Rechtbank Rotterdam Team insolventie tussentijdse beëindiging insolventienummer: [nummer] uitspraakdatum: 2 juli 2021 Bij vonnis van deze rechtbank van 22 april 2020 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van: [naam] [adres] [woonplaats] , schuldenaar, bewindvoerder: H.J.E. Schoonbrood. 1De procedure De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris op 26 maart 2021 verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 30 maart 2021 met dit verzoek ingestemd. Op 19 april 2021 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht omtrent de laatste stand van zaken. De beëindiging is behandeld ter terechtzitting van 23 april
- De waarnemend bewindvoerder, M. den Uil, en schuldenaar zijn gehoord. De rechtbank heeft de behandeling aangehouden om schuldenaar de gelegenheid te bieden de verzochte stukken aan de bewindvoerder te overleggen, teneinde in aanmerking te komen voor een verlenging van de schuldsaneringsregeling. Op 18 juni 2021 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht omtrent de laatste stand van zaken. De behandeling is voortgezet ter terechtzitting van 25 juni
- De waarnemend bewindvoerder, M. Klarenbeek, is ter terechtzitting gehoord. Schuldenaar is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De uitspraak is bepaald op heden. 2De standpunten De rechtbank verwijst met betrekking tot de tekortkomingen in de schuldsaneringsregeling van schuldenaar naar de laatste stand van zaken van de bewindvoerder van 19 april 2021 en 18 juni
- De bewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat er geen wijzingen hebben plaatsgevonden ten opzichte van de laatste stand van zaken van 19 april 2021 en 18 juni
- Schuldenaar komt al een geruime tijd zijn verplichtingen van de schuldsaneringsregeling niet naar behoren na. Schuldenaar heeft ter zitting van 23 april 2021 verklaard dat zijn ex-partner, de moeder van zijn zoon, is gediagnosticeerd met kanker. Ook ging het niet goed met zijn zoon. Dit heeft hem belemmerd in de nakoming van zijn verplichtingen. Schuldenaar heeft aangegeven een machtiging te zullen afgeven aan zijn budgetbeheerder, zodat deze voor de afdrachten kan zorgdragen. Schuldenaar gaf voorts aan zicht te hebben op een vast contract en heeft gevraagd om een laatste kans teneinde de schuldsaneringsregeling met een schone lei te kunnen afronden. De bewindvoerder heeft na de zitting van 23 april 2021 niets meer van schuldenaar vernomen. Schuldenaar heeft de verzochte stukken niet aangeleverd en heeft niet afgedragen aan de boedel. De bewindvoerder adviseert de rechtbank om de schuldsaneringsregeling van schuldenaar tussentijds te beëindigen. 3De beoordeling Aan de orde is of de schuldsaneringsregeling van schuldenaar tussentijds moet worden beëindigd, vanwege het niet naar behoren nakomen van de uit de regeling voortvloeiende verplichtingen op grond van artikel 350 lid 3 sub c, d en/of e van de Faillissementswet (hierna: Fw). De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 109.135,98 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen bovenmatige nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen. De rechtbank oordeelt dat schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen en overweegt daartoe als volgt. Schuldenaar heeft feitelijk gehandeld alsof de schuldsaneringsregeling niet op hem van toepassing was. Gedurende de gehele schuldsaneringsregeling heeft hij de bewindvoerder niet (tijdig) of onvolledig geïnformeerd. Hij komt zijn (aanvullende) sollicitatieverplichting niet na. Daarnaast heeft schuldenaar tot op heden niets afgedragen aan de boedel. De geschatte boedelachterstand bedraagt per 19 april 2021 ten minste € 6.822,
- Door het ontbreken van de vele inlichtingen kan de boedelachterstand niet met zekerheid worden vastgesteld. Ook is er een nieuwe schuld bij de Belastingdienst ontstaan van € 194,
- Voorts is gebleken dat schuldenaar aanzienlijke uitgaven heeft gedaan van een totaal bedrag van € 4.700,- in de periode tussen het indienen van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling en de toelating. Er is over die periode geen spaarsaldo afgedragen. Naar aanleiding van de behandeling van de beëindiging op 23 april 2021 heeft de rechtbank aan schuldenaar een extra kans willen gegeven om eventueel in aanmerking te komen voor een verlenging van de schuldsaneringsregeling om de tekortkomingen te herstellen. Schuldenaar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt door de verzochte stukken niet aan te leveren en ook overigens geen actie te ondernemen om de tekortkomingen te herstellen. De rechtbank laat bij haar beslissing tevens zwaar meewegen dat schuldenaar niet is verschenen ter zitting bij de voortgezette behandeling van de beëindiging. Van een saneringsgezinde houding is niet gebleken. Dat bovengenoemde tekortkomingen schuldenaar niet te verwijten zijn, is onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat schuldenaar, in elk geval na het verhoor door de rechter-commissaris van 20 november 2020 en de behandeling van de beëindiging op 23 april 2021 van de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling goed op de hoogte moet zijn geweest. De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, sub c, d, e en f Fw. De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. De rechtbank stelt vast dat er geen baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Er is daarom geen sprake van een faillissement van rechtswege zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat. 4De beslissing De rechtbank: - beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling; - stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 2.205,60; Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van mr. A.A. Dadzie, griffier, in het openbaar uitgesproken op 2 juli
- Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.