← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2021:3977

RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 8886244 CV EXPL 20-42957 uitspraak: 23 april 2021 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van [eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres, gemachtigde: mr. L.R. Ridderbroek te Rotterdam, tegen [gedaagde] h.o.d.n. [handelsnaam] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, procederend in persoon. Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’. 1.Het verloop van de procedure 1.1 Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen: het exploot van dagvaarding van 11 november 2020, met producties; de aantekeningen van 24 november 2020 van het mondelinge antwoord van [gedaagde] , alsmede de daarbij door hem overgelegde productie; het tussenvonnis van 24 december 2020 waarbij een mondelinge behandeling is gelast; de akte met producties aan de zijde van [eiseres] . 1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 maart

  1. Namens [eiseres] is verschenen mevrouw [naam persoon] , bijgestaan door haar gemachtigde. [gedaagde] is niet verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is besproken. 1.3 De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden. 2.De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast. 2.1 Tussen [eiseres] en [gedaagde] is op 16 september 2019 een overeenkomst van opdracht ontstaan. De opdrachtovereenkomst ziet toe op de behandeling van een incassoprocedure in verband met een vordering van [gedaagde] op [naam bedrijf] Op deze overeenkomst zijn de incassovoorwaarden, de algemene voorwaarden en spelregels van toepassing. 2.2 In de spelregels is, voor zover van belang, het volgende opgenomen: “Spelregel 1: u dient een gegronde vordering in ter incasso Uw vordering dient gegrond te zijn en dient terecht ter incasso te zijn ingediend. Hiervan is geen sprake indien:  de vordering op het moment dat u de incasso hebt ingediend al was voldaan, al was verjaard, of nog niet opeisbaar was (bijvoorbeeld omdat de geldende betalingstermijn nog niet was verstreken of u de debiteur een nadere betalingstermijn heeft gegund die nog niet was verstreken)  er op het moment dat u de incasso hebt ingediend al sprake is van een faillissement, surseance van betaling of WSNP aan de zijde van de debiteur  het een gepretendeerde vordering betreft waarvan u het vorderingsrecht niet summierlijk kunt aantonen  het een vordering betreft waarvan het u op het moment dat u de incasso hebt ingediend al bekend was dat de vordering inhoudelijk wordt betwist door de debiteur zonder ons dit te melden bij indiening van de incasso  de vordering eerder door een derde partij getracht is te incasseren  het anderszins niet mogelijk is om aanspraak te maken op volledige betaling van de vordering of nevenvorderingen, zoals rente of incassokosten (bijvoorbeeld omdat u met de debiteur bent overeengekomen dat er geen rente of incassokosten zijn verschuldigd of dat de hoogte hiervan lager is dan wettelijk is bepaald). Spelregel 2: u stelt ons in staat om ons werk te doen (geen belemmering) Het is óók in uw belang dat wij in staat worden gesteld ons werk te doen. Hiervan is geen sprake indien u:  zelf contact onderhoudt met de debiteur ten aanzien van de ter incasso ingediende vordering (indien de debiteur contact met u opneemt, kunt u hem naar ons doorverwijzen)  de vordering buiten ons om probeert te incasseren (bijvoorbeeld door betalingsafspraken te maken)  de vordering ook aan een derde ter incasso aanbiedt  de vordering aan een derde overdraagt (zoals bij cessie) of de vordering bezwaart (bijvoorbeeld door een pandrecht)  ons niet de benodigde informatie of stukken verstrekt (bijvoorbeeld omdat u relevante informatie verzwijgt of stukken achterhoudt, of foutieve informatie of valse stukken verstrekt  ons door u ontvangen betalingen niet zo spoedig mogelijk meldt onder vermelding van het bedrag en de betaaldatum  niet of niet inhoudelijk reageert op een informatieverzoek of een verzoek tot instructies binnen een termijn van uiterlijk 14 dagen  de incasso-opdracht tussentijds beëindigt zonder onze instemming  onze werkzaamheden anderszins belemmert Indien u zich niet aan spelregel 1 of spelregel 2 houdt, dan is het helaas aan u als opdrachtgever toe te rekenen dat wij de kosten van onze werkzaamheden niet op de debiteur kunnen verhalen, dan wel dat verhaal van deze kosten op de debiteur onevenredig bezwaarlijk is. Bij overtreding van deze spelregels bent u ons daarom een incassoprovisie van 15% verschuldigd over de hoofdsom van de ter incasso ingediende vordering met een minimum van € 350.00 (excl. BTW), onverminderd eventuele overige vergoedingen die ons kantoor toekomen. Wij zijn in dat geval bovendien gerechtigd om de opdracht op te zeggen en het dossier te sluiten. (…)”. 2.3 In de algemene voorwaarden is in artikel 2.3 bepaald dat bij beëindiging van de overeenkomst, door overtreding van spelregel 1 en/of 2 [gedaagde] de rente, incassokosten en eventuele (incasso)provisie verschuldigd is. 2.4 Op 22 november 2019 is een eerste factuur (factuurnummer [nummer factuur 1] ) opgemaakt voor de verschuldigde rente en incassokosten ter hoogte van € 423,50 (incl. btw). Vervolgens is op 30 juli 2020 een tweede factuur (factuurnummer [nummer factuur 2] ) opgemaakt ter hoogte van € 459,67 (incl. btw) voor het verschuldigde honorarium vanwege het overtreden van de spelregels. Op beide facturen is een betalingstermijn van veertien dagen van vermeld. 