Rechtbank Rotterdam Team familie zaaknummer / rekestnummer: C/10/590117 / FA RK 20-400 Beschikking van 22 juni 2021 betreffende de zorgregeling en vervangende toestemming voor de inschrijving bij een andere school in de zaak van: [naam man] , de man wonende te [woonplaats man] , advocaat mr. E.B. Warmerdam-Wolfs te Alkmaar, t e g e n [naam vrouw] , de vrouw, wonende te [woonplaats vrouw] , advocaat mr. S. Imdahl te Rotterdam. 1.De verdere procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: de beschikking van 4 november 2020; het bericht met bijlage van de zijde van de man van 16 november 2020; het bericht van de zijde van de vrouw van 19 november 2020; de akte aanvullende petitum van de zijde van de vrouw van 10 februari 2021; het bericht van de zijde van de vrouw van 15 maart 2021; het rapport van de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht van 21 april 2021; het bericht met bijlagen van de zijde van de vrouw van 12 mei 2021; het aanvullend gewijzigd verzoek van de man, ingekomen op 28 mei 2021. 1.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 1 juni 2021. Daarbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat; de vrouw, bijgestaan door haar advocaat; de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [naam vertegenwoordiger] . 2.De vaststaande feiten 2.1. Partijen zijn de ouders van de minderjarige: [naam minderjarige] , hierna: [voornaam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2012 te [geboorteplaats minderjarige] , [geboorteland minderjarige] . 2.2. Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 4 november 2020 is een voorlopige zorgregeling bepaald die inhoudt dat [voornaam minderjarige] eenmaal per twee weken op zaterdag van 9.00 uur tot 19.00 uur omgang heeft met de man. Verder werd een door de man te betalen kinderbijdrage bepaald en werd de raad om onderzoek of andere bemoeienis (Ouderschap in Overleg) verzocht met betrekking tot de zorgregeling. 2.3. Bij vonnis in kort geding van 19 februari 2021 is de raad verzocht om het verzoek van de vrouw tot vervangende toestemming voor inschrijving van [voornaam minderjarige] op een andere school, mee te nemen in het al lopende onderzoek van de raad naar de zorgregeling. 3.De verdere beoordeling 3.1. Deze zaak gaat voornamelijk over twee geschilpunten: I het uitbreiden van contact tussen [voornaam minderjarige] en de man; de man verzoekt primair een co-ouderschapregeling en subsidiair een tweewekelijks weekend en elke week woensdag uit school tot donderdag naar school, met verdeling van de vakanties bij helfte. II het wijzigen van de school van [voornaam minderjarige] ; de vrouw verzoekt vervangende toestemming daarvoor. 3.1.1. Op grond van artikel 1:253a BW kan de rechtbank op verzoek van de gezaghebbende ouders of een van hen een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vaststellen, met overeenkomstige toepassing van artikel 1:377a lid 3 BW. 3.1.2. Op grond van artikel 1:253a lid 1 BW kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Bij een dergelijke beslissing moeten alle omstandigheden van het geval in acht worden genomen, wat er soms ook toe kan leiden dat andere belangen zwaarder wegen dan het belang van het kind, hoezeer ook dat belang een overweging van de eerste orde moet zijn bij de afweging van belangen. Co-ouderschap 3.2. De man stelt terecht dat de vrouw niet een co-ouderschap behoort te kunnen omzeilen door het bewust in stand houden van een slechte communicatie. In het midden gelaten of de vrouw dat ook doet, is de rechtbank met de raad van oordeel dat nu aan belangrijke voorwaarden voor een kansrijk co-ouderschap niet wordt voldaan in deze zaak, zoals een constructieve samenwerking tussen de ouders, wonen op een voor [voornaam minderjarige] makkelijk zelf af te leggen reisafstand en het op hoofdlijnen delen van de visie over het opvoeden van [voornaam minderjarige] . In de toekomst kan dit anders zijn, met name na het succesvol doorlopen van het hierna vermelde traject Ouderschapsbemiddeling. De rechtbank zal daarom niet overgaan tot het vaststellen van een co-ouderschapsregeling. Basisschool [voornaam minderjarige] , zorgregeling, middelbare school 3.3. De man stelt onweersproken dat de vrouw eenzijdig heeft beslist tot de overstap van [voornaam minderjarige] van een vorige school naar de huidige school [naam school 1] , begin september 2018. De reistijd naar deze school, volgens de vrouw circa 35 