Rechtbank Rotterdam – ECLI:NL:RBROT:2021:2936
RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven Zittingsplaats Dordrecht zaaknummer/rolnummer: C/10/561855 HA ZA 18-1048 Vonnis van 31 maart 2021 in de zaak van [naam eiseres 1] , wonende te [woonplaats eiseres 1] , tevens gemachtigde van 1. [naam eiseres 2], wonende te [woonplaats eiseres 2] ;
Eisende partij in conventie en gedaagde partij in conventie worden hierna mede aangeduid als “de zussen” respectievelijk “de broers.”
1.2 Het proces-verbaal van de op 11 juli 2019 gehouden comparitie van partijen is, met instemming van partijen, buiten aanwezigheid van partijen opgesteld.
1.3 Op 20 november 2020 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Aanwezig waren [naam eiseres 1] en [naam eiseres 5] in persoon, bijgestaan door mr. drs. Bissessur, en [naam gedaagde 2] in persoon, bijgestaan door mr. Stut. De griffier heeft aantekening gemaakt van wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken. Beide partijen hebben ter zitting hun standpunten (nader) toegelicht.
1.4 De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op vandaag.
2.2 Erflaatster was ten tijde van haar overlijden ongehuwd en niet geregistreerd als partner in de zin van artikel 1:80a van het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.3 Uit het uittreksel uit het Centraal Testamentenregister blijkt dat erflaatster geen testament heeft opgesteld. Haar nalatenschap vererft daarom naar de wettelijke erfgenamen, zijnde haar kinderen: [naam gedaagde 1] , geboren te [geboorteplaats gedaagde 1] op [geboortedatum gedaagde 1] ; [naam eiseres 1] , geboren te [geboorteplaats eiseres 1] op [geboortedatum eiseres 1] ; [naam gedaagde 2] , geboren te [geboorteplaats gedaagde 2] op [geboortedatum gedaagde 2] ; [naam eiseres 2] , geboren te [geboorteplaats eiseres 2] op [geboortedatum eiseres 2] ; [naam eiseres 3] , geboren te [geboorteplaats eiseres 3] op [geboortedatum eiseres 3] ; [naam gedaagde 3] , geboren te [geboorteplaats gedaagde 3] op [geboortedatum gedaagde 3] ; [naam eiseres 4] , geboren te [geboorteplaats eiseres 4] op [geboortedatum eiseres 4] ; [naam eiseres 5] , geboren te [geboorteplaats eiseres 5] op [geboortedatum eiseres 5] en [naam eiseres 6] , geboren te [geboorteplaats eiseres 6] op [geboortedatum eiseres 6] .
2.4 Tot de nalatenschap van erflaatster behoren de volgende percelen:
2.5 De nalatenschap van erflaatster is door de wettelijke erfgenamen, met uitzondering van [naam gedaagde 1] , zuiver aanvaard.
2.6 Bij beschikking van 22 januari 2021 (zaaknummer: 8893387 VZ VERZ 20-19648) is aan [naam gedaagde 1] op grond van artikel 4:192 lid 2 BW een termijn gesteld waarbinnen hij de nalatenschap moet aanvaarden of verwerpen.
2.7 Blijkens raadpleging van het boedelregister door de griffier op 24 maart 2021 heeft [naam gedaagde 1] zich (nog) niet uitgelaten omtrent beneficiaire aanvaarding of verwerping.
3.2 De zussen stellen daartoe dat van hen niet langer gevergd kan worden dat zij in een onverdeeldheid verblijven. Zij wensen daarom over te gaan tot scheiding en verdeling van de nalatenschap van erflaatster.
In reconventie 3.3 [naam eiser 3] en [naam eiser 2] wensen eveneens verdeling van de nalatenschap van erflaatster.
3.4 [naam eiser 3] vordert de wijze van verdeling vast te stellen, meer in het bijzonder door een taxateur te benoemen om de marktwaarde van het perceel te doen vaststellen en daarbij te bepalen dat iedere partij voor 1/9e in de kosten van taxatie dient bij te dragen, alsmede een verkopend makelaar te benoemen die het perceel in de verkoop zal plaatsen op de daarvoor gebruikelijke wijze en in dat kader ook de verkoopprijs dient te bepalen, en kostenveroordeling.