3.De vordering 3.1 [eiseres] vordert bij dagvaarding bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 883,17 aan hoofdsom, primair een bedrag van € 118,54 aan rente berekend tot 29 oktober 2020 en contractuele rente vanaf 29 oktober 2020 over € 883,17 tot aan de dag van algehele voldoening, subsidiair de wettelijke handelsrente over de hoofdsom van € 883,17 vanaf de vervaldata tot aan de dag van algehele voldoening en een bedrag van € 250,00 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente krachtens artikel 6:119 BW over deze kosten vanaf de datum van het vonnis tot de dag van algehele voldoening en de nakosten. 3.2 Aan haar vordering heeft [eiseres] – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd. 3.2.1 Doordat [gedaagde] op 17 oktober 2019, 25 oktober 2019, 31 oktober 2019, 7 november 2019, 15 november 2019 en 22 november 2019 de spelregel(s) heeft overtreden is het incassotraject tegen [naam bedrijf] gesloten en is hij de rente, incassokosten en het honorarium voor het overtreden van de spelregels verschuldigd. Deze kosten zijn bij factuur 22 november 2019 en 30 juli 2020 in rekening gebracht voor een bedrag van in totaal € 883,
  2. Ondanks aanmaning en sommatie is [gedaagde] in gebreke gebleven met de tijdige en volledige betaling van deze facturen. 3.2.2 Door de wanbetaling van [gedaagde] was [eiseres] genoodzaakt om buitengerechtelijke activiteiten uit te voeren om de vordering buiten rechte te incasseren, hierbij zijn rechtsmaatregelen aangezegd. 30 juli 2020 heeft [eiseres] [gedaagde] aangemaand. De gemaakte kosten van € 250,00 komen voor rekening van [gedaagde] . 3.2.3 Verder maakt [eiseres] primair aanspraak op de contractuele rente vanaf 29 oktober 2020 over €883,17 en € 118,54 aan verschenen rente. Subsidiair vordert [eiseres] de wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf de vervaldata tot aan de dag van algehele voldoening. 4.Het verweer Het verweer van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vordering. Hij voert daartoe – voor zover van belang – aan dat [eiseres] , in opdracht van [gedaagde] , tegen [naam bedrijf] een incassotraject heeft uitgevoerd. Op het moment dat [gedaagde] de opdracht verstrekt heeft, heeft hij verschillende manieren aangegeven waarop [naam bedrijf] benaderd kon worden. Het was [gedaagde] duidelijk dat het tijdens dit incassotraject verder niet toegestaan was om contact op te nemen met [naam bedrijf] Ook was [gedaagde] op de hoogte van het feit dat er gelijktijdig, vanuit een andere onderneming, een ander incassotraject liep tegen [naam bedrijf] waarbij wel schot in de zaak kwam. Hierdoor heeft [gedaagde] de indruk gekregen dat er in zijn incassoprocedure er met de pet naar is gegooid. 5.De beoordeling van de vordering 5.1 [eiseres] heeft haar vordering tijdens de mondelinge behandeling nader toegelicht. Desgevraagd heeft zij toegelicht dat beide facturen vergelijkbare bedragen zijn maar op verschillende kostenposten zien. Nadat gebleken was dat bij de eerste factuur niet alle kosten in rekening waren gebracht is de tweede factuur gestuurd. Mogelijk was het overzichtelijker geweest om de eerste factuur te crediteren en het geheel daarna in één factuur te sturen, ondanks de onduidelijkheid maakt [eiseres] wel aanspraak op beide bedragen. [gedaagde] is, hoewel daartoe naar behoren opgeroepen, niet bij de mondelinge behandeling verschenen en heeft daardoor geen gebruikt gemaakt van de mogelijkheid om zijn verweer nader toe te lichten en met stukken te onderbouwen. [gedaagde] heeft overigens geen feiten en omstandigheden aangedragen die zijn verweer aannemelijk maken. Het verweer van [gedaagde] zal daarom als onvoldoende gemotiveerd worden gepasseerd. 5.2 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [gedaagde] gehouden is de bij hem in rekening gebrachte kosten van € 883,17 te betalen. De vordering ter zake zal dan ook worden toegewezen. 5.3 [eiseres] maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Voor de hoogte van de toewijsbare vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zoekt de kantonrechter aansluiting bij het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief. Derhalve is aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 160,30 (inclusief btw) toewijsbaar. 5.4 Hoewel [gedaagde] tegen de gevorderde contractuele rente geen verweer heeft gevoerd, wijst de kantonrechter het primair gevorderde toch af. De hoge contractuele rente overstijgt immers de geldende wettelijke handelsrente. Om die reden wordt het subsidiair gevorderde toegewezen zoals onder de beslissing staat vermeld. 5.5 Als de in het ongelijk gestelde partij wordt [gedaagde] in de proceskosten van [eiseres] veroordeeld. De gevorderde nakosten worden toegewezen als onder de beslissing staat vermeld, nu de proceskostenveroordeling daarvoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten. 6.De beslissing De kantonrechter: veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 883,17 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW over € 883,17 vanaf de vervaldatum tot aan de dag van algehele voldoening; veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 160,30 (incl. btw) aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokoten; veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] vastgesteld op € 585,85 aan verschotten en € 248,00 aan salaris voor de gemachtigde, voornoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening; en indien [gedaagde] niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op € 124,00 aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, moet het bedrag aan nasalaris nog worden verhoogd met de kosten van betekening; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.L.M. van der Wildt en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 44485

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.