie (flatscreen) van het merk Samsung (foto 36) Apple iMac met toetsenbord en muis (foto 46) Schilderij met havenzicht van F.J. Goosen (foto 41) houten kast, koloniale stijl van foto 2 Servies 17 Servies 20 5.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- compenseert de kosten in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt; 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman. Het is ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. A.F.L. Geerdes op 21 januari
- 3077/1729