RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 9149563 CV EXPL 21-1642 uitspraak: 22 juli 2021 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht, in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Youvia B.V., gevestigd te Amsterdam, eiseres, gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders B.V., tegen [gedaagde] , v.h.o.d.n. [naam bedrijf] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, die in persoon procedeert. Partijen worden hierna aangeduid als ‘Youvia’ en ‘ [gedaagde] ’. 1.Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 25 maart 2021, met producties; de conclusie van antwoord, met producties; de conclusie van repliek, met producties; de conclusie van dupliek. Het vonnis is bepaald op heden. 2.De vaststaande feiten 2.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast. 2.2 Youvia biedt diensten aan ter bevordering van de digitale vindbaarheid van bedrijven, onder meer door het publiceren van bedrijfsprofielen op haar netwerk. In het verleden bestonden deze diensten uit het opnemen van bedrijfsprofielen in De Telefoongids en Gouden Gids. [gedaagde] heeft in ieder geval in het verleden gebruik gemaakt van de diensten van Youvia, en wel ten behoeve van zijn voormalige onderneming [naam bedrijf] , een eenmanszaak. 3.Het geschil 3.1 Youvia vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Youvia van een bedrag van € 576,11,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 486,06,- vanaf 22 maart 2021 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten. 3.2 Youvia legt aan haar vordering ten grondslag een tussen partijen in december 2011 gesloten overeenkomst tot publicatie van het bedrijfsprofiel van [naam bedrijf] , die behoudens opzegging jaarlijks wordt verlengd, op grond waarvan [gedaagde] is gehouden aan Youvia de daarvoor overeengekomen vergoeding te betalen. [gedaagde] is hiermee in gebreke gebleven voor wat betreft de factuur van 23 oktober 2020 ten bedrage van € 486,06, die ziet op de periode van 24 september 2020 tot 24 september 2021. 3.3 [gedaagde] voert verweer tegen de vordering. [gedaagde] betwist dat tussen partijen een jaarlijks verlengde overeenkomst bestaat. Voor zover deze heeft bestaan, heeft [gedaagde] de overeenkomst in maart 2020 opgezegd. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vordering. 4.De beoordeling 4.1 Partijen zijn in geschil over de vraag of tussen hen voor de periode van 24 september 2020 tot 24 september 2021 een overeenkomst heeft bestaan op grond waarvan [gedaagde] gehouden is de factuur van 23 oktober 2020 aan Youvia te betalen. 4.2 Youvia legt ter onderbouwing van haar standpunt als productie 8 bij repliek een orderbevestiging over uit 2011, waarbij haar algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard. Ook legt zij als productie 3 bij dagvaarding een verlengingsbrief van 25 augustus 2018 over. Youvia wijst erop dat beide brieven zijn voorzien van de tekst van haar algemene voorwaarden. [gedaagde] betwist dat hij ooit algemene voorwaarden heeft ontvangen, maar heeft niet betwist dat hij deze brieven – beide inderdaad voorzien van de tekst van de alstoen geldende algemene voorwaarden van Youvia (voorheen DTG) – heeft ontvangen. Op grond hiervan moet in rechte worden aangenomen dat [gedaagde] (handelend in de uitoefening van een bedrijf) in zijn relatie met Youvia bekend had kunnen zijn met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Youvia. Artikel 11.1 van de voorwaarden gevoegd bij de verlengingsbrief van 25 augustus 2018 luidt: ‘Tenzij uitdrukkelijk anders overeengekomen, wordt de Overeenkomst aangegaan voor een initiële periode van één
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.