Rechtbank Rotterdam Team jeugd Parketnummer: 10/651014-19 Datum uitspraak: 26 april 2021 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte], geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 2005, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte], raadsman mr. S. Lodder, advocaat te Rotterdam.
- Onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de besloten terechtzitting van 13 april
- Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
- Eis officier van justitie De officier van justitie mr. H. du Croix heeft gevorderd: vrijspraak van het onder 5 en 6 ten laste gelegde; bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 uur, met aftrek van voorarrest, waarvan 40 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van één jaar met als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond; met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van de algemene voorwaarden en de voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
- Waardering van het bewijs 4.
- Vrijspraak zonder nadere motivering Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 5 en 6 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken. 4.
- Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 4 ten laste gelegde heeft begaan. In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan. De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
- zij op 6 juli 2019 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een horloge en een ketting en een jas, toebehorende aan [naam slachtoffer 1], , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken , welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het: - die [naam slachtoffer 1] tonen van een uitgeklapt mesen - aan de haren van die [naam slachtoffer 1] trekken ten gevolge waarvan die [naam slachtoffer 1] op de grond is gevallen en - schoppen en slaan tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 1], terwijl zij op de grond lag en - trekken van de ketting en het horloge van die [naam slachtoffer 1] en - weggrissen van de jas van die [naam slachtoffer 1]
- zij op 27 juni 2019 te Barendrecht, op een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten in of nabij de fietsenstalling van de school "[naam school]" gevestigd aan de [adres school], , openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het - slaan/stompen op/tegen het hoofden - met krachtaan de haren vastpakken en vervolgens te trekken;
- zij op 27 juni 2019 te Barendrecht een schooltas (merk: eastpak) met daarin (onder andere) schoolboeken en een laptop, toebehorende aan [naam slachtoffer 2], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
- zij op 27 juni 2019 te Barendrecht opzettelijk en wederrechtelijk een laptop toebehorende aan [naam slachtoffer 2] en/of [naam school], heeft vernield. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of misslagen verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in haar verdediging geschaad
- Strafbaarheid feiten De bewezen feiten leveren op:
- diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
- openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
- diefstal
- opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
- Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
- Motivering straf 7.
- Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 7.
- Feiten waarop de straf is gebaseerd De verdachte heeft op 26 juli 2019 samen met anderen de aangeefster [naam slachtoffer 1] beroofd van haar ketting, horloge en haar jas. De aangeefster had volgens de verdachte geld van haar gestolen en de verdachte wilde haar hiermee confronteren. Zij heeft vervolgens met de aangeefster afgesproken en daar was nog een aantal vriendinnen van de verdachte bij aanwezig. Dit is vervolgens uitgelopen tot een beroving, waarbij door de verdachte en haar vriendinnen geweld is gebruikt tegen de aangeefster. Een maand eerder had de verdachte zich ook al schuldig gemaakt aan openlijk geweld, het plegen van een diefstal en een vernieling. Volgens de verdachte zou de aangeefster [naam slachtoffer 2] eerder met één van haar vriendinnen hebben gevochten en spullen van haar hebben afgepakt. Vervolgens hebben zij en haar vriendinnen de aangeefster mishandeld, waarna de verdachte de rugzak van de aangeefster had afgepakt en de laptop in deze tas had vernield. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke berovingen hiervan nog langdurig de nadelige gevolgen kunnen ondervinden. Hiermee hebben de verdachte en haar medeverdachten geen rekening gehouden. De verdachte en haar medeverdachten hebben slechts hun eigen belangen op het oog gehad. Ook heeft de verdachte laten zien geen respect te hebben voor andermans eigendommen en lichamelijke integriteit. De rechtbank neemt dit de verdachte zeer kwalijk. 7.
- Persoonlijke omstandigheden van de verdachte 7.3.
- Strafblad Uit het strafblad van de verdachte van 10 maart 2021 blijkt dat zij niet eerder is veroordeeld. 7.3.
- Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting De rechtbank heeft ook kennis genomen van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 1 september
- Hieruit komt naar voren dat de verdachte een kwetsbaar meisje is. Zij heeft het afgelopen jaar haar moeder verloren en het is belangrijk dat de verdachte de ruimte krijgt om dit grote verlies een plek te geven en het rouwproces te doorlopen. De verdachte ervaart problemen op het gebied van emotieregulatie, wat maakt dat zij op meerdere levensgebieden tegen problemen aanloopt. De verdachte beschikt over onvoldoende vaardigheden en heeft tijdens onderhavige delicten haar gedrag niet weten bij te sturen. Zij lijkt in te kunnen zien dat hetgeen zij heeft gedaan maatschappelijk niet wordt aanvaard en weet haar gevoelens (boosheid) tijdens één van de delicten te kunnen benoemen. De Raad acht het van belang dat de verdachte meer vaardigheden en handelingsalternatieven aangeleerd krijgt, waarbij aandacht wordt besteed aan haar emotie regulatie, impulscontrole, houding en zelfinzicht om de kans op herhaling van delictgedrag te verlagen. Op het moment dat de verdachte schuldig wordt bevonden, wordt jeugdreclassering als passend gezien. De jeugdreclassering kan bezien wat passend is voor de verdachte en welke strategie het beste werkt bij de verdachte en haar gezin en hoe systeembehandeling alsnog plaats kan vinden. Geadviseerd wordt om de verdachte een deels voorwaardelijke taakstraf op te leggen met daaraan bijzondere voorwaarden gekoppeld. Ook heeft de rechtbank kennis genomen van het rapport van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, (hierna: te noemen JBRR) van 12 april
- Dit rapport houdt het volgende in. Om het recidiverisico dat als laag ingeschat wordt te verminderen, is het van belang dat de verdachte niet meer in aanraking komt met de politie en/of justitie, zich inzet voor haar schoolgang, op een adequate manier omgaat met haar emoties/agressie, afstand blijft houden van leeftijdsgenoten die een negatieve invloed op haar hebben, de juiste keuzes blijft maken en voorkomt om in risicovolle situaties terecht te komen. Daarnaast is het belangrijk dat de verdachte tijd en ruimte krijgt om het verlies van moeder een plek te geven. Geadviseerd wordt om de verdachte een onvoorwaardelijke straf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen zonder proeftijd en zonder de jeugdreclasseringsbegeleiding. Ter zitting heeft [naam], werkzaam als jeugdreclasseerder bij JBRR, naar voren gebracht dat de verdachte de schorsingsperiode goed heeft doorlopen. De verdachte is niet meer in de problemen gekomen en op school gaat het ook goed. De relatie tussen de vader en de verdachte is ook positief veranderd. In eerste instantie heeft JBRR aangegeven het niet nodig te vinden om alsnog begeleiding in te zetten, maar [naam] heeft kenbaar gemaakt dat zij niet op de hoogte was van alle ten laste gelegde feiten waar de verdachte van wordt verdacht. Gelet hierop en op de wens van de verdachte om verder begeleid te worden, vindt zij het wel raadzaam dat de verdachte nog een jaar begeleid wordt. 7.
- Conclusies van de rechtbank Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. De rechtbank ziet aanleiding om bij de strafoplegging acht te slaan op de afspraken, zoals deze ten aanzien van een aantal delictsgroepen zijn neergelegd in de Landelijke Oriëntatiepunten voor straftoemeting Jeugd, die dienen ter bevordering van de rechtseenheid in de strafoplegging. Gezien de ernst van de feiten en gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden zal de rechtbank een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van na te noemen duur opleggen. Nu de jeugdreclassering begeleiding noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
- Vordering benadeelde partij Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde], ter zake van het onder 1 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 293,99 aan materiële schade en een bedrag van € 1.000,- aan immateriële schade met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 8.
- Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen tot een bedrag van € 40,- aan materiële schade en € 200,- aan immateriële schade. Zo is de vordering ook toegewezen in de zaken van de medeverdachten. 8.
