Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10/960130-19 Datum uitspraak: 11 maart 2021 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting uit anderen hoofde gedetineerd in Detentiecentrum Rotterdam, raadsvrouw mr. F.T.C. Dölle, advocaat te Amsterdam. 1. Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 25 februari 2021. 2. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de vordering nadere omschrijving tenlastelegging, waarbij de oorspronkelijke opgave van het feit als bedoeld in artikel 261, derde lid van het Wetboek van Strafvordering op de terechtzitting van 14 september 2020 op vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de nader omschreven tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Kort samengevat komt de gewijzigde tenlastelegging er op neer dat de verdachte in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2016 in Syrië heeft deelgenomen aan een terroristische organisatie, te weten Ahrar al-Sham. 3. Eis officier van justitie De officier van justitie mr. G. Sannes heeft gevorderd: vrijspraak van het ten laste gelegde; teruggave van de vier inbeslaggenomen telefoons aan de verdachte. 4. Vrijspraak De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie die het oogmerk heeft tot het plegen van terroristische misdrijven. De verdachte wordt daarom vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. 4.1. Standpunten van de officier van justitie en van de verdediging De officier van justitie heeft zich aanvankelijk op het standpunt gesteld dat de tenlastelegging kan worden bewezen, meer in het bijzonder dat Ahrar al-Sham kan worden aangemerkt als een terrroristische organisatie, dat de verdachte daaraan heeft deelgenomen en dat hij wist dat Ahrar al-Sham een terroristische organisatie was. De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit, voor zover hier van belang, omdat niet kan worden bewezen dat Ahrar al-Sham een terroristische organisatie is. Immers, de tenlastelegging ziet op de periode 2013-2016. In die periode kreeg Ahrar al-Sham materiële steun van Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken heeft bij schrijven van 25 september 2020 laten weten dat Ahrar al-Sham, kort gezegd, internationaal niet wordt beschouwd als een terroristische organisatie. Ook het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 29 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019: 2420 waarin Ahrar al-Sham als een terroristische organisatie wordt gekwalificeerd, veranderde daar niets aan. En zelfs al zou Ahrar al-Sham gedurende de ten laste gelegde periode een terroristische organisatie zijn, dan nog kon de verdachte dat niet weten. Als de minister van Buitenlandse Zaken in Nederland dat niet kon, waarom de verdachte dan wel? De bevolking zag de leden van Ahrar al Sham in elk geval niet als terroristen. Zelfs al zou deze organisatie elders betrokken zijn geweest bij terroristische daden, blijkt niet dat de verdachte daarvan op de hoogte was. De officier van justitie heeft zich door de raadsvrouw laten overtuigen en vervolgens zijn standpunt gewijzigd. Er is, aldus de officier van justitie, bij nader inzien geen bewijs dat de verdachte heeft geweten in de zin van onvoorwaardelijk opzet zoals vereist voor bewijs van een op artikel 140a Sr toegesneden tenlastelegging, dat Ahrar al-Sham een terroristische organisatie was in de ten laste gelegde periode. Hij heeft vrijspraak gerequireerd. 4.2. Het oordeel van de rechtbank Wat is er gebeurd? De verdachte is in december 2018 als vluchteling in Nederland aangekomen. Hij heeft asiel aangevraagd. In het kader van die aanvraag is een onderzoek gestart. Uit dat onderzoek is gebleken dat hij beschikt over een tweetal facebookaccounts. Eén van die accounts heet “ [accountnaam 1] ”. Volgens de status van het account op 1 februari 2019 heeft de houder geen werk, heeft hij gewerkt als voormalig soldaat bij Ahrar al-Sham, waarbij wordt doorgelinkt naar de website van Ahrar al-Sham, woont hij in Antakya, Hatay (in Turkije, nabij de grens met Syrië) en is hij afkomstig uit