RECHTBANK ROTTERDAM Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: ROT 19/3036 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2021 in de zaak tussen [naam eiser], te [woonplaats eiser], eiser en Autoriteit Persoonsgegevens, verweerder gemachtigden: mr. O.S. Nijveld en mr. J.M.A. Koster. Als derde-partij neemt aan het geding deel: [naam partij], te [vestigingsplaats] gemachtigde: [naam 1]. Procesverloop Bij besluit van 27 februari 2019 (primair besluit) heeft verweerder eiser bericht over de afhandeling van zijn klacht. Bij besluit van 16 mei 2019 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 februari 2021. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. [naam partij] heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, vergezeld door haar dochter [naam 2]. Overwegingen 1. [naam partij] heeft DEX Online Services ingeschakeld om haar ledenadministratie, met daarin persoonsgegevens van eiser, te automatiseren. Ook biedt [naam partij] haar leden de mogelijkheid om gebruik te maken van de app Yogibit, om toegang te krijgen tot hun eigen gegevens, zodat zij zich bijvoorbeeld kunnen af- en aanmelden voor lessen. Op 30 januari 2019 heeft eiser een klacht ingediend bij verweerder over [naam partij] en verweerder verzocht om (handhavende) maatregelen te nemen tegen [naam partij], omdat de handelswijze van [naam partij] volgens eiser niet in overeenstemming is met Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (de Algemene Verordening Gegevensbescherming: AVG). Verweerder heeft de klacht bij besluit van 27 februari 2019 afgewezen, omdat zij geen evidente overtreding van de AVG constateerde. Eiser heeft tegen deze afwijzing bezwaar gemaakt. 2. In het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Daaraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat [naam partij] door het inschakelen van DEX Online Services niet in strijd handelt met de AVG. Zowel [naam partij] als DEX Online Services heeft gehoor gegeven aan het verzoek van eiser om verwijdering in de zin van artikel 17 van de AVG. [naam partij] beschikt over een geldige grondslag voor de verwerking van eisers persoonsgegevens en niet is gebleken dat zijn persoonsgegevens zijn verwerkt in de YogiBit app. Gelet op het voorgaande bestond er voor verweerder op grond van paragraaf 2.5. Beleidsregels prioritering klachtenonderzoek (Beleidsregels) geen aanleiding om deze kwestie te toetsen aan de prioriteringscriteria en om een nader onderzoek in te stellen. Verweerder ziet geen aanleiding om handhavend of anderszins op te treden tegen [naam partij] of DEX Online Services. 3. In beroep voert eiser aan dat [naam partij], voordat zijn persoonsgegevens aan DEX Online Services zouden worden verstrekt, eerst nadrukkelijk aan hem om toestemming daarvoor had moeten vragen. Volgens eiser is verweerder vergeten om te kijken naar de definitie van ‘toestemming’, zoals weergegeven in artikel 4, onder 11, van de AVG. Volgens eiser was het voor [naam partij] niet noodzakelijk in de zin van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, van de AVG, om DEX Online Services in te schakelen voor haar leerlingenadministratie. [naam partij] had er ook voor kunnen kiezen om een secretaresse aan te nemen, wat mogelijk wel noodzakelijk zou zijn geweest. Daarnaast stelt eiser dat hij als vrije EU-burger het recht heeft om te kiezen of hij mee wil gaan in de keuze van [naam partij] voor die derde-partij. Verweerder is er in het bestreden besluit aan voorbijgegaan dat [naam partij], voordat DEX Online Services werd ingeschakeld, altijd zelfstandig de ledenadministratie heeft bijgehouden en dat, hoewel het bijhouden daarvan noodzakelijk is, voor het inschakelen van een derde partij nog geen overtuigend bewijs of argument is overgelegd. Nu de noodzakelijkheid ontbreekt, is volgens eiser artikel 6, eerste lid, onder a, van de AVG van toepassing en was zijn toestemming vereist voor het verstrekken van zijn persoonsgegevens aan DEX Online Services. Bij wijze van subsidiair standpunt stelt eiser dat het aan DEX Online Services was om zich ervan te vergewissen dat [naam partij] voldeed aan de in artikel 6 van de AVG gestelde voorwaarden. Ook stelt eiser dat [naam partij] op grond van artikel 5, tweede lid, van de AVG als verwerkingsverantwoordelijke een verantwoordingsplicht heeft en de naleving van artikel 5, eerste lid, van de AVG moet kunnen aantonen. Hij stelt dat in het besluit ontbreekt dat deze naleving zou zijn aangetoond. Eiser stelt dat het voorgaande ook geldt ten aanzien van de invoering van zijn persoonsgegevens in de YogiBit-app. 4. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak. 4.1. De rechtbank overweegt als volgt. 