beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/613524 / JE RK 21-420 datum uitspraak: 26 maart 2021 beschikking verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam, betreffende [naam kind 1], geboren op [geboortedatum kind 1] 2012 te [geboorteplaats kind 1], hierna te noemen [naam kind 1], [naam kind 2], geboren op [geboortedatum kind 2] 2013 te [geboorteplaats kind 2], hierna te noemen [naam kind 2]. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder], hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [naam vader], hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader]. Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 16 februari 2021, ingekomen bij de griffie op 18 februari
- Op 26 maart 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de moeder, - een vertegenwoordigster van de GI, [naam]. Opgeroepen en niet verschenen is: - de vader. De feiten Het ouderlijk gezag over [naam kind 1] en [naam kind 2] wordt uitgeoefend door de ouders. [naam kind 1] en [naam kind 2] wonen bij de moeder. Bij beschikking van 10 maart 2020 is de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] en [naam kind 2] verlengd tot 10 april
- Het verzoek De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] en [naam kind 2] te verlengen voor de duur van zes maanden. De standpunten De GI heeft het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. In het afgelopen jaar zijn er veel stappen gezet. Er is een omgangsregeling met de vader vastgesteld en deze regeling wordt nageleefd. In augustus 2020 is MST-CAN gestart en zij bieden intensieve ondersteuning. Ook is er traumabehandeling ingezet voor de kinderen. Het MST-CAN traject zal eind mei 2021 worden afgerond. Vanuit MST-CAN zal een advies worden gegeven voor eventuele vervolghulp. Een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden is noodzakelijk om de lijnen uit te zetten, vervolghulp op te starten en het verloop van de vervolghulp te monitoren. Omdat de moeder een ambivalente houding heeft ten aanzien van de hulpverlening, wil de GI dit volgen. De moeder heeft zich verzet tegen het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij wil aan zichzelf werken, zichzelf ontwikkelen en de kans krijgen om er samen met de vader uit te komen. De beoordeling Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat [naam kind 1] en [naam kind 2] samen wonen met hun moeder. In de afgelopen periode zijn er positieve stappen gezet. Er is omgang opgestart tussen de kinderen en hun vader en dit verloopt goed. Ook is er intensieve hulpverlening in de vorm van MST-CAN ingezet in de thuissituatie, welk traject eind mei 2021 zal eindigen. Vervolgens zal bekeken worden of de inzet van vervolghulp noodzakelijk is en in welke vorm dit moet plaatsvinden. Gelet op de positieve ontwikkelingen en in aanmerking genomen dat het MST-traject eind mei 2021 zal eindigen, zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] en [naam kind 2] verlengen voor de duur van drie maanden en het verzoek voor het overige afwijzen. Een periode van drie maanden acht de kinderrechter voldoende om, indien nodig, passende vervolghulpverlening in te kunnen zetten. Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De beslissing De kinderrechter: verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] en [naam kind 2] tot 10 juli 2021; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het anders of meer verzochte. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2021 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Spaans als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beslissing is vastgesteld op 31 maart
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.