Binnish, Idlib, Syrië. Op dit account staan foto’s en berichten. De politie heeft deze foto’s en berichten aan de verdachte voorgehouden. Hij heeft zichzelf op die foto’s herkend. Hij heeft ook verklaard dat de hieronder genoemde foto’s van hemzelf in Syrië zijn genomen en dat hij deze op het account heeft geplaatst. Op 28 juni 2015 is een foto geplaatst van de verdachte met een vuurwapen (dossier, p. 160 doorgenummerd). Op dezelfde dag is ook een foto geplaatst van een vlag met het embleem van Ahrar al-Sham (p. 166). De verdachte heeft dit embleem herkend. Op 5 juli 2015 is opnieuw een foto geplaatst van de verdachte met een vuurwapen (p. 159). Op dezelfde dag is een foto van verdachte geplaatst met camouflagekleding in een tent (p. 158). De rechtbank heeft vastgesteld dat dit een selfie is. Op 13 juli 2015 is een foto geplaatst van de verdachte met een automatisch wapen in de aanslag en, naar de verdachte heeft verklaard, een draagharnas met magazijnen met kogels voor het wapen (p. 161 en 193). Het andere facebookaccount heet “ [accountnaam 2] ”. Daarop is op 16 december 2015 een foto geplaatst van de verdachte en enkele andere jongemannen in camouflagekleding. De verdachte heeft verklaard dat hij op die foto staat (p. 206, 192), waarop hij een vest aan heeft met magazijnen voor het wapen dat hij droeg. De verklaring van de verdachte De verdachte heeft ontkend. Hij heeft verklaard dat hij hooguit vier keer heeft deelgenomen aan een gewapende burgerwacht die Binnish beschermde tegen aanvallen uit dorpen uit de buurt. Voor zover hier van belang gaat het om het dorp Fuah. Dat werd gesteund door Iran en stond naast de Syrische president Assad. Dat was, aldus de verdachte, in 2013 en daarvoor. Hij was toen zeventien jaar. De wapens op de foto’s zijn van vrienden. De foto’s heeft hij in 2015 geplaatst toen hij ze kreeg toegestuurd. Hij was toen in Turkije. In Syrië had hij geen mobiele telefoon. De foto op het Facebookaccount “ [accountnaam 2] ” heeft hij op 16 december 2015 geplaatst toen hij hoorde dat een van de jongemannen op de foto was gedood. Het Facebookaccount “ [accountnaam 3] ” is voor hem in een lokaal internetcafé aangemaakt door een vriend, aldus nog steeds de verdachte. Deze vriend maakte wel deel uit van Ahrar al-Sham en heeft er kennelijk op gezet dat de verdachte voormalig soldaat was van Ahrar al-Sham. Hij heeft dat zelf pas in Nederland gezien. De burgerwacht werd volgens de verdachte georganiseerd door een man genaamd [naam 3]. Hij maakte het rooster, wees de locaties aan waar zij moesten wachtlopen en zorgde voor het eten. Hij verschafte ook de wapens en magazijnen die zij tijdens de wacht gebruikten. De verdachte werd, naar eigen zeggen, met een motor opgehaald en naar het huis gebracht waarop hij op de foto die op 16 december 2015 is geplaatst, was te zien. Daar werden de wapens en magazijnen uitgedeeld. Vervolgens werden zij met een pick-up naar de post gebracht. De verdachte moest een strategische plek bewaken. Als deze post werd overgenomen zou het hele dorp vallen. Hij is in 2014 met zijn moeder, broertje en zusje naar Turkije gegaan. Ten bewijze daarvan heeft hij een Turkse identiteitskaart overgelegd, gedateerd 2014. Hij heeft Turkije alleen in 2016 verlaten om naar Griekenland te gaan. Daar is hij enige maanden gebleven maar terug gegaan naar Turkije, naar eigen zeggen omdat zijn moeder ziek was. Hij is daarna niet meer naar Syrië gegaan. Zijn moeder heeft echter verklaard dat de verdachte een maand nadat hij uit Griekenland terugkwam, naar Syrië was teruggegaan. Ook de verdachte zelf heeft bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) op 28 juni 2019 verklaard dat hij terugging naar Syrië: “In Griekenland heb ik een aanvraag gedaan voor relocatie. Ik moest vier maanden wachten. Ik kreeg geen antwoord. Mijn moeder werd ziek in Turkije. Ik ging bij haar voor een maand verblijven. Daarna ging ik naar Syrië”. In het kader van het onderhavige strafrechtelijke onderzoek heeft de verdachte verklaard dat hij bij de IND niet de waarheid heeft gesproken. Hij was helemaal niet teruggegaan naar Syrië, hij had dat bij de IND gezegd om zijn recht op asiel niet in gevaar te brengen. Het oordeel van de rechtbank over de verklaring van de verdachte De rechtbank volgt de verdachte maar ten dele in zijn verklaring. Om te beginnen is gebleken dat de verdachte wisselende verklaringen heeft afgelegd, afhankelijk van het belang dat op het spel staat. Dat hij de foto’s waarvan hij heeft gezegd dat die in 2013 waren gemaakt, kort na elkaar in 2015 kreeg toegestuurd en toen op Facebook plaatste terwijl hij Turkije was, twee jaar nadat zij zouden zijn gemaakt, is niet aannemelijk. Ook is niet aannemelijk dat hij geen telefoon had in Syrië. Er staan meer selfies op zijn Facebook-accounts. Dat hij, zoals hij ter zitting heeft verklaard, de selfie in de tent heeft gemaakt met de telefoon van een vriend, die hem later toestuurde, is evenmin aannemelijk. Er is geen verklaring waarom die foto dan zo’n twee jaar later ineens wordt toegezonden. De Turkse identiteitskaart uit 2014 staat niet in de weg aan de constatering dat de verdachte in 2015 in Syrië was. Verder staat niet ter discussie dat het account “ [accountnaam 3] ” is aangemaakt toen de verdachte in Syrië en nog niet in Turkije was. Maar volgens de status zoals deze was op 1 februari 2019, toen hij zich in Nederland bevond, woont hij in Antakya, Hatay. Antakya is een provincie en Hatay een stad in Turkije, nabij de grens met Syrië. Daar is de verdachte na zijn vertrek uit Syrië naar eigen zeggen naartoe gegaan. De verdachte heeft verder verklaard dat hij die status heeft aangepast. Het is dan onaannemelijk dat hij toen niet heeft gezien dat twee regels daarboven staat “former soldado” met een link in de Arabische taal naar Ahrar al-Sham. Hij was die taal ook machtig, zo blijkt uit zijn verklaring bij de IND. De meest logische verklaring is dat hij ook de status “soldaat” van Ahrar al-Sham heeft aangepast in “voormalig soldaat”. Na het vertrek uit Syrië veranderde immers zijn woonplaats en zijn werk. Er is in elk geval geen logische verklaring waarom een vriend, die lid was van Ahrar al-Sham, er bij het maken van het account, toen de verdachte nog in Syrië woonde, op zou zetten dat de verdachte soldaat is van Ahrar al-Sham als dat niet waar zou zijn, laat staan dat hij een voormalige soldaat zou zijn. Daar komt bij dat een foto van de vlag van Ahrar al-Sham op het Facebook account staat en dat, blijkens het desbetreffende kennisdocument in het dossier, vanaf 2013 deze organisatie de dienst heeft uitgemaakt in Idlib en omgeving en dus ook in Binnish. De strijders van Ahrar al-Sham hebben (onder andere) een dorp belegerd dat de kant van het regime had gekozen. Het gaat dan om Fuah, hetzelfde dorp waartegen de verdachte naar eigen zeggen gewapend heeft wacht gelopen. Het is niet voorstelbaar dat in die strijd onafhankelijk van de strijders van Ahrar al-Sham een burgerwacht een plek bewaakt die van zo’n groot strategisch belang is, dat de stad zou vallen als die plek werd ingenomen. En ook als de burgerwacht formeel geen onderdeel zou uitmaken van Ahrar al-Sham, dan nog ondersteunen de activiteiten van de burgerwacht feitelijk die van Ahrar al-Sham door hun posities in Binnish te beschermen. Anders dan de verdachte heeft verklaard acht de rechtbank weldegelijk bewezen dat de bewapende wachtgroep waaraan hij heeft deelgenomen, werd georganiseerd door of ten behoeve van Ahrar al-Sham. Blijkens zijn status op de Facebook heeft hij dat ook geweten. Is Ahrar al-Sham een terroristische organisatie? Volgens artikel 140a Sr heeft een terroristische organisatie het oogmerk tot het plegen van terroristische misdrijven. Een terroristisch misdrijf is een nader beschreven misdrijf in artikel 83 Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) van de ernstigste soort als moord, doodslag en het teweegbrengen van ontploffingen, dat met een terroristisch oogmerk wordt gepleegd. Een terroristisch oogmerk is volgens artikel 83a Sr het oogmerk om (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.