vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/615089 / KG ZA 21-200 Vonnis in kort geding van 14 april 2021 in de zaak van [naam eiser] , wonende te [woonplaats eiser], eiser, advocaat mr. M.J.A. van der Burg te Ridderkerk, tegen [naam gedaagde] , wonende te [woonplaats gedaagde], gedaagde, advocaat mr. H.F.A. Notenboom te Rotterdam. Partijen worden hierna [naam eiser] en [naam gedaagde] genoemd. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 19 maart 2021 met producties 1 tot en met 6 producties 1 tot en met 10 van [naam gedaagde] de mondelinge behandeling gehouden op 31 maart 2021 de pleitnota van [naam eiser] de pleitnota van [naam gedaagde]. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. Partijen zijn op 18 februari 1998 geregistreerd als partners. Op 13 september 2002 is hun geregistreerd partnerschap omgezet in een huwelijk. Partijen waren in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. De echtscheiding is bij beschikking van deze rechtbank van 10 juli 2019 uitgesproken. Die beschikking is op 9 augustus 2019 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. 2.2. Partijen hebben twee kinderen, [naam kind 1] en [naam kind 2]. [naam kind 2] is nog minderjarig en heeft zijn hoofdverblijf bij [naam gedaagde]. Het ouderlijk gezag over [naam kind 2] berust bij beide ouders. Ook [naam kind 1] woont bij [naam gedaagde]. 2.3. Tijdens hun relatie hebben partijen de woning gelegen aan de [adres] (hierna: de Woning) in gezamenlijke eigendom verkregen. Op de Woning rust een door partijen afgesloten hypotheek. Aan die hypotheek is een kapitaalverzekeringspolis gekoppeld. Bij de echtscheidingsbeschikking van 10 juli 2019 is, overeenkomstig het aan die beschikking gehechte en op 12 december 2018 door partijen ondertekende echtscheidingsconvenant (hierna: het Convenant), de (wijze van) verdeling van (o.a.) de Woning, de hypotheek en de kapitaalverzekeringspolis vastgesteld. 2.4. In het Convenant is, voor zover relevant, het volgende vermeld: “Artikel 3 DE VOORMALIGE ECHTELIJKE WONING 3.1 Aan de man en de vrouw behoort toe de onroerende zaak staande en gelegen aan de [adres], kadastraal bekend gemeente IJsselmonde ISMO 1, sectie [sectie], nummer [nummer], groot 225 m2. 3.2 De hypothecaire schuld die op de woning rustte op 12 april 2018 bedroeg € 271 773 afgesloten bij Nationale Nederlanden met nummers (…). 3.3 Aan de hypotheek is een polis gekoppeld, afgesloten bij Nationale Nederlanden met nummer (…), waarvan de waarde op 9 augustus 2018 € 23 966,90 bedroeg. Deze zal bij verkoop van de woning of bij overname van de woning door de vrouw worden aangewend voor aflossing van de hypotheekschuld. 3.4 De vrouw heeft aangegeven de woning te willen overnemen. Om de waarde van de woning vast te kunnen stellen, is een taxatierapport opgesteld door [naam makelaar], [adres makelaar]. De kosten van de taxatie bedragen € 500 en zullen door partijen ieder voor de helft worden gedragen. Bij de waardering van de woning is dit taxatierapport gevolgd. 3.5 De man en de vrouw hebben met elkaar afgesproken dat de vrouw zo gauw dit convenant is ondertekend, alles in het werk zal stellen om de woning op haar naam te zetten. Omdat verwacht wordt dat dit even kan duren en het niet onmogelijk is dat het de vrouw met haar huidige baan niet lukt, hebben partijen met elkaar afgesproken dat de vrouw hiervoor de tijd krijgt tot 31 maart 2020. Indien uiterlijk op 31 maart 2020 blijkt dat de woning niet op naam van de vrouw kan worden gezet, treden partijen met elkaar in overleg vóór 15 april 2020 teneinde de verkoop van de woning voor te bereiden (zie art. 3.9), tenzij partijen anders overeenkomen. Daarbij is in ogenschouw genomen dat de vrouw eerst na een periode van 6 maanden een vaste aanstelling zal kunnen krijgen en een inkomensverklaring moet kunnen overleggen. 3.6 Indien per 1 januari 2019 de hypotheek nog niet door de vrouw is overgenomen, zal zij vanaf 1 januari 2019 de helft van de hypotheeklast van de man overnemen. (De verdeling van de hypotheeklasten wordt dan 75%-25%). De man betaalt vanaf dat moment 25% van de hypotheeklasten, zijnde € 181,63. De aftrekbare hypotheeklast voor de man bedraagt in dat geval 25% van de aftrekbare hypotheekrente en het doorlopend krediet, voor zover dat betrekking heeft op de eigen woning. Het eigenwoningforfait voor de man zal dan 25% bedragen. De vrouw zal vanaf dat moment de woon-verzekeringen alsmede de ongevallenverzekering op zich nemen. De man betaalt dan zelf zijn levensverzekering voor de hypotheekpolis (€ 96,50) en de WW-verzekering (€ 14,89). Deze lasten moeten uiterlijk de 25e van elke maand zijn voldaan. 3.7 Vanaf het moment dat de vrouw gaat samenwonen met haar nieuwe partner, zal zij de volledige hypotheeklasten op zich nemen. De kosten voor de man bedragen dan de kosten van levensverzekering (€ 96,50) en WW-verzekering (€ 14,89), totaal € 111,39 per maand. Vanaf dat moment vervalt zijn recht op hypotheekrenteaftrek. 