- Standpunt verdediging De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu vrijspraak is bepleit. Subsidiair heeft de raadsman zich gerefereerd ten aanzien van de materiële schade als deze op dezelfde manier wordt opgelegd als in de zaak van de medeverdachten. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade is de raadsman van mening dat deze gematigd dient te worden aangezien er ook rekening moet worden gehouden met enige vorm van eigen schuld vanuit het slachtoffer. Als zij geen geld van de verdachte had gestolen, was dit feit zeer waarschijnlijk niet gebeurd. 8.
- Beoordeling De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. In de zaak van de medeverdachten is reeds een substantieel bedrag van de vordering toegewezen (zonder hoofdelijke aansprakelijkheid). Mede gelet hierop en gelet op de aanleiding van het onder 1 ten bewezen verklaarde feit, is de rechtbank van oordeel dat toewijzing van de vordering aan de benadeelde partij zou leiden tot een bovenmatige toekenning van schadevergoeding. Bovendien is de gevorderde schade onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil. 8.
- Conclusie In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.
- Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is op de artikelen 63, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 310, 312 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
- Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
- Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 5 en 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uur, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 66 (zesenzestig) uur te verrichten werkstraf resteert; beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 33 (drieëndertig) dagen; bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf groot 40 (veertig) uur), niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten; verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op één jaar; tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden; stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde: - zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde: - zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht; verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarde: - de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht. geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, dat bij eerdere beslissing is geschorst; verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil. Dit vonnis is gewezen door: mr. I.W.M. Laurijssens, voorzitter, tevens kinderrechter, en mrs. S.N. Abdoelkadir en F.W.H. van den Emster, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.J. van Heel, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 april
- De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
- zij op of omstreeks 26 juli 2019 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweid en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een horloge en/of een ketting en/of een jas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s) en/of zij op of omstreeks 26 juli 2019 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een horloge en/of een ketting en/of een jas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1], in eik geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/o£ om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van net gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het: - die [naam slachtoffer 1] (voor)houden/tonen van een (uitgeklapt) mes en/of een op een mes gelijkend voorwerp en/of - meermalen, althans eenmaal aan de/het ha(a)r(en) van die [naam slachtoffer 1] trekken ten gevolge waarvan die [naam slachtoffer 1] op de grond is gevallen en/of - meermalen, althans eenmaal schoppen en/of slaan op/tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 1], terwijl zij op de grond lag en/of - afrukken/trekken van de ketting en/of het horloge van die [naam slachtoffer 1] en/of - weggrissen en/of afpakken van de jas van die [naam slachtoffer 1] en/of - ( onder bedreiging van een mes) tegen die [naam slachtoffer 1] zeggen dat zij alles uit moest trekken en haar sieraden moest geven en/of dat zij haar horloge af moest doen; art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
- zij op of omstreeks 27 juni 2019 te Barendrecht, op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten in of nabij de fietsenstalling van de school "[naam school]" gevestigd op/aan de [adres school], in eik geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer 2], welk geweid bestond uit het meermalen, althans eenmaal - slaan/stompen op/tegen het hoofd, althans het lichaam en/of - ( met kracht) bij/aan de/het ha(a)r(en) vastpakken en/of (vervolgens)te trekken; art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht
- zij op of omstreeks 27 juni 2019 te Barendrecht een schooltas (merk: eastpak) met daarin (onder andere) schoolboeken en/of een laptop, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 2], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; art 310 Wetboek van Strafrecht
- zij op of omstreeks 27 juni 2019 te Barendrecht opzettelijk en wederrechtelijk een laptop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2] en/of [naam school], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en / of beschadigd en / of onbruikbaar gemaakt; art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht
- zij op of omstreeks 27 juni 2019 te Barendrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een fiets (merk: Altec), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een anuer dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 2], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht
- zij op of omstreeks 9 juni 2019 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een tas met inhoud, te weten een kipgerecht en twee blikken fernandes, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 3], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door voornoemde tas uit de handen van die [naam slachtoffer 3] te trekken/rukken; art 310 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht