Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 84/149527-20 Datum uitspraak: 1 juni 2021 Tegenspraak Vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Rotterdam in de zaak tegen de verdachte rechtspersoon: [naam verdachte rechtspersoon] , gevestigd op het adres [adres verdachte rechtspersoon] , ter terechtzitting vertegenwoordigd door haar wettelijk vertegenwoordiger [naam] , raadsman mr. M.C. van Meppelen Scheppink, advocaat te Rotterdam. 1. Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 11 mei en 1 juni 2021. 2. Tenlastelegging Aan de verdachte rechtspersoon is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. 3. Eis officier van justitie De officier van justitie mr. M. van Heemst heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte rechtspersoon tot een geldboete van € 2.000,-. 4. Vrijspraak 4.1. Standpunten partijen 4.1.1. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft aangevoerd dat [naam verdachte rechtspersoon] in 2017 twee keer het gewasbeschermingsmiddel Admire, met als toelatingsnummer 11483 N (W19), houdende de werkzame stof imidacloprid, heeft verkocht en daarbij niet heeft voldaan aan de eisen voor de verkoop die in artikel 3 in de toelating van Admire zijn gesteld. [naam verdachte rechtspersoon] heeft zodoende opzettelijk gehandeld in strijd met artikel 55 en 31 van de EG Verordening 1107/2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (hierna: de Verordening). Handelen in strijd met artikel 55 van de Verordening levert een overtreding op van artikel 20 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (hierna: Wgb). 4.1.2. Standpunt verdediging De verdediging heeft primair aangevoerd dat het aan [naam verdachte rechtspersoon] gemaakte verwijt op een ondeugdelijke grondslag is gebaseerd. Overtreding van artikel 3 van de toelating van Admire, waarin regels zijn gesteld over de verkoop van Admire, is niet terug te voeren op artikel 55 van de Verordening. Artikel 55 van de Verordening handelt over een juist gebruik en niet over de distributie van gewasbeschermingsmiddelen. Dit artikel richt zich dus enkel tot de gebruiker van een gewasbeschermingsmiddel en niet (ook) tot een verkoper/distributeur, wat [naam verdachte rechtspersoon] in deze zaak is. [naam verdachte rechtspersoon] kan daarom niet worden verweten dat zij heeft gehandeld in strijd met artikel 55 van de Verordening en moet van het ten laste gelegde worden vrijgesproken. 4.2. Beoordeling 4.2.1. Feiten Op grond van het dossier en hetgeen op de terechtzitting is besproken, kunnen de volgende feiten als vaststaand worden aangemerkt. De toelating van het gewasbeschermingsmiddel Admire, geldend vanaf 15 maart 2017, luidt -voor zover van belang- als volgt: “Artikel 1: koop 1. De koop van dit middel is verboden tenzij de koper bij de koop een melding doet bij een distributeur die is geregistreerd bij [naam stichting] . 2. De koper toont bij de melding ofwel aan: a. (…) b. Dat hij een kas gebruikt zonder lozing. Hij overlegt daartoe een certificaat. c. Dat hij een kas gebruikt die voldoet aan de voorwaarden onder i tot en met v. Hij overlegt daartoe een certificaat. i. Al het drainwater, drainagewater en filterspoelwater in de kas wordt, voorafgaand aan lozing op het oppervlaktewater of het riool, gezuiverd met een waterzuiveringsinstallatie. ii. De waterzuiveringsinstallatie is vermeld op de lijst van de Beoordelingscommissie Zuiveringsinstallaties Glastuinbouw. iii. De waterzuiveringsinstallatie bereikt aantoonbaar ten genoege van het Ctgb een zuiveringsrendement van tenminste 99,5% voor imidacloprid. iv. De waterzuiveringsinstallatie is daadwerkelijk in gebruik en wordt adequaat onderhouden. v. Er wordt een logboek bijgehouden van het tijdstip en hoeveelheid van gebruik van het middel, van het gebruik en het onderhoud van de waterzuiveringsinstallatie, en van de problemen die zich bij het gebruik van de waterzuiveringsinstallatie voordoen. 