vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/603242 / HA ZA 20-825 Vonnis van 30 juni 2021 in de zaak van HEIJKOOP KRAANVERHUUR B.V., gevestigd te Nieuwerkerk aan den IJssel, eiseres, advocaat mr. S.K. Tuithof te Haarlem, tegen 1. SCHOTTE B.V., gevestigd te Rotterdam, gedaagde, advocaat mr. Chr. Groenewoud te Rotterdam, 2. SCHOTTE VERHUUR NIEUWERKERK B.V., gevestigd te Rotterdam, gedaagde, advocaat mr. Chr. Groenewoud te Rotterdam, 3. [naam gedaagde], wonende te [woonplaats gedaagde], gedaagde, advocaat mr. J.J. Dekker te Lisse. Eiser zal hierna Heijkoop worden genoemd. Gedaagden worden samen Schotte c.s. genoemd. Gedaagden afzonderlijk worden Schotte, Schotte Verhuur en [naam gedaagde] genoemd. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 17 augustus 2020, met producties 1 tot en met 8; de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 14; de oproepingsbrieven van 17 december 2020 voor de mondelinge behandeling en de brieven van 3 maart 2021 van de rechtbank met nadere informatie over die behandeling; de brief van 18 maart 2021 van Heijkoop, met producties 9 en 10; de spreekaantekeningen van Heijkoop, Schotte en Schotte Verhuur voor de mondelinge behandeling op 26 april 2021; van deze behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. Heijkoop houdt zich bezig met het verhuren van hijskranen aan de bouw, de industrie en de petrochemie. 2.2. Schotte Verhuur is de holdingmaatschappij van verschillende ondernemingen die zich bezighouden met aanneming van industriële en civiele sloopprojecten. [naam gedaagde] was tot begin maart 2021 (middellijk) bestuurder van Schotte Verhuur. 2.3. Schotte is een dochteronderneming van Schotte Verhuur die tot 2 december 2019 Schotte Exploitatie Nieuwerkerk B.V. heette. 2.4. Een andere dochteronderneming van Schotte Verhuur heette tot 2 december 2019 Schotte B.V.. De naam van deze onderneming is toen gewijzigd in Schotte Sloopwerken B.V. en vervolgens in VV Demolition B.V.. De onderneming die eerst Schotte B.V. heette en later VV Demolition B.V. wordt hierna Demolition genoemd. 2.5. In oktober 2017 heeft Demolition een overeenkomst gesloten met Engie Energie Nederland (hierna: Engie) ter uitvoering van werkzaamheden met betrekking tot de sloop van een kolencentrale in Nijmegen (hierna: het sloopproject). 2.6. In het kader van het sloopproject zijn Heijkoop en Demolition in september 2018 overeengekomen dat Heijkoop een torenkraan zou verhuren aan Demolition. De torenkraan is vanaf november 2018 verhuurd aan Demolition. 2.7. Heijkoop heeft in de periode van 1 oktober 2019 tot en met 16 januari 2020 (onder meer) zes facturen met een totaalbedrag van € 149.166,37 inclusief btw (hierna: de facturen) gestuurd aan Demolition voor de huur van de torenkraan in de periode vanaf september 2019. Deze facturen zijn niet betaald. 2.8. Eind november 2019 heeft een dodelijk ongeval plaatsgevonden op het terrein van het sloopproject. Naar aanleiding daarvan werd het werk stilgelegd en het terrein afgesloten. 2.9. Demolition is met ingang van 4 maart 2020 in staat van faillissement verklaard. 3. Het geschil 3.1. Heijkoop vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Schotte c.s. hoofdelijk te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Heijkoop te voldoen: “(…) de somma van € 152.508,45, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 1 mei 2020 tot de dag der algehele voldoening; de buitengerechtelijke incassokosten ad € 22.374,95, althans ad € 2.430,00 althans een zodanig bedrag als uw rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren; de (proces)kosten van het geding, zulks met bepaling dat gedaagde over het bedrag van deze proceskosten de wettelijke rente ex art. 6:119 BW verschuldigd zal zijn vanaf de vijftiende dag na betekening van het te dezen te wijzen vonnis tot de dag der algehele voldoening, alsmede met veroordeling van gedaagde in de nakosten met bepaling dat indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van het in deze te wijzen vonnis zijn betaald, gedaagde daarover de wettelijke rente ex art. 6:119 BW verschuldigd zal zijn tot aan de dag der algehele voldoening. De nakosten worden begroot op € 131,00 zonder betekening en € 199,00 in geval van betekening.” 