RECHTBANK ROTTERDAM Strafrecht Zittingsplaats Rotterdam parketnummer : 10-074728-21 bevel gevangenhouding met bevel schorsing van de raadkamer d.d. 31 maart 2021 (artikel 65 en 80 Wetboek van Strafvordering) in de strafzaak tegen de verdachte: [naam verdachte], geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte], inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [adres verdachte], nu gedetineerd in RIJ Den Hey-Acker. Raadsvrouw mr. S. Epema. Procedure De rechter-commissaris heeft op 18 maart 2021 de bewaring bevolen. De officier van justitie heeft de gevangenhouding van de verdachte gevorderd. De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft de officier van justitie, de verdachte en de raadsvrouw gehoord. De verdediging heeft de schorsing van de voorlopige hechtenis verzocht. Beoordeling Na onderzoek is gebleken dat de verdenking, de ernstige bezwaren en de grond(en) als bedoeld in artikel 67a van het Wetboek van Strafvordering, die tot het bevel tot bewaring van verdachte hebben geleid, ook op dit moment nog bestaan. De rechtbank is van oordeel dat een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering op dit moment nog niet aan de orde is. De rechtbank overweegt dat de verdachte in 2020 in de ouderlijke woning is overvallen waarbij hij is gestoken met een mes. De verdachte en zijn familie zijn constant doelwit van dezelfde groep en wordt voortdurend bij hun woning opgezocht waardoor de spanningen oplopen. De verdachte is drie weken geleden door de groep op straat in elkaar geslagen. Op de raadkamer heeft de officier van justitie meegedeeld dat hij niet in staat is geweest om voor de verdachte en zijn familie voldoende veiligheid te waarborgen. Gezien de aard van de zaak en de omstandigheden waaronder het feit is begaan, te weten het voorhanden hebben van een vuurwapen, is de rechtbank van oordeel dat het persoonlijk belang van de verdachte zwaarder weegt dan het strafvorderlijk belang. Daarbij komt dat de doelen die met voorlopige hechtenis worden nagestreefd door het stellen van voorwaarden aan een schorsing ook kunnen worden bereikt. De verdachte heeft zich bereid verklaard tot nakoming van de hieronder vermelde schorsingsvoorwaarden. De rechtbank neemt de artikelen 65, 66, 67, 67a, 78 en 80 van het Wetboek van Strafvordering in aanmerking. Beslissing De rechtbank: beveelt de gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van 30 (dertig) dagen; schorst de voorlopige hechtenis met ingang van 1 april 2021 te 10:00 uur, onder de volgende voorwaarden.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.