RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 8807710 / CV EXPL 20-35673 uitspraak: 12 maart 2021 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van de besloten vennootschap, bol.com B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam, eiseres, gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V. te Rotterdam, tegen [gedaagde] , (mede) handelend onder de naam [handelsnaam] , wonende te [woonplaats gedaagde] , gedaagde, procederend in persoon. Partijen worden hierna aangeduid als “bol.com” respectievelijk “ [gedaagde] ”.
- Het verloop van de procedure 1.1 Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen: het exploot van dagvaarding van 29 september 2020, met producties; de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord van [gedaagde] , met producties; de akte doorhaling van bol.com; de schriftelijke reactie van [gedaagde] bij brief van 7 januari 2021, met productie; de akte uitlating productie van bol.com. 1.2 De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.
- Het geschil in conventie 2.1 bol.com heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 137,65 aan hoofdsom, vermeerderd met rente en kosten zoals in de dagvaarding omschreven. Zij baseert haar vordering op het bestaan van één of meerdere (koop)overeenkomsten tussen bol.com en [gedaagde] , uit hoofde waarvan een opeisbare vordering is ontstaan. 2.2 Nadat [gedaagde] (gemotiveerd) verweer had gevoerd tegen de betreffende vordering en een tegenvordering (vordering in reconventie) had ingesteld, heeft bol.com om doorhaling van de procedure in conventie verzocht. 2.3 [gedaagde] heeft in zijn schriftelijke reactie aangegeven in te stemmen met doorhaling van de procedure in conventie. in reconventie 2.4 [gedaagde] heeft in reconventie gevorderd bij vonnis: dat GGN Mastering Credit B.V. (nader te noemen: “GGN”) met onmiddellijke ingang [gedaagde] nog op geen enkele wijze zal benaderen, zowel schriftelijk, telefonisch dan wel per elektronisch berichtenverkeer op straffe van een door de rechter nader te bepalen geldboete per gebeurtenis; dat GGN alle vastgelegde informatie en persoonsgegevens van [gedaagde] uit haar administratie en/of overige opslagsystemen permanent zal verwijderen; dat GGN aan [gedaagde] een schadevergoedingsbedrag van in totaal € 275,00 betaalt voor de gederfde inkomsten en gemaakte kosten tijdens zijn aanwezigheid bij de rechtbank. 2.5 [gedaagde] heeft aan deze vordering – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – ten grondslag gelegd dat hij met rust gelaten wil worden en dat hij zijn gegevens uit het systeem van bol.com verwijderd wil hebben. Het schadevergoedingsbedrag van € 275,00 bestaat uit gederfde inkomsten (4 uren x € 65,00 = € 260,00 excl. btw) en reis- en parkeerkosten ad € 15,
- Ter onderbouwing van de parkeerkosten heeft [gedaagde] de reservering bij de parkeergarage overgelegd. 2.6 bol.com heeft ter verweer – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – aangevoerd dat [gedaagde] deze vorderingen niet onderbouwd heeft, hetgeen met zich brengt dat zij afgewezen dienen te worden. De parkeerkosten hoeven voorts niet voor vergoeding in aanmerking te komen, omdat duidelijk in de dagvaarding vermeld staat dat [gedaagde] schriftelijk had kunnen reageren. 2.7 Op de overige stellingen van partijen wordt hierna – indien van belang voor de uitkomst van deze procedure – teruggekomen.
- De beoordeling in conventie 3.1 Aangezien de vordering in conventie op verzoek van bol.com en met instemming van [gedaagde] is doorgehaald, behoeft deze geen verdere bespreking. in reconventie 3.2 [gedaagde] is blijkens zijn tegenvordering uitgegaan van GGN als wederpartij en heeft zijn vorderingen ook op die wijze geformuleerd. GGN is echter de gemachtigde van bol.com en geen procespartij (dat zijn enkel bol.com en [gedaagde] ). Nu echter uit de onderbouwing van [gedaagde] blijkt dat zijn vorderingen zien op bol.com en ook GGN daar blijkens haar aktes vanuit is gegaan, zal de kantonrechter de vorderingen lezen als te zijn ingesteld jegens bol.com. 3.3 Hetgeen [gedaagde] heeft aangevoerd ten aanzien van zijn vorderingen zoals opgenomen onder 1 en 2 (het niet meer benaderd mogen worden en het verwijderen van informatie uit systemen) is onvoldoende om tot toewijzing hiervan te kunnen komen. Deze vorderingen worden dan ook afgewezen. 3.4 Op grond van artikel 238 Rv heeft [gedaagde] als in persoon procederende partij recht op de noodzakelijke reis- en verblijfkosten en noodzakelijke verletkosten. Anders dan bol.com meent, maakt het gegeven dat [gedaagde] ook schriftelijk had kunnen reageren in plaats van naar de zitting te komen, niet dat de door hem opgevoerde kosten nodeloos zijn gemaakt. De gevorderde reis- en parkeerkosten zijn inhoudelijk niet betwist. Het hiervoor gevorderde bedrag ad € 15,00 zal dan ook worden toegewezen. Voorts acht de kantonrechter het, gelet op het verloop van de procedure en het feit dat [gedaagde] de rolzitting van 15 oktober 2020 in persoon heeft bijgewoond, redelijk om een bedrag van € 50,00 aan verletkosten toe te wijzen.
- De beslissing De kantonrechter: in conventie verstaat dat bol.com haar vordering heeft ingetrokken; in reconventie veroordeelt bol.com om aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 65,00 aan reis- en verletkosten; wijst af het méér of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. drs. D.L. Spierings en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 44240