3.2. Heijkoop heeft aan haar vorderingen - kort samengevat - het volgende ten grondslag gelegd. Schotte heeft misbruik gemaakt van het identiteitsverschil tussen de verschillende Schotte-ondernemingen. Zij heeft feitelijk de naam en activiteiten van Demolition overgenomen en zet de onderneming voort. In het onderhavige geval is sprake van vereenzelviging, zodat het onbetaald laten van de facturen door Demolition is toe te rekenen aan Schotte. Schotte Verhuur en [naam gedaagde] hebben als bestuurders van Demolition onrechtmatig gehandeld jegens Heijkoop, zodat zij de schade die Heijkoop heeft geleden door het onbetaald blijven van de facturen dienen te vergoeden. Het onder 1 gevorderde bedrag is de optelsom van de onbetaalde facturen en de wettelijke handelsrente tot 1 mei 2020. 3.3. De conclusie van Schotte c.s. strekt tot afwijzing van de vorderingen van Heijkoop, met veroordeling van Heijkoop in de proceskosten en de nakosten, vanaf de vijftiende dag na het vonnis te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling inleiding 4.1. Centraal staat de vraag of Schotte c.s. zijn gehouden tot betaling aan Heijkoop van de in 2.7 omschreven facturen. 4.2. De stelplicht (en bij gemotiveerde betwisting ook de bewijslast) voor de feiten en omstandigheden waarop het beroep op vereenzelviging en bestuurdersaansprakelijkheid is gebaseerd, rusten op Heijkoop als de partij die zich op deze grondslagen beroept (artikel 150 Rv). vereenzelviging 4.3. Wie (volledige of overheersende) zeggenschap heeft over twee rechtspersonen kan misbruik maken van het identiteitsverschil tussen deze rechtspersonen. Het maken van dit misbruik zal in de regel moeten worden aangemerkt als een onrechtmatige daad, die verplicht tot het vergoeden van de schade die door het misbruik aan derden wordt toegebracht. Deze verplichting tot schadevergoeding zal dan niet alleen rusten op de persoon die met gebruikmaking van zijn zeggenschap de betrokken rechtspersonen tot medewerking aan dat onrechtmatig handelen heeft gebracht, maar ook op deze rechtspersonen zelf. Dit komt omdat het ongeoorloofde oogmerk van degene die hen beheerst op grond van het recht dient te worden aangemerkt als een oogmerk ook van henzelf (bijvoorbeeld Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2285, r.o. 3.5.2.). 4.4. De rechtbank is van oordeel dat Heijkoop onvoldoende heeft gesteld om vereenzelviging aan te nemen. Schotte c.s. hebben toegelicht dat de naamswijzigingen zekerheidshalve zijn doorgevoerd met het oog op het veiligstellen van de (goede) bedrijfsnaam Schotte, voor het geval dat het conflict tussen Demolition en Engie niet zou worden opgelost. Heijkoop heeft niet gemotiveerd gesteld dat deze toelichting niet toereikend is. Het had wellicht voor de hand gelegen dat Heijkoop op de hoogte werd gesteld van de naamswijziging van Demolition, maar dat dit niet is gebeurd, betekent op zichzelf niet dat Schotte c.s. misbruik hebben gemaakt van het identiteitsverschil tussen Schotte en Demolition. 4.5. Schotte heeft gemotiveerd betwist dat zij personeel en materialen van Demolition heeft overgenomen en de onderneming voortzet. Zo heeft zij stukken overgelegd over het conflict met Engie waarin valt te lezen dat de materialen die werden gebruikt voor het sloopproject geen eigendom waren van Schotte of Demolition, maar van Schotte Verhuur. Schotte heeft voorts aangevoerd en met stukken onderbouwd dat zij geen activiteiten verricht. In reactie hierop heeft Heijkoop haar stelling dat Schotte feitelijk een voortzetting is van de onderneming van Demolition niet nader onderbouwd. Bovendien heeft Heijkoop onvoldoende gesteld ter onderbouwing van haar stelling dat de in 2.3 en 2.4 bedoelde naamswijzigingen (mede) tot doel of gevolg hebben gehad dat haar facturen onbetaald zijn gebleven. 4.6. Gelet op het voorgaande heeft Heijkoop onvoldoende gemotiveerd gesteld dat Schotte c.s. onrechtmatig hebben gehandeld door misbruik te maken van het identiteitsverschil tussen Schotte en Demolition en dat deze rechtspersonen met elkaar vereenzelvigd moeten worden. De vorderingen zijn dan ook niet toewijsbaar op deze grondslag. bestuurdersaansprakelijkheid 4.7. De rechtbank stelt voorop dat indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, uitgangspunt is dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is naast aansprakelijkheid van die vennootschap ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. 4.8. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een dergelijk ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.