3.5 Met instemming van de zussen vordert [naam eiser 2] na wijziging van eis d.d. 23 december 2020, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: primair:
4.2 Tijdens de op 11 juli 2019 gehouden comparitie van partijen hebben de zussen, [naam gedaagde 2] en [naam gedaagde 3] een aantal afspraken gemaakt waaronder het, zo mogelijk in overleg, voorstellen van een aantal taxateurs voor de taxatie van de tot de nalatenschap van erflaatster behorende onroerende zaken en het laten opmaken van een verklaring van erfrecht. Tevens is afgesproken dat mr. De Bakker, tot augustus 2020 de advocaat van [naam gedaagde 3] , aan de kantonrechter het verzoek zou doen om de in deze procedure niet verschenen [naam gedaagde 1] een termijn te stellen waarbinnen hij moet verklaren of hij de nalatenschap aanvaardt of verwerpt.
Tijdens de comparitie van partijen heeft [naam gedaagde 2] zijn reconventionele vordering, voor zover deze betrekking heeft op de sieraden van erflaatster, ingetrokken.
4.3 De rechtbank heeft de door partijen voorgestelde taxateurs benaderd met het verzoek of deze bereid zijn de betreffende percelen te taxeren en indien zij daartoe bereid zouden zijn de rechtbank een opgave te doen van de kosten ter zake van de taxatie van de waarde van de percelen en de kosten ter zake van het opmaken van uitmetingskaarten en de toekenning van Perceels-ID’s door GLIS met betrekking tot de allodiale eigendom.
4.4 Van de benaderde taxateurs heeft de heer [naam 1] zich op 21 oktober 2019, onder opgave van kosten, bereid verklaard de taxaties te verrichten. De andere, op voorstel van partijen benaderde, taxateur [naam 3] , heeft de rechtbank verwezen naar een collega taxateur in het [geboorteplaats erflaatster] . Deze taxateur, [naam 2] , heeft zich op 9 januari 2020, onder opgave van kosten, eveneens bereid verklaard de benodigde taxaties te verrichten.
4.5 [naam 1] heeft de aan de taxatie verbonden kosten begroot op € 1.575,00/ SRD 13.072,50. [naam 2] heeft de kosten voor het opmaken van perceelkaarten begroot op € 1.300,00 en de kosten voor het opstellen van taxatierapporten begroot op € 680,00.
4.6 Partijen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld zich uit te laten omtrent de begrote taxatiekosten. [naam gedaagde 2] heeft bij die gelegenheid verklaard niet akkoord te gaan met de (hoogte van de) kostenbegrotingen en dat hij door persoonlijke omstandigheden niet in staat is zijn deel van de voorschotten te voldoen. [naam gedaagde 3] heeft verklaard geen opmerkingen te hebben ten aanzien van de kostenbegrotingen van de deskundigen.
Bij brief van hun advocaat van 28 augustus 2020 hebben de zussen de rechtbank bericht dat partijen geen overeenstemming hebben kunnen bereiken omtrent de acceptatie van de uitgebrachte offertes en de betaling van de begrote kosten, en een mondelinge behandeling verzocht.
4.7 Tijdens de mondelinge behandeling op 20 november 2020 zijn de zussen en [naam gedaagde 2] overeengekomen dat door [naam gedaagde 2] een eiswijziging zal worden ingediend die door de zussen aan [naam gedaagde 1] en [naam gedaagde 3] zal worden betekend.
De zussen en [naam gedaagde 2] zijn bij de eiswijziging uitgegaan van een verdeling van de nalatenschap over de negen wettelijke erfgenamen van erflaatster. [naam gedaagde 1] heeft zich tot op heden niet uitgelaten over de aanvaarding dan wel verwerping van de nalatenschap. Indien hij de bij beschikking van 22 januari 2021 gestelde termijn laat verlopen zonder een keuze te hebben gedaan dan wordt hij conform artikel 4:192 lid 3 BW geacht de nalatenschap zuiver te hebben aanvaard.
