Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/741075-20 Datum uitspraak: 12 mei 2021 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte], geboren te Curaçao op [geboortedatum verdachte], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte], ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Middelburg, raadsvrouw mr. M. Wever, advocaat te Rotterdam. 1. Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 30 april 2021. 2. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3. Eis officier van justitie De officier van justitie mr. R.E.I. Steen heeft gevorderd: bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten (in het kort: het medeplegen van een poging tot het tot ontploffing brengen van een handgranaat in de auto van [naam slachtoffer], het medeplegen van een bedreiging van [naam slachtoffer], het voorhanden hebben van een handgranaat en het medeplegen van de heling van een BMW); veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest. 4. Waardering van het bewijs 4.1. Vrijspraak (feiten 1, 2 en 3) en bewijswaardering (feit 4) 4.1.1. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van alle hiervoor omschreven ten laste gelegde feiten. Uit onder andere de historische telefoongegevens, de ANPR- en ASR-gegevens, de camerabeelden en de chatgesprekken met de twee medeverdachten en anderen, kan het volgende worden geconcludeerd. Op 7 mei 2020 laat de verdachte een gestolen BMW naar de garage van [naam bedrijf] brengen, die daar wordt voorzien van valse kentekenplaten met kenteken [kentekennummer]. Het voertuig van medeverdachte [naam medeverdachte 1], een grijze Volkswagen Golf, is die avond in de omgeving van [naam bedrijf], in Rotterdam Noord, en uit gesprekken tussen de verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte 2] blijkt dat [naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 2] naar [naam bedrijf] rijdt. Vlak daarna wordt de BMW naar de Sint-Janshaven te Rotterdam Zuid gebracht, begeleid door de Ford Fusion die door de verdachte wordt gebruikt. De BMW wordt daar klaargezet voor de aanslag de volgende ochtend. Op dat moment rijdt [naam medeverdachte 1] in haar Volkswagen Golf rond in de omgeving van de Sint-Janshaven. De Sint-Janshaven is in de nabije omgeving van de plaats delict (het terrein van [naam slachtoffer], aan de Doklaan). Op 8 mei 2020 verlaat de BMW de Sint-Janshaven. Dit is enige minuten voordat de BMW met twee mensen erin het terrein van [naam slachtoffer] op rijdt. De BMW verlaat dit terrein weer binnen een minuut. Vier minuten nadat de BMW de Sint-Janshaven verliet, keert hij weer in de Sint-Janshaven terug en wordt daar geparkeerd. Dit alles vindt plaats rond kwart voor elf in de ochtend. Drie minuten nadat de BMW weer terugkeert in de Sint-Janshaven, rijdt de Volkswagen Golf van [naam medeverdachte 1] de Sint-Janshaven uit. Enkele minuten later stuurt [naam medeverdachte 1] een bericht naar de verdachte met de tekst ‘done’ (klaar). De aangever, [naam slachtoffer], ontdekt rond 12:00 uur dat een ruit van zijn auto is gebroken en dat er een handgranaat in de auto ligt. De handgranaat is geactiveerd, maar niet tot ontploffing gekomen als gevolg van roest aan de binnenkant. Op de handgranaat is een DNA-spoor aangetroffen dat matcht met het DNA van [naam medeverdachte 2]. Uit voorgaande feiten en omstandigheden volgt dat de BMW gebruikt is bij de aanslag en dat in de 52 seconden waarin de BMW zich op het terrein van [naam slachtoffer] bevond, door iemand uit de BMW de handgranaat in de auto van de aangever is geplaatst. De drie verdachten zijn betrokken geweest bij de feiten en hebben in nauwe en bewuste samenwerking gehandeld. Zo was de verdachte de drijvende kracht achter de feiten: hij had de handgranaat, regelde de gestolen BMW en zorgde dat de kentekenplaten daarvan werden vervangen, hij gaf instructies aan [naam medeverdachte 2] en aan hem werd teruggekoppeld dat de handgranaat was geplaatst. [naam medeverdachte 2] was aanwezig in de garage waar die avond de kentekenplaten zijn vervangen, hij kreeg instructies van de verdachte en heeft de daadwerkelijke poging tot ontploffing/bedreiging uitgevoerd door de handgranaat te plaatsen in de auto van aangever. Hij werd daarbij telkens gereden door zijn vriendin [naam medeverdachte 1]; zij was erbij in de garage [naam bedrijf], reed de avond voor de aanslag rond in de omgeving van de Sint-Janshaven waar de BMW werd klaargezet, bestuurde de BMW toen de verdachte op 8 mei de handgranaat in de auto van aangever plaatste en berichtte de verdachte vervolgens dat het “done” was. Alle ten laste gelegde feiten kunnen daarom wettig en overtuigend bewezen worden. 4.1.2. Beoordeling door de rechtbank De officier van justitie heeft, op basis van de feiten en omstandigheden zoals opgenomen in het dossier, een scenario geschetst omtrent de betrokkenheid van de verdachte en de medeverdachten bij de ten laste gelegde feiten. De rechtbank acht dit scenario zeer wel mogelijk op basis van het dossier. Er ontbreken echter concrete aanknopingspunten om buiten redelijke twijfel aan te nemen dat het daadwerkelijk zo is gegaan als de officier van justitie betoogt. Aannemelijk is dat de BMW met kenteken [kentekennummer] is gebruikt bij de poging tot ontploffing, in aanmerking genomen dat de auto de dag ervoor gestolen is, er valse kentekenplaten op zaten en zowel de aangever als de politie dit kennelijk de enige opvallende auto vindt die in het tijdsbestek waarbinnen het feit moet zijn gepleegd aanwezig was op het terrein van aangever [naam slachtoffer]. De verdachte kan - zoals hierna wordt overwogen - in verband gebracht worden met de BMW. Er is echter geen direct bewijs dat de verdachte wist dat de BMW zou worden gebruikt bij de aanslag. De overige opmerkelijkheden, zoals de appgesprekken tussen de verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte 2] en de aanwezigheid van de Volkswagen Golf van medeverdachte [naam medeverdachte 1] en de Ford Fusion die de verdachte gebruikte in de omgeving van de plaats delict, zijn zonder meer bezwarend maar onvoldoende voor de conclusie dat het niet anders kan dan dat de verdachten (direct) betrokken waren bij de ten laste gelegde feiten in de rol zoals de officier van justitie heeft betoogd. Zo is er geen direct bewijs dat [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] diegenen waren die in de BMW zaten op het moment van de aanslag en is zeer wel mogelijk dat de berichten tussen [naam medeverdachte 2] en de verdachte en het bericht van [naam medeverdachte 1] aan de verdachte betrekking hadden op andere (al dan niet strafbare) feiten. Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde heeft de verdachte bekend dat hij bij iemand een gestolen auto (de BMW) heeft ‘geregeld’ in opdracht van een ander en dat hij – zo begrijpt de rechtbank – valse kentekenplaten op deze BMW heeft laten plaatsen bij [naam bedrijf]. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting blijkt dat een mededader de BMW daartoe op 7 mei 2020 naar [naam bedrijf] heeft gebracht terwijl de verdachte daar in de door hem geleende Ford Fusion naartoe reed. Het medeplegen van heling kan daarmee bewezen worden verklaard. 4.1.3. Conclusie Het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. Het onder 4 ten laste gelegde is wel wettig en overtuigend bewezen. 4.2. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: hij in de periode van 7 mei 2020 tot en met 8 mei 2020 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een personenauto, merk BMW, voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.