RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 8755001 CV EXPL 20-32046 uitspraak: 4 juni 2021 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van: de naamloze vennootschap AEGON Levensverzekering N.V., gevestigd te ‘s-Gravenhage, eiseres, gemachtigde: Flanderijn, tegen 1. [gedaagde 1], en 2. [gedaagde 2], wonende te [woonplaats gedaagden], gedaagden, die zelf procederen. Partijen worden hierna aangeduid als ‘AEGON’ en ‘[gedaagden]’. 1. Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 8 september 2020; het antwoord van [gedaagden]; het tussenvonnis van 5 oktober 2020 waarin een mondelinge behandeling is bepaald; de akte uitlaten regeling tevens houdende wijziging van eis, van AEGON van 22 december 2020; de aantekening dat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 maart 2021; de akte van AEGON van 31 maart 2021, waarin zij zich uitlaat over schikkingsonderhandelingen; de door partijen ingediende bijlagen. het vonnis is bepaald op heden. 2. De vaststaande feiten 2.1 [gedaagden] huren de woning aan het adres [adres] van AEGON. De huurprijs bedraagt op dit moment € 1.121,09 per maand. Partijen zijn overeengekomen dat de huur bij vooruitbetaling moet worden voldaan. 3. Het geschil 3.1 AEGON vordert – na wijziging van eis – dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I. de huurovereenkomst wordt ontbonden en [gedaagden] worden veroordeeld om het gehuurde binnen 14 dagen te ontruimen en te verlaten met alle zaken en personen die zich daar vanwege [gedaagden] bevinden onder afgifte van de sleutels aan AEGON; II. [gedaagden] hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van € 10.260,75 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 9.401,93 vanaf 8 september 2020 tot aan de dag van algehele voldoening; III. [gedaagden] hoofdelijk worden veroordeeld om vanaf januari 2021 tot aan het moment van de ontruiming de huurbedragen te betalen waarop AEGON recht heeft; IV. [gedaagden] hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten. 3.2 AEGON legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. [gedaagden] zijn hun verplichting om tijdig de huur te betalen niet nagekomen. Het bedrag van € 10.260,75 is gebaseerd op € 9.401,93 aan huur tot en met december 2020 (inclusief afrekening service-stookkosten 2019) en € 858,92 aan buitengerechtelijke kosten. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst. Overigens laat AEGON bij akte van 31 maart 2021 weten dat zij niet tot ontruiming zal overgaan. Zij trekt de vordering echter niet in zodat er wel een beslissing over genomen wordt. 3.3 [gedaagden] hebben verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang – hierna worden ingegaan. 4. De beoordeling huurachterstand 4.1 Partijen zijn het erover eens dat de huurachterstand op het moment van de mondelinge behandeling € 11.644,11 bedroeg. Dit bedrag heeft betrekking op de huurachterstand tot en met de maand februari 2021. [gedaagden] zullen worden veroordeeld om dit bedrag aan AEGON te betalen. De wettelijke rente zal ook worden toegewezen, omdat vaststaat dat [gedaagden] met de betaling van de huur in verzuim waren. [gedaagden] hebben AEGON weliswaar meerdere malen verzocht om een huurkorting, maar hier is AEGON niet mee akkoord gegaan. Voor zover dit verzoek tot huurvermindering ook in rechte is gedaan kan daarop niet worden ingegaan omdat het in het geheel niet met stukken is onderbouwd. buitengerechtelijke kosten 4.2 AEGON heeft recht op een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten als zij [gedaagden] heeft aangemaand om het verschuldigde bedrag binnen 15 dagen na de dag van ontvangst van de aanmaning alsnog te betalen. Aan deze eis is voldaan en de hoogte van de gevorderde vergoeding komt overeen met de daarvoor vastgestelde tarieven. Ook dit bedrag zal daarom worden toegewezen. ontbinding en ontruiming 4.3 Als de huurder zijn verplichting om tijdig de huur betalen niet nakomt, mag de verhuurder de rechter vragen om de huurovereenkomst te beëindigen (ontbinden). De rechter dient deze vordering alleen toe te wijzen als de huurachterstand een beëindiging van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Als uitgangspunt wordt bij woonruime wel genomen dat een huurachterstand van drie maanden of meer ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen, maar de rechter moet alle omstandigheden afwegen. Zo is van belang of de lopende huur wordt betaald en of de huurder (een deel) van de achterstand alsnog heeft voldaan. Als volgt wordt overwogen. De huurachterstand van [gedaagden] bedraagt ruim 10 maanden en is (op enkele licht vertraagde huurbetalingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.