Mocht echter blijken dat [naam gedaagde 1] de nalatenschap verwerpt, en geen van zijn afstammelingen de nalatenschap zal aanvaarden, dan worden maar acht erfgenamen tot de nalatenschap geroepen en kan aan iedere erfgenaam een groter gedeelte worden toegekend.
4.8 De zussen en [naam gedaagde 2] zijn het erover eens dat de waarde van de onroerende zaken gelegen in [geboorteplaats erflaatster] , door een deskundige bindend zal moeten worden vastgesteld en dat, indien door [naam gedaagde 2] gewenst, de toedeling van (beide of één van) de onroerende zaken aan hem zal plaatsvinden. Over de persoon van de taxateur hebben de zussen en [naam gedaagde 2] eveneens overeenstemming bereikt. Ook hebben zij overeenstemming bereikt dat, indien [naam gedaagde 2] mocht afzien van toedeling aan hem van beide of één van de onroerende zaken, de te benoemen notaris een makelaar zal aanwijzen die als verkopend makelaar zal optreden.
Nu [naam gedaagde 1] en [naam gedaagde 3] , hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet op de eiswijziging hebben gereageerd zal de rechtbank de gewijzigde primaire vordering toewijzen op de wijze als hierna opgenomen.
De door [naam gedaagde 3] ingestelde reconventionele vordering behoeft geen nadere bespreking en beoordeling, aangezien ook hij vaststelling van de verdeling en benoeming van een taxateur wenste, zij het in iets andere bewoordingen.
Het bevel tot verdeling 4.9 Op grond van artikel 3:178 BW jo artikelen 677 e.v. Rv zal de rechtbank partijen bevelen tot verdeling ten overstaan van een notaris over te gaan.
Aanwijzing notaris, benoeming onzijdig persoon, afhandeling van de kosten 4.10 Tegen de benoeming van een notaris, onzijdig persoon en de afhandeling van de kosten is door [naam gedaagde 1] en [naam gedaagde 3] geen bezwaar gemaakt. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en de door de zussen en [naam gedaagde 2] voorgestelde notaris aanwijzen en een onzijdig persoon ex artikel 3:181 BW juncto 677 lid 1 en 2 Rv benoemen voor het geval één of meer erfgenamen niet meewerkt/meewerken aan de verdeling.
Blijkens de verklaring van 23 maart 2021 heeft [naam 4] , [naam kantoor] te Dordrecht, zich bereid verklaard de benoeming tot onzijdig persoon te aanvaarden.
4.11 In een procedure als de onderhavige is het, gelet op de erfrechtelijke aspecten en de omstandigheid dat partijen familie van elkaar zijn, gebruikelijk de kosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De rechtbank vindt echter aanleiding te bepalen dat de integrale kosten van de advocaten mr. Stut en mr. Bissessur worden vergoed uit de aanwezige banktegoeden en/of de (eventuele) opbrengsten van de verkoop van een of beide onroerende goederen aan de partij die deze kosten heeft voldaan en, voor zover deze kosten nog niet zijn voldaan, worden voldaan uit de aanwezige banktegoeden en/of (eventuele) opbrengsten van de verkoop van een of beide onroerende goederen.De door [naam gedaagde 3] gemaakte advocaatkosten kunnen thans niet worden meegenomen, nu deze kosten niet zijn gevorderd. De rechtbank wil partijen meegeven het wel redelijk te achten dat ook zijn advocaatkosten ter zake van deze procedure uiteindelijk zullen worden toegerekend aan de nalatenschap.
In conventie en in reconventie: beveelt de verdeling van de onverdeeldheid, bestaande uit de onder 2.4 vermelde onroerende zaken gelegen in het [geboorteplaats erflaatster] , en eventuele banktegoeden, afkomstig uit de nalatenschap van erflaatster; beveelt de erfgenamen tot deze verdeling over te gaan ten overstaan van mr. F.F. Lalmahomed, notaris te Den Haag, die door de rechtbank als zodanig wordt aangewezen; bepaalt dat de notaris ten eerste een verklaring van erfrecht opmaakt; bepaalt de wijze van verdeling als volgt: a. a) eventuele banktegoeden zullen gelijkelijk over de erfgenamen worden verdeeld;
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters, rechter en in het openbaar uitgesproken.
452