RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 9059510 \ CV EXPL 21-8307 uitspraak: 9 juli 2021 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van Onderlinge Waarborgmaatschappij DSW Zorgverzekeraar U.A., gevestigd te Schiedam, eiseres, gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V., tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats gedaagde] , gedaagde, die zelf procedeert. Partijen worden hierna ‘DSW’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1.Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met bijlagen; het antwoord van [gedaagde] ; de conclusie van repliek met bijlagen; de conclusie van dupliek met één bijlage. De uitspraak van het vonnis is bepaald op vandaag. 2.De vordering en het verweer 2.1 DSW vordert dat [gedaagde] , uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan DSW te betalen € 745,88, vermeerderd met de wettelijke rente over € 626,- vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 2.2 DSW legt het volgende aan de vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft een zorgverzekering afgesloten bij DSW. [gedaagde] moet op grond van deze overeenkomst premie en eigen risico betalen en zorgkosten die door DSW zijn betaald maar niet worden vergoed. Deze verplichting is [gedaagde] niet nagekomen en [gedaagde] is in verzuim. [gedaagde] moet daarom ook buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente betalen. Het bedrag van € 745,88 bestaat uit € 626,- aan hoofdsom, € 113,62 aan buitengerechtelijke kosten en € 6,26 aan vervallen rente berekend tot de dag van dagvaarding. 2.3 [gedaagde] erkent de verschuldigdheid van de hoofdsom, rente, buitengerechtelijke incassokosten, € 124,- aan salaris gemachtigde en de dagvaardingskosten van € 108,22, maar betwist de verschuldigdheid van het griffierecht en eventuele overige proceskosten. 3.De beoordeling 3.1 De gevorderde bedragen aan hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten zijn erkend en worden toegewezen. 3.2 [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure. De hoogte van die kosten wordt in beginsel gebaseerd op de daarvoor vastgestelde tarieven. [gedaagde] voert in het kader van de proceskosten echter aan dat hij op 9 maart 2021 telefonisch contact heeft gehad met GGN - de (incasso)gemachtigde van DSW - en heeft gezegd dat hij bereid was om die dag ‘het hele bedrag’ te betalen en contant kon komen brengen. Daarop heeft de betreffende medewerkster van GGN volgens [gedaagde] gezegd dat contante betaling niet mogelijk was, omdat de balie van het kantoor gesloten was vanwege corona. 3.3 In de begeleidende brief van GGN bij de dagvaarding staat het volgende:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.