3.8 Ten tijde van het ondertekenen van het convenant had de vrouw een relatie. De overname van de woning door de vrouw zal met deze relatie plaats vinden. Indien de relatie eindigt, zal de vrouw dit binnen 15 dagen na de beëindiging kenbaar maken aan de man en zal de woning binnen 1 maand na de beëindiging ervan te koop worden gezet. Bij de verkoop worden de afspraken genoemd in artikel 3.9 in acht genomen. 3.9 Indien de vrouw de woning niet kan overnemen, zal de woning te koop worden gezet. Partijen zullen gezamenlijk een makelaar uitzoeken. De verkoopopdracht wordt door de man en de vrouw gegeven. Voor de bepaling van de prijs zullen partijen zich laten leiden door de makelaar indien partijen van mening hierover verschillen. Omdat de vrouw de woning tot dat moment zal bewonen, zullen de contacten over de verkoop (bezichtigingen e.d.) via de makelaar lopen. Partijen hebben verklaard hieraan mee te werken door onder meer ervoor te zorgen dat de woning toegankelijk is voor bezichtigingen van potentiële kopers en er zorg voor te dragen dat de verkoop niet belemmerd wordt. Partijen zijn echter verplicht elkaar onverwijld te informeren over de (voortgang van de ) verkoop. 3.10 Bij verkoop van de woning zal de hypotheek worden afgelost. Ontstaat een restschuld na verkoop na aftrek van alle kosten en uitkering van de hypotheekverzekering, dan zal deze door partijen worden gedeeld. Ontstaat er een overwinst, dan zal deze door partijen worden gedeeld. (…) Artikel 10: GESCHILLEN In geval de partijen in de toekomst van mening verschillen omtrent de interpretatie of uitvoering van dit convenant zullen zij trachten door middel van onderling overleg tot een regeling te komen. Voor het geval zij hier niet in slagen, zullen zij zich wenden tot [naam] of een andere scheidingsbemiddelaar teneinde te trachten de gerezen geschilpunten door bemiddeling tot een oplossing te brengen. Pas als deze bemiddeling niet tot resultaat leidt, zullen de partijen zich elk tot een eigen advocaat wenden die dan het geschilpunt eventueel aan de rechter kan voorleggen.” 2.5. De WOZ-waarde van de Woning bedraagt per waarde peildatum van 1 januari 2020 € 264.000,00. 2.6. Sinds het uiteengaan van partijen verblijft [naam gedaagde] met de kinderen van partijen in de Woning. [naam eiser] huurt een woning in Schiedam. 2.7. Tussen partijen heeft op 16 maart 2020 overleg plaatsgevonden. Tijdens dat overleg kwam aan de orde de verlenging van de in het Convenant genoemde termijn waarbinnen [naam gedaagde] de overname van de Woning aan haar moest hebben geregeld. Ook is tussen partijen de verdeling van de woonlasten nader besproken. 2.8. [naam gedaagde] betaalt sinds 1 april 2020 de volledige woonlasten verbonden aan de Woning. [naam eiser] betaalt op dit moment uitsluitend nog zijn gedeelte van de kapitaalverzekeringspremie. 2.9. [naam eiser] heeft inkomsten uit arbeid. [naam gedaagde] heeft sinds 11 maart 2021 een nieuwe baan als administratief uitzendkracht, waaruit zij inkomsten uit arbeid genereert. Er zijn schulden. [naam gedaagde] staat bij Woonnet Rijnmond ingeschreven als woningzoekende. [naam gedaagde] heeft een partner. 2.10. Bij brief van 16 februari 2021 heeft [naam eiser] [naam gedaagde] verzocht en bij brief van 11 maart 2021 gesommeerd om haar medewerking aan de verdeling/verkoop van de Woning te verlenen. De reactie van [naam gedaagde] heeft in elk geval voor [naam eiser] niet het door hem gewenste resultaat opgeleverd; hij heeft daarop dit kort geding aanhangig gemaakt. 3. Het geschil 3.1. [naam eiser] vordert (zakelijk weergegeven) om bij vonnis, voor zover rechtens mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en voor zover de wet zulks toelaat: primair: 1. te bepalen dat [naam gedaagde] dient mee te werken aan verkoop van de Woning overeenkomstig het Convenant en in dat kader te bepalen dat [naam gedaagde] binnen een week na betekening van het te dezen te wijzen vonnis haar onvoorwaardelijke en onherroepelijke medewerking dient te verlenen om de Woning zo spoedig mogelijk te verkopen en te leveren aan een derde, waaronder, doch niet uitsluitend, dient te worden begrepen dat: a. [naam gedaagde] daartoe zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen een week na bete-kening van het te dezen te wijzen vonnis, dan wel een door UE te bepalen ter-mijn, een verkoopopdracht geeft aan een door haar, subsidiair [naam eiser], aan te wijzen makelaar; b. [naam gedaagde] alle redelijke adviezen van de behandelend makelaar ter bespoediging van de verkoop van de Woning opvolgt; c. [naam gedaagde] alle redelijke adviezen van de makelaar ter zake de prijsstelling van de Woning opvolgt; d. [naam gedaagde] haar medewerking verleent aan de levering/het transport van de Woning aan de koper, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat [naam gedaagde] in gebreke blijft aan het in deze te wijzen vonnis te voldoen; subsidiair: 2. in het geval [naam gedaagde] weigert haar medewerking te verlenen binnen een week na beteke-ning van het in deze te wijzen vonnis, dan wel een door UE te bepalen termijn, te be- palen dat dit vonnis in de plaats zal treden van de vereiste medewerking en handteke-ning(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.