RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 8675512 CV EXPL 20-26237 uitspraak: 19 maart 2021 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van de naamloze vennootschap Iza Zorgverzekeraar N.V., gevestigd te Alkmaar, eiseres, gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats gedaagde], gedaagde, die in persoon procedeert. Partijen worden hierna verder aangeduid als ‘Iza’ en ‘[gedaagde]’.
- Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 16 juli 2020, met producties; de conclusie van antwoord, bestaande uit de aantekeningen van de griffier van het telefonisch verweer; het tussenvonnis van 31 augustus 2020 waarin een mondelinge behandeling is bepaald; de aantekening dat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 oktober
- [gedaagde] is niet op de mondelinge behandeling verschenen. Het vonnis is nader bepaald op heden.
- Het geschil 2.
- Iza vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] wordt veroordeeld aan haar te betalen een bedrag van € 500,- aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 2.2 Iza legt nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst ten grondslag. [gedaagde] is gehouden om premie en eventueel voorgeschoten maar niet voor vergoeding in aanmerking komende zorgkosten te betalen. [gedaagde] heeft niet volledig aan deze verplichting voldaan. De achterstand bedraagt inclusief rente en kosten € 3.143,
- Om haar moverende redenen beperkt Iza haar vordering vooralsnog tot een bedrag van € 500,-. 2.
- [gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de vordering. Hierop wordt – voor zover in deze procedure van belang – in het navolgende ingegaan.
- De beoordeling 3.
- Partijen zijn in geschil over het bedrag dat [gedaagde] nog is verschuldigd. [gedaagde] erkent dat de gevorderde zorgkosten daadwerkelijk zijn gemaakt, maar voert aan dat het door Iza gevorderde bedrag niet klopt, omdat daarvan al € 3.000,- is betaald. 3.
- Hoewel [gedaagde] stelt dat hij al een deel van de vordering heeft betaald, heeft hij zijn verweer niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld met betaalbewijzen. Iza ontkent dat [gedaagde] al een deel betaald heeft. [gedaagde] is ook niet verschenen op de mondelinge behandeling, zodat [gedaagde] ook van deze gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt om zijn verweer nader te motiveren. Aangezien [gedaagde] de vordering niet op andere gronden heeft betwist, heeft [gedaagde] de vordering onvoldoende gemotiveerd weersproken. De gevorderde hoofdsom is dan ook toewijsbaar. Iza heeft haar vordering in deze procedure beperkt tot € 500,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.
- [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in proceskosten.
- De beslissing De kantonrechter: veroordeelt [gedaagde] aan Iza te betalen een bedrag van € 500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf 16 juli 2020 tot aan de dag van algehele voldoening; veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Iza vastgesteld op € 124,- aan griffierecht, € 105,09 aan dagvaardingskosten en € 150,- aan salaris voor de gemachtigde; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 41645