3. Het certificaat, bedoeld in het tweede lid, onder b of c, wordt alleen verstrekt door een daartoe geaccrediteerde organisatie na toetsing van alle in- en uitgaande waterstromen van de kas en nadat is getoetst dat aan de onder b of c genoemde voorwaarden is voldaan. Artikel 3: verkoop Het is verboden dit middel te verkopen aan een koper die niet aantoont dat hij voldoet aan de eisen genoemd onder artikel 1, tweede lid. (…).” [naam verdachte rechtspersoon] heeft op 22 maart 2017 twee verpakkingen Admire van 1,5 kilo verkocht aan [naam bedrijf 1] en op 25 augustus 2017 vijf verpakkingen Admire van 400 gram aan [naam bedrijf 2] . [naam bedrijf 1] en [naam bedrijf 2] waren op grond van artikel 1, tweede lid onder b respectievelijk onder c, van de toelating verplicht om bij de koop van Admire bij de distributeur, [naam verdachte rechtspersoon] , een melding te doen en daarbij een certificaat over te leggen waarmee werd aangetoond dat hun kas voldeed aan de daaraan te stellen eisen. [naam verdachte rechtspersoon] heeft naast de melding door [naam bedrijf 1] en [naam bedrijf 2] van hen geen certificaten ontvangen. 4.2.2. Wettelijk kader Uit het voorgaande volgt dat [naam verdachte rechtspersoon] door verkoop van Admire aan [naam bedrijf 1] en [naam bedrijf 2] , terwijl door hen geen certificaat was overgelegd, heeft gehandeld in strijd met artikel 3 van de toelating van Admire. De vraag die voorligt, is of dit handelen door [naam verdachte rechtspersoon] is aan te merken als een handelen in strijd met artikel 55 van de Verordening, zoals aan haar ten laste is gelegd. Voor de beoordeling van deze vraag zijn in ieder geval de navolgende bepalingen, zoals die golden ten tijde van het ten laste gelegde, relevant. a. EG Verordening 1107/2009 van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Onderwerp en doel 1. Bij deze verordening worden regels vastgesteld voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen in hun commerciële aanbiedingsvorm en voor het op de markt brengen, het gebruik en de controle ervan binnen de Gemeenschap. 2. (…). 3. Het doel van deze verordening is een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mensen en dieren en van het milieu te waarborgen en de werking van de interne markt te verbeteren door de regels voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, te harmoniseren en tegelijkertijd de landbouwproductie te verbeteren. Artikel 3 Definities 9. “ op de markt brengen”: het voorhanden hebben met het oog op verkoop binnen de Gemeenschap, met inbegrip van het ten verkoop aanbieden of enige andere vorm van overdracht, al dan niet gratis, alsmede de eigenlijke verkoop, de distributie en andere vormen van overdracht zelf, maar niet het retourneren aan de oorspronkelijke verkoper. 10. “ toelating van een gewasbeschermingsmiddel”: bestuursrechtelijk besluit waarmee de bevoegde instantie van een lidstaat toelaat dat een gewasbeschermingsmiddel op zijn grondgebied op de markt wordt gebracht; 18. “ goede gewasbeschermingspraktijken”: praktijken waarbij de behandelingen van een bepaalde plant of plantaardig product met gewasbeschermingsmiddelen volgens de voorschriften voor hun toegestane gebruik worden geselecteerd, gedoseerd en getimed om met een minimumhoeveelheid een aanvaardbare doeltreffendheid te verzekeren, rekening houdend met de plaatselijke omstandigheden en met de mogelijkheden voor teeltmaatregelen en biologische bestrijding; HOOFDSTUK III GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN AFDELING 1 Toelating Artikel 28 Toelating voor het op de markt brengen en het gebruik 1. Een gewasbeschermingsmiddel wordt alleen op de markt gebracht of gebruikt wanneer het in de betrokken lidstaat overeenkomstig deze verordening is toegelaten. Artikel 31 Inhoud van toelatingen 1. De toelating bepaalt op welke planten of plantaardige producten en in welke niet-agrarische gebieden (bv. spoorwegen, openbare ruimten, opslagplaatsen) en voor welke doeleinden het gewasbeschermingsmiddel mag worden gebruikt. 2. In de toelating worden de voorschriften voor het op de markt brengen en het gebruik van het gewasbeschermingsmiddel vastgesteld. Deze voorschriften omvatten ten minste de nodige gebruiksvoorwaarden om te voldoen aan de voorwaarden en eisen van de verordening ter goedkeuring van de werkzame stoffen, beschermingsstoffen en synergisten. 3. (…). 4. Bij de in lid 2 bedoelde voorschriften kan het onder meer gaan om: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.