vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/604130 / HA ZA 20-872 Vonnis van 28 april 2021 in de zaak van [naam eiser] , wonende te [woonplaats eiser] , eiser, advocaat voorheen mr. E. Hartog, thans mr. H.J. van Smaalen, tegen [naam gedaagde] , wonende te [woonplaats gedaagde] , gedaagde, advocaat mr. A. Maaskant. Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties, de conclusie van antwoord, met producties, de akte met producties van de man, het proces-verbaal van mondelinge behandeling op 5 februari 2021, de opmerkingen van de man over het (buiten aanwezigheid van partijen opgemaakte) proces-verbaal, de akte van de vrouw, met producties, de antwoordakte van de man. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. Partijen zijn op 8 februari 1974 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 23 januari 2009 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Deze beschikking is op 17 februari 2009 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. 2.2. In de echtscheidingsprocedure heeft de rechtbank Rotterdam bij vervolgbeschikking van 18 mei 2010 de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vastgesteld. Deze beslissing is vernietigd bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 oktober 2011. Het gerechtshof oordeelde onvoldoende informatie te hebben om de verdeling vast te stellen. Om die reden heeft het gerechtshof partijen gelast om over te gaan tot verdeling ten overstaan van een notaris met benoeming van onzijdige personen (om de eventueel onwillige deelgenoot te vervangen). 2.3. De man heeft bij de rechtbank Rotterdam een nieuwe procedure aanhangig gemaakt tegen de vrouw inzake de verdeling van de huwelijksgemeenschap. In die procedure is op 16 maart 2016 eindvonnis gewezen. Daarbij is opnieuw de verdeling van de gemeenschap vastgesteld. 2.4. Het gerechtshof Den Haag heeft laatstgenoemd vonnis bij arrest van 9 april 2019 vernietigd. Daarbij heeft het gerechtshof de zaak afgedaan middels het vaststellen van een partiële verdeling. In het arrest staat onder meer: “Conclusie 44. Op basis van de door partijen gestelde feiten en omstandigheden kan het hof niet de gehele huwelijksgemeenschap verdelen, aangezien met name de man onvoldoende feiten heeft gesteld om tot een eindoordeel te kunnen komen. De man heeft nog steeds, net als in de procedure bij dit hof in 2011, geen duidelijkheid verschaft met betrekking tot de aandelen in Waterways Rotterdam B.V. Op bladzijde 7 van zijn memorie van grieven stelt hij dat de aandelen die hij bezat in de besloten vennootschap tot de huwelijksgemeenschap behoorden. Het hof gaat er derhalve thans vanuit dat de aandelen in Waterways Rotterdam B.V. tot de huwelijksgemeenschap behoren. Echter, de man heeft niet aangegeven hoe die aandelen in de verdeling moeten worden betrokken en voor welke waarde. Hij heeft geen enkele waarde-indicatie met betrekking tot deze aandelen gegeven. Ook met betrekking tot de woning te Frankrijk zijn er naar het oordeel van het hof te veel onzekerheden om tot een definitief oordeel te kunnen komen. Het hof is van oordeel dat de proceshouding van de man een goede verdeling in de weg staat, nu hij stelselmatig geen dan wel gebrekkige informatie verstrekt hetgeen naar het oordeel van het hof voor zijn rekening en risico dient te komen. Het hof verwijst ook naar hetgeen de hiervoor genoemde notaris mr. Kloosterman heeft gesteld: het door de notaris opvragen van informatie met betrekking tot de financiering van de woning in Frankrijk leidde tot het indienen van klachten door de man tegen de notaris en de gevraagde informatie werd door de man niet verstrekt. Gezien deze bijzondere situatie, die met name wordt veroorzaakt door de houding van de man, kan van de vrouw in redelijkheid niet worden verlangd dat zij nog langer in onverdeeldheid moet verkeren met betrekking tot de woning te Hellevoetsluis. 45. Het is het hof voldoende duidelijk dat tot de huwelijksgemeenschap behoren: - de woning te Hellevoetsluis, de woning te Frankrijk, de aandelen Waterways Rotterdam B.V., beleggingsrekeningen op naam van de vrouw en banksaldi van de vrouw. 