4.2. Niet in geschil is dat [naam partij] moet worden aangemerkt als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, aanhef en onder 7, van de AVG en dat DEX Online Services moet worden aangemerkt als verwerker in de zin van artikel 4, aanhef en onder 8, van de AVG. [naam partij] heeft DEX Online Services ingeschakeld om haar ledenadministratie te automatiseren en bepaalt daarmee doel en middelen van de verwerking. DEX Online Services verwerkt persoonsgegevens van [naam partij] in opdracht van [naam partij]. 4.3. De mogelijke grondslagen voor rechtmatige verwerking van persoonsgegevens staan in artikel 6 van de AVG. Voor zover hier van belang is de verwerking op grond van artikel 6, eerste lid, onder a, van de AVG rechtmatig als de betrokkene toestemming heeft gegeven voor de verwerking van zijn persoonsgegevens voor een of meer specifieke doeleinden. Op grond van artikel 6, eerste lid, onder b, van de AVG is de verwerking rechtmatig als de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is. 4.4. De noodzakelijkheidstoets betekent dat moet worden voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het proportionaliteitsbeginsel betekent dat de inbreuk op de belangen van de bij de verwerking van de persoonsgegevens betrokken persoon niet onevenredig mag zijn in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel. Op grond van het subsidiariteitsbeginsel mag het doel waarvoor de persoonsgegevens worden verstrekt in redelijkheid niet op een andere, voor de bij de verwerking van persoonsgegevens betrokken persoon, minder nadelige wijze kunnen worden verwezenlijkt. 4.5. De rechtbank stelt vast dat het doel van de verwerking van de persoonsgegevens het bijhouden van de ledenadministratie door [naam partij] is. Partijen zijn het erover eens dat dit een gerechtvaardigd doel is in de zin van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder b, van de AVG. Partijen zijn het er ook over eens dat het bijhouden van de ledenadministratie door [naam partij] noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan de overeenkomst die eiser met [naam partij] had. Zoals verweerder terecht stelt, zijn partijen het er daarmee over eens dat [naam partij] zich hierbij in beginsel kan beroepen op de grondslag ‘noodzakelijk voor de overeenkomst’. Partijen verschillen wel van mening over de vraag of het inschakelen van DEX Online Services door [naam partij] voor de automatisering van haar ledenadministratie noodzakelijk was en of dat van belang is. 4.6. Naar het oordeel van de rechtbank stond het [naam partij] als verwerkingsverantwoordelijke vrij om te besluiten de persoonsgegevens binnen de organisatie te verwerken, of om de verwerkingen uit te besteden aan een externe organisatie als verwerker, zijnde in dit geval DEX Online Services. Dex Online Services kan zich in dat kader beroepen op de grondslag van de verwerkingsverantwoordelijke, [naam partij], waarbij [naam partij] verantwoordelijk blijft voor de verwerkingen die zij heeft uitbesteed aan Dex Online Services. In dat kader is ook een verwerkersovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 28 van de AVG, tussen [naam partij] en Dex Online Services opgemaakt. Dat deze overeenkomst mogelijk geantidateerd kan zijn, zoals eiser ter zitting heeft gesteld, doet de rechtbank nog niet twijfelen aan de juistheid van (de totstandkoming van) deze overeenkomst. DEX Online Services was vervolgens gehouden om de persoonsgegevens indachtig de overeenkomst tussen eiser en [naam partij] te verwerken. In dat kader bestond er ook geen aanleiding om eiser separaat daarvoor om toestemming te vragen. Geheel ten overvloede merkt de rechtbank op dat, voor zover desalniettemin zou moeten worden geoordeeld dat het noodzakelijkheidsvereiste ook zou gelden ten opzichte van Dex Online Services, daaraan in dit geval wordt voldaan. In dat kader heeft [naam partij] ter zitting toegelicht dat de administratie eerst op papier en in Excel werd bijgehouden, maar dat vanwege de enorme groei van [naam partij] een andere wijze van administreren noodzakelijk was. In eerste instantie werd een secretaresse ingeschakeld, maar omdat dat geen financieel haalbare oplossing bleek, werd er – mede vanuit veiligheidsoogpunt – voor gekozen om de administratie in het vervolg via DEX Online Services te laten verlopen. De rechtbank ziet geen aanleiding hieraan te twijfelen, zodat de rechtbank geen grond ziet voor het oordeel dat het uitbesteden van de verwerkingen aan DEX Online Services niet noodzakelijk was. Ook rust, anders dan eiser bij wijze van subsidiair standpunt stelt, op DEX Online Services als verwerker geen verplichting om zich ervan te vergewissen dat [naam partij] als verwerkingsverantwoordelijke aan de in artikel 6 van de AVG gestelde verplichtingen voldeed. 4.7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat is voldaan aan de verantwoordingsplicht die [naam partij] heeft ten aanzien van de naleving van artikel 5, eerste lid, van de AVG. Zoals verweerder ter zitting heeft toegelicht is daar in dit geval invulling aan gegeven doordat de ondertekende verwerkingsovereenkomst tussen [naam partij] en DEX Online Services is overgelegd. 