minuten met de auto, vormde kennelijk geen beletsel voor de vrouw. De man stelt terecht dat de vrouw zelf onvoldoende onderbouwt waarom de reisafstand toen geen probleem was en nu wel. De vrouw legt aan haar verzoek ook ten grondslag dat, en dat staat vast tussen partijen, [voornaam minderjarige] wordt gepest door een medeleerling. Haar stelling dat zij alles heeft gedaan om het pesten aan te pakken, onderbouwt de vrouw onvoldoende. De vrouw heeft niet overlegd met de man om gezamenlijk tot een oplossing te komen voor [voornaam minderjarige] . De vrouw is niet het gesprek aangegaan met de ouders van de medeleerling. Uit de stukken volgt alleen dat de vrouw een e-mail aan de leerkracht van [voornaam minderjarige] heeft gestuurd. Tijdens de mondelinge behandeling is besproken of een volgende wisseling van school voor [voornaam minderjarige] de beste oplossing is voor het pestgedrag. Daarbij is er ook op gewezen dat volgens het raadsrapport [voornaam minderjarige] leerkrachten verklaren dat hij ook een aandeel heeft in de onenigheden (pagina 5 van het rapport van de raad). In beginsel leidt het voorgaande de rechtbank tot het oordeel om het verzoek van de vrouw af te wijzen. 3.4. Echter, om twee redenen komt de rechtbank tot een ander oordeel. In de eerste plaats verklaart de man tijdens de mondeling behandeling onder voorwaarden akkoord te kunnen gaan met plaatsing van [voornaam minderjarige] op de school [naam school 2] . In de tweede plaats heeft [voornaam minderjarige] een betere ondersteuning nodig van zijn ouders in zijn ontwikkeling van kind naar volwassene en kan de wisseling van school daaraan bijdragen. Nota bene [voornaam minderjarige] zelf benoemt volgens het rapport van de raad dat hij zich ook door zijn ouders onvoldoende gesteund voelt bij het pesten op school (pagina 8). Verder constateert de raad dat [voornaam minderjarige] in vergelijking met leeftijdgenootjes een kwetsbare indruk maakt wat betreft zijn emotionele en fysieke weerbaarheid (pagina 8). De verwachting is reëel dat als [voornaam minderjarige] , met akkoord van de man, van school kan wisselen, de vrouw dan beter in staat zal zijn om 1) [voornaam minderjarige] te ondersteunen in zijn ontwikkeling en om 2) het contact tussen [voornaam minderjarige] en de man in woord en in houding te ondersteunen. De wisseling van school geeft de vrouw namelijk geestelijk en feitelijk in tijd meer ruimte daarvoor. Terzijde vermeldt de rechtbank dat de vrouw dit ook nodig heeft vanwege de zorg voor haar dochter [naam dochter] van nog geen 1 jaar, haar werk en haar partner. Meer tijd en vermoedelijk geestelijke ruimte krijgt de vrouw ook als wordt voldaan aan de eerste voorwaarde die man stelt voor zijn akkoord voor het wisselen van school, namelijk het vaststellen van een zorgregeling zoals subsidiair door de man verzocht: om de week van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 19.00 uur, waarbij de man [voornaam minderjarige] uit school haalt en de vrouw [voornaam minderjarige] ophaalt bij de man, iedere woensdagmiddag uit school tot donderdagochtend naar school, waarbij de man haalt en brengt; verdeling bij helfte van de vakantie- en feestdagen. Net als de raad ziet de rechtbank in de bezwaren die de vrouw stelt, geen reden af te zien van de uitbreiding van de zorgreling of om deze gefaseerd uit te breiden. Deze uitbreiding van de zorgregeling stelt de man in staat beter contact te hebben met [voornaam minderjarige] . 3.5. Omdat de rechtbank het in het belang van [voornaam minderjarige] acht dat zijn vader in kan stemmen met een schoolwijziging die zijn moeder verzoekt, dat zijn moeder in staat is om hem ondersteunen (in zijn ontwikkeling en in het contact met zijn vader) en dat het contact met zijn vader beter kan worden, zal de rechtbank zowel het subsidiaire verzoek van de man als het verzoek om vervangende toestemming van de vrouw toewijzen. 3.6. Tot slot is de rechtbank met de man van oordeel dat het belangrijk is voor [voornaam minderjarige] dat zijn ouders hem ook tijdens zijn middelbare schoolperiode zo goed mogelijk in staat stellen om contact te hebben met beide ouders. Over het geschil waar de man en de vrouw in eerste instantie zullen zoeken naar een middelbare school voor [voornaam minderjarige] , zal de rechtbank beslissen dat dit zal zijn op een plek die is gelegen rond het middelpunt tussen Hoogvliet en (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.