46. Zoals het hof hiervoor reeds heeft overwogen is er sprake is van een uitzonderlijke omstandigheid zodat een partiële verdeling gerechtvaardigd is. Uit Hoge Raad 19 mei 2017 HR:2017:939 leidt het hof af, dat de rechter ter zake een vordering tot verdeling ook een gedeeltelijke verdeling kan bevelen. Het hof zal daarbij de belangen van beide partijen moeten wegen. Het hof zal de woning te Hellevoetsluis, de beleggingsrekeningen en de banksaldi op naam van de vrouw aan de vrouw toedelen, onder gehoudenheid de waarde daarvan met de man te verrekenen. Het bedrag dat de vrouw uit dien hoofde met de man moet verrekenen is zij eerst verschuldigd op het moment dat eveneens verdeeld is de woning te Frankrijk, de aandelen Waterways Rotterdam B.V., de banksaldi van de man en met inachtneming van haar aandeel in die verdeling, alsmede dat de pensioenrechten verevend zijn conform de wet. In redelijkheid kan van de vrouw niet gevergd worden dat zij een eventueel overbedelingsbedrag betaalt aan de man terwijl haar rechten uit hoofde van de verevening en verdeling nog niet zijn vastgesteld. 47. Uit het vorenstaande volgt derhalve dat aan de vrouw worden toebedeeld: - de woning te [adres] voor een bedrag van € 205.000,- - de beleggingsrekeningen ten name van de vrouw voor een bedrag van € 117.734,- - de banksaldi ten name van de vrouw voor een bedrag van € 503,-, 48. De overige boedelbestanddelen kan het hof niet verdelen wegens gebrek aan informatie. Proceskosten 49. In het vorenstaande ziet het hof aanleiding om de man te veroordelen in de proceskosten in hoger beroep. Beslissing Het hof: vernietigt het bestreden eindvonnis van 16 maart 2016 en, in zoverre opnieuw rechtdoende: deelt aan de vrouw toe: - de woning te [adres] voor een bedrag van € 205.000,- - de beleggingsrekeningen ten name van de vrouw voor een bedrag van € 117.734,- - de banksaldi ten name van de vrouw voor een bedrag van € 503,-, onder gehoudenheid de waarde daarvan met de man te verrekenen. Het bedrag dat de vrouw uit dien hoofde met de man moet verrekenen is zij eerst verschuldigd op het moment dat eveneens verdeeld is de woning te Frankrijk, de aandelen Waterways Rotterdam B.V., de banksaldi van de man en de pensioenrechten verevend zijn conform de wet;” 2.5. Geen van partijen heeft cassatie aangetekend tegen dit arrest. 3. De vordering en het verweer 3.1. De man vordert: bij vonnis, voor zover de wet dit toelaat, uitvoerbaar bij voorraad, I. Primair: Voor recht te verklaren dat de gemeenschap van goederen op de peildatum, zijnde 17 februari 2009, geen aandelen omvatte in Waterways Rotterdam B.V. zodat het voor partijen onmogelijk is om tot verdeling van aandelen in die onderneming over te gaan. Subsidiair: De waarde van de aandelen in Waterways Rotterdam B.V. op nihil te stellen zodat terzake de verdeling daarvan geen verrekening hoeft plaats te vinden. II. Aan de man toe te delen: het (1/10e) eigendomsaandeel in [naam onroerend goed] voor een bedrag € 34.518,00 het deel van de polis met polisnummer [polisnummer] bij Reaal dat ziet op het ouderdomspensioen met een waarde van € 73.530,72. - de bankrekeningen ten name van de man met een totaal saldo op de peildatum ter hoogte van € 3.005,45. III. Te bepalen dat de vrouw terzake de verdeling en verrekening van de huwelijksgoederengemeenschap is overbedeeld en dat zij per saldo aan de man verschuldigd is een bedrag van € 140.536,91 en de vrouw te veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de man binnen 2 weken na betekening van het ten deze te wijzen vonnis. IV. Bij tussenvonnis: de vrouw te veroordelen om binnen 1 week na betekening van een door de rechtbank te wijzen tussenvonnis, de nodige informatie in het geding te brengen van de pensioenverzekeraar(s)/het pensioenfonds waar zij pensioen heeft opgebouwd vanuit haar dienstbetrekkingen bij [naam 1] en [naam 2] , waaruit blijkt de hoogte van de bruto pensioenaanspraken van de vrouw over de huwelijksperiode, zijnde vanaf de datum indiensttreding