Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/008405-21 Datum uitspraak: 14 april 2021 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [postcode verdachte] te [woonplaats verdachte] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie Hoogvliet, raadsman mr. W.J. van Bel, advocaat te Rotterdam. 1.Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 31 maart
- 2.Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3.Eis officier van justitie De officier van justitie mr. S.B. Epozdemir heeft gevorderd: bewezenverklaring van het tenlastegelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. 4.Waardering van het bewijs 4.
- Vrijspraak 4.1.
- Standpunt officier van justitie De tenlastegelegde feiten kunnen wettig en overtuigend worden bewezen. Vast staat dat op 25 november 2020 bij de [naam benzinestation] (gelegen aan de [adres delict 1] te Dordrecht) een poging tot afpersing heeft plaatsgevonden en op 4 december 2020 een diefstal met geweld bij de [naam supermarkt] (gelegen aan het [adres delict 2] te Dordrecht). Ook kan worden vastgesteld dat het gaat om één dader voor beide feiten, gelet op dezelfde modus operandi en het signalement van de dader. Een wijkagent heeft de verdachte herkend op de camerabeelden als deze dader. In de woning van de heer [naam persoon] waar de verdachte wordt aangehouden en waar hij ook regelmatig verblijft, wordt een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aangetroffen. Na onderzoek blijkt dit voorwerp sterke gelijkenissen te vertonen met het wapen dat is gebruikt tijdens de overvallen op de [naam benzinestation] en [naam supermarkt] . Gelet op de voorgaande feiten en omstandigheden kan wettig en overtuigend worden bewezen dat het de verdachte is geweest die de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. 4.1.
- Beoordeling De rechtbank is van oordeel dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend is bewezen. Vast staat dat op 25 november 2020 een poging tot afpersing is gepleegd bij de [naam benzinestation] te Dordrecht en op 4 december 2020 een diefstal met geweld is gepleegd bij de [naam supermarkt] te Dordrecht. De wijkagent denkt bij het bekijken van camerabeelden, in combinatie met het eerdere opgegeven signalement door de aangevers en de getuigen, de verdachte te herkennen. Verder is in de woning van [naam persoon] , de locatie waar de verdachte is aangehouden, een aansteker aangetroffen die sprekend op een vuurwapen lijkt. De politie concludeert na onderzoek dat deze aansteker, gelet op de grootte van het wapen, de kleur van het wapen, ook aan de onderkant waar normaal gesproken de patroonhouder in kan en een op de slede aanwezige verhoging, sterke gelijkenissen vertoont met het wapen dat is gebruikt bij de poging tot afpersing en de diefstal met geweld. Deze omstandigheden zijn echter onvoldoende om vast te stellen dat het de verdachte is geweest die de tenlastegelegde feiten heeft begaan. De dader heeft beide keren een capuchon op zijn hoofd, draagt een mondkapje en heeft een grote bril. Hierdoor is zijn gezicht niet goed zichtbaar op de beelden. Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de enkele herkenning van de wijkagent, waarbij hij bij het nader bekijken van de beelden ‘denkt’ dat het om de verdachte gaat, niet met de voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid komen vast te staan dat de persoon op de camerabeelden de verdachte is. Ook de aanwezigheid van de op een wapen gelijkende aansteker maakt dit oordeel niet anders. Het is op basis van dit dossier niet vast te stellen dat de aansteker hetzelfde voorwerp betreft als het wapen dat is gebruikt tijdens het plegen van de feiten. Bovendien geeft het dossier geen concrete aanknopingspunten op basis waarvan kan worden vastgesteld dat de verdachte beschikkingsmacht had over dit voorwerp of zelfs wetenschap had van de aanwezigheid hiervan. De conclusie is dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. 4.1.
- Conclusie Het tenlastegelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. 5.Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 6.Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 31 maart
- Deze beslissing is afzonderlijk geminuteerd. Dit vonnis is gewezen door: mr. I.W.M. Laurijssens, voorzitter, en mrs. S.N. Abdoelkadir en D.F. Smulders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V.C. Wennekes, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
- hij op of omstreeks 25 november 2020 te Dordrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [naam benzinestation] (gelegen aan de [adres delict 1] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte: - tegen die [naam slachtoffer 1] heeft gezegd: "Ik wil geld. Geef hier die kassa. Ik heb een wapen" en/of - ( daarbij) een (vuur)wapen, in elk geval een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, op die [naam slachtoffer 1] heeft gericht en/of gericht gehouden, althans een (vuur)wapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [naam slachtoffer 1] heeft getoond en/of voorgehouden en/of - ( daarbij) tegen die [naam slachtoffer 1] heeft gezegd "Opschieten, het is geen geintje", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- hij op of omstreeks 04 december 2020 te Dordrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [naam supermarkt] (gelegen aan het [adres delict 2] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer 2] , gepleegdmet het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte, - meermalen, althans eenmaal, tegen die [naam slachtoffer 2] heeft gezegd: “Maak je kassa open" en/of - ( daarbij) een (vuur)wapen, in elk geval een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, op die [naam slachtoffer 2] heeft gericht en/of gericht gehouden, althans een (vuur)wapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [naam slachtoffer 2] heeft getoond en/of voorgehouden.