Rechtbank Rotterdam Team jeugd Parketnummer: 10/700024-21 Datum uitspraak: 8 juni 2021 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam minderjarige verdachte] , geboren te [geboorteplaats minderjarige verdachte] op [geboortedatum minderjarige verdachte] 2005, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres minderjarige verdachte] , [postcode minderjarige verdachte] [woonplaats minderjarige verdachte] , Raadsman mr. K. Durdu, advocaat te Rotterdam. 1.Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 19 mei 2021. 2.Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3.Eis officier van justitie De officier van justitie mr. A.P.G. de Beer heeft gevorderd: vrijspraak van het onder feit 1 en feit 3 ten laste gelegde; bewezenverklaring van het onder feit 2 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 uur, subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie met aftrekvan voorarrest, waarvan 24 uurvoorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de jeugdreclassering; met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. 4.Waardering van het bewijs 4.1. Vrijspraak zonder nadere motivering Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder feit 1 en feit 3 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken. 4.2. Vrijspraak feit 2 4.2.1. Standpunt officier van justitie en verdediging De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zich in het dossier voldoende wettig en overtuigend bewijs bevindt dat de verdachte samen met zijn vrienden vuurwerkbommen voorhanden heeft gehad (feit 2). De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De verdachte heeft er alleen bijgestaan toen anderen vuurwerkbommen voorhanden hadden en heeft een foto van de vuurwerkbommen gemaakt. De verdachte heeft geen beschikkingsmacht gehad. 4.2.2. Beoordeling en conclusie De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezen verklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met iemand anders, waarbij die samenwerking gericht is op het gezamenlijk uitvoeren van het delict. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af. Vast staat dat de verdachte op 31 december 2020 met een groep jongeren in het Spinozapark in Rotterdam aanwezig was en dat een aantal van hen vuurwerkbommen bij zich hadden. De verdachte heeft hierover verklaard dat een groep jongens een tas bij zich had waar de terpentine, duct tape en de Cobra’s in zaten. Deze jongens hebben daarvan ter plekke in het Spinozapark vuurwerkbommen gemaakt. De verdachte heeft verklaard dat hij niet heeft meegeholpen met het maken van de vuurwerkbommen, maar dat hij wel een foto heeft gemaakt toen de vuurwerkbommen klaar waren. Deze foto bevindt zich ook in het dossier. De rechtbank is op grond van de inhoud van het dossier van oordeel dat er onvoldoende informatie is omtrent de precieze omstandigheden in het park en de samenstelling en situatie van de groep jongeren. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten niet is komen vast te staan. Alleen het maken van een foto is hiervoor onvoldoende. Daarnaast is de rechtbank niet gebleken dat de verdachte enige rol heeft gehad bij de voorbereiding van het maken van de bommen of na afloop daarvan. Ook in dit verband kan dan niet van een bewuste en nauwe samenwerking worden gesproken. Daarom zal verdachte worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen. Aangezien evenmin kan worden vastgesteld dat de verdachte zelfstandig een rol heeft gehad bij het maken en het voorhanden hebben van de vuurwerkbommen, dient de verdachte in z’n geheel van het onder 2 ten laste gelegde feit te worden vrijgesproken. 5.Vorderingen benadeelde partijen Benadeelde partij [naam benadeelde 1] Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 1] , gevestigd te Rotterdam, ter zake van het onder 1 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 176.945,57 aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast vordert [naam benadeelde 1] een bedrag van € 16.270,50 aan proceskosten. 5.1. Standpunt officier van justitie en de verdediging De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet ontvankelijkheid van de benadeelde partij ten aanzien van het gevorderde bedragen aan materiële schade en proceskosten, omdat hij heeft gevorderd dat de veroordeelde wordt vrijgesproken voor feit 1. De verdediging heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie. 5.2. Beoordeling De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan de verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden. Nu de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil. 5.3. Conclusie In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen. Benadeelde partij [naam benadeelde 2] Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 2] ter zake van het onder 3 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 6.331,99 aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 5.4. Standpunt officier van justitie en de verdediging De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet ontvankelijkheid van de benadeelde partij ten aanzien van het gevorderde bedragen aan materiële schade en proceskosten, omdat hij heeft gevorderd dat de veroordeelde wordt vrijgesproken voor feit 3. De verdediging heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie. 5.5. Beoordeling De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan de verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden. Nu de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil. 5.6. Conclusie In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen. 6.Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 7.Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst; verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij [naam benadeelde 1] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten nihil; verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij [naam benadeelde 2] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil. Dit vonnis is gewezen door: mr. A. Verweij, voorzitter, tevens kinderrechter, en mrs. A.J. van Dijk en T. van den Akker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.J. Berke, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 juni 2021. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1. (Brandstichting [naam school] ) hij op of omstreeks 31 december 2020 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht in/aan het schoolgebouw van ' [naam school] ', gelegen aan de [adres delict] , immers heeft / hebben verdachte en / of (een of meer van) zijn mededader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.