4.8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich genoegzaam gemotiveerd op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat de persoonsgegevens van eiser zijn verwerkt in de YogiBit-app en dat het leden van [naam partij] vrijstaat om al dan niet gebruik te maken van deze app. Ter zitting is door [naam partij] bovendien aangegeven dat aan eiser alternatieven zijn aangeboden, zodat hij de app niet hoefde te gebruiken. Eiser heeft dat in beroep niet afdoende gemotiveerd betwist. Gelet op het voorgaande kan hetgeen eiser in beroep heeft aangevoerd ten aanzien van de invoering van zijn gegevens in de YogiBit-app niet slagen. 4.9. Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat er geen evidente overtreding is van de AVG en dat er geen aanleiding is om de klacht van eiser nader te onderzoeken. De stellingen van eiser, dat hij zich als EU-burger niet beschermd voelt door verweerder en dat door [naam partij] en Dex Online Services tijdens de hoorzitting niet onderbouwde beweringen zijn gedaan, zoals dat eiser nieuwsbrieven met uitleg zou hebben ontvangen, leiden de rechtbank niet tot een ander oordeel, nu deze stellingen niet kunnen afdoen aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit. 5. De beroepsgrond van eiser dat hij, zelfs als de AVG niet in werking zou zijn getreden, zou zijn beschermd door de Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp), slaagt tot slot evenmin. Redengevend daartoe is alleen al dat de AVG op 25 mei 2018 in werking is getreden en van toepassing is geworden. De Wbp is toen ingetrokken. 6. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond. 7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.J. Adriaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. H.L. de Vries, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2021. De griffier is buiten staat Griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bijlage – wettelijk kader 1. Overweging 141 van de preambule van Richtlijn 95/46/EG (de Algemene Verordening Gegevensbescherming: AVG) luidt: Iedere betrokkene dient het recht te hebben om een klacht in te dienen bij één enkele toezichthoudende autoriteit, met name in de lidstaat waar hij gewoonlijk verblijft, en een doeltreffende voorziening in rechte in te 4.5.2016 L 119/25 Publicatieblad van de Europese Unie NL stellen overeenkomstig artikel 47 van het Handvest indien hij meent dat inbreuk is gemaakt op zijn rechten uit hoofde van deze verordening of indien de toezichthoudende autoriteit niet optreedt naar aanleiding van een klacht, een klacht gedeeltelijk of geheel verwerpt of afwijst, of indien deze niet optreedt wanneer zulk optreden noodzakelijk is ter bescherming van de rechten van de betrokkene. Het onderzoek dat naar aanleiding van een klacht wordt uitgevoerd, gaat niet verder dan in het specifieke geval passend is en kan worden onderworpen aan rechterlijke toetsing. De toezichthoudende autoriteit dient de betrokkene binnen een redelijke termijn in kennis te stellen van de voortgang en het resultaat van de klacht. Indien de zaak verder onderzoek of coördinatie met een andere toezichthoudende autoriteit vereist, dient de betrokkene tussentijdse informatie te worden verstrekt. Elke toezichthoudende autoriteit dient maatregelen te treffen om het indienen van klachten te faciliteren, zoals het ter beschikking stellen van een klachtenformulier dat tevens elektronisch kan worden ingevuld, zonder dat andere communicatiemiddelen worden uitgesloten. Artikel 4 van de AVG luidt: Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: 1) „persoonsgegevens”: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon („de betrokkene”); als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon; 2) „verwerking”: een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens; (…) 7) „verwerkingsverantwoordelijke”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een ander orgaan die/dat, alleen of samen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt; wanneer de doelstellingen van en de middelen voor deze verwerking in het Unierecht of het lidstatelijke recht worden vastgesteld, kan daarin worden bepaald wie de verwerkingsverantwoordelijke is of volgens welke criteria deze wordt aangewezen; 8) „verwerker”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een ander orgaan die/ dat ten behoeve van de verwerkingsverantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt; (…) 11) „toestemming” van de betrokkene: elke vrije, specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige wilsuiting waarmee de betrokkene door middel van een verklaring of een ondubbelzinnige actieve handeling hem betreffende verwerking van persoonsgegevens aanvaardt; (…) Artikel 5 van de AVG luidt: Beginselen inzake verwerking van persoonsgegevens 1.Persoonsgegevens moeten: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.