tot 17 februari 2009 en waaruit voorts blijkt welk deel van het reeds uitbetaalde en nog uit te betalen pensioen aan de man toekomt, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat de vrouw hieraan niet voldoet. Bij eindvonnis: de vrouw te veroordelen om binnen 2 weken na betekening van het te wijzen vonnis in een keer aan de man te voldoen het aan hem toekomende deel van het door de vrouw opgebouwde pensioen voor zover dat door de pensioenverzekeraar / het pensioenfonds reeds aan de vrouw is voldaan, alsmede voor de toekomst maandelijks aan de man te voldoen 50 % van de aanspraak op het bruto door de vrouw opgebouwde pensioen, althans een door de vrouw te specificeren (bruto equivalent van dit) bedrag zoals dit uit een specificatie van de pensioenverzekeraar/ het pensioenfonds blijkt. V. Voor recht te verklaren dat er tijdens het huwelijk van partijen een schuld is ontstaan aan [naam 3] ter hoogte van € 33.277,89, dat deze binnen de gemeenschap van goederen valt en dat de vrouw dientengevolge intern draagplichtig is voor de helft van deze schuld. VI. de vrouw te veroordelen in de kosten van het geding. 3.2. De vrouw voert verweer. 3.3. De stellingen en weren zullen, waar nodig, in de beoordeling worden betrokken. 4. De beoordeling 4.1. Bij de beoordeling plaatst de rechtbank het volgende voorop. In zijn meest recente arrest heeft het gerechtshof een partiële verdeling van de huwelijksgemeenschap bevolen. Deels heeft het gerechtshof geoordeeld niet te kunnen beslissen wegens onvoldoende informatie. Partijen zijn dus nog steeds deelgenoten in een gemeenschap, voor het deel dat nog niet verdeeld is. 4.2. Indien de deelgenoten in een gemeenschap geen overeenstemming over de verdeling van een gemeenschap kunnen bereiken kan de rechter de verdeling daarvan op de voet van art. 3:185 lid 1 BW vaststellen. Daarbij dient, zoals in dat artikel is bepaald, naar billijkheid rekening te worden gehouden met de belangen van partijen en het algemeen belang. De rechter die de verdeling vaststelt, geniet een mate van vrijheid en is niet gebonden aan hetgeen partijen over en weer hebben gevorderd en hij behoeft niet expliciet in te gaan op hetgeen partijen aanvoeren. (HR 17 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2631). 4.3. Het meest verstrekkende verweer van de vrouw is dat de man misbruik maakt van procesrecht. De vrouw stelt dat de man niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat partijen al sinds 2009 procederen over de verdeling, de man al vele procedures aanhangig heeft gemaakt waarbij hij steeds dwarsligt, hij al zeven maal van advocaat is gewisseld en hij drie keer een klacht heeft ingediend tegen een notaris die bij de verdeling was betrokken, waarbij de man geen enkele keer in het gelijk is gesteld. De vrouw wijst er op dat zij lijdt aan een zeer ernstige ziekte en dat de man daarvan op de hoogte is. 4.4. De rechtbank is van oordeel dat de man geen misbruik van procesrecht maakt door de onderhavige procedure te voeren. In artikel 6 EVRM ligt besloten dat eenieder het recht heeft om zijn geschil aan de burgerlijke rechter voor te leggen. Dit is een grondrecht. Er mag dus niet snel worden aangenomen dat het ongeoorloofd is om een geschil aan de burgerlijke rechter voor te leggen. De gemeenschap is, zoals gezegd, slechts partieel verdeeld. Er dient dus in ieder geval nog beslist te worden over het deel van de gemeenschap dat nog niet is verdeeld. Aan dit oordeel doet niet af het beroep van de vrouw op eerdere gerechtelijke beslissingen (waarin wel volledig beslist zou zijn). Die eerdere beslissingen moeten wijken voor de laatste uitspraak van het gerechtshof. 4.5. Over de deelvorderingen wordt als volgt geoordeeld. vordering I Primair: verklaring voor recht dat aandelen in Waterways Rotterdam B.V. niet in de gemeenschap vallen, subsidiair: de waarde van deze aandelen op nihil te stellen 4.6. Het gaat hier om de vraag of de (aandelen van) de onderneming van de man in de verdeling van de gemeenschap moet(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.