RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 9032973 \ CV EXPL 21-6777 uitspraak: 28 mei 2021 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] h.o.d.n. [handelsnaam], gevestigd te: [vestigingsplaats eiseres] , eiseres bij exploot van dagvaarding van 4 februari 2021, gemachtigde: Van Es gerechtsdeurwaarders & Incasseerders te Rotterdam, tegen [gedaagde] , woonplaats: [woonplaats gedaagde] , gedaagde, die in persoon procedeert. Partijen worden hierna aangeduid als [eiseres] respectievelijk [gedaagde] .
- Het verloop van de procedure 1.1 Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken: het exploot van dagvaarding, met producties; de conclusie van antwoord; de aantekeningen van de griffier van hetgeen [gedaagde] op de rolzitting van 25 februari 2021 heeft aangevoerd; de conclusie van repliek. 1.2 [gedaagde] heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet op de conclusie van repliek gereageerd. 1.3 De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.
- De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast. 2.1 [gedaagde] heeft een aankoop gedaan bij webwinkel ‘ [naam webwinkel] ’ van € 39,
- De webwinkel heeft haar vordering op [gedaagde] aan [naam] gecedeerd en hiervan mededeling gedaan aan [gedaagde] . 2.3 [naam] heeft de kosten van € 39,89 bij factuur van 2 juli 2020 aan [gedaagde] in rekening gebracht. [naam] heeft haar vordering vervolgens aan [eiseres] gecedeerd en [gedaagde] van deze cessie op de hoogte gesteld. 2.4 [eiseres] heeft [gedaagde] bij brief van 11 januari 2021 tot betaling gemaand en daarbij meegedeeld dat indien [gedaagde] niet binnen een termijn van 15 dagen na ontvangst van de brief tot betaling overgaat, zij een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zal zijn.
- De vordering 3.1 [eiseres] heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 80,33 te vermeerderen met de rente over € 39,89 vanaf 3 februari 2021 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 3.2 [eiseres] , legt daaraan, gelet op voornoemde feiten, het volgende ten grondslag. [gedaagde] is, ondanks daartoe te zijn aangemaand, in gebreke gebleven met betaling van de onder 2.3 vermelde factuur. [eiseres] vordert het bedrag van € 39,89 aan hoofdsom. [gedaagde] is op grond van artikel 6:119 BW wettelijke rente verschuldigd die, vanaf de dag van verzuim tot de dag van dagvaarding, € 0,44 bedraagt. Daarnaast maakt [eiseres] op grond van artikel 6:96 BW aanspraak op een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten.
- Het verweer [gedaagde] heeft de hoofdsom erkend, maar zij voert verweer tegen de bijkomende kosten. Zij wilde een betalingsregeling treffen, maar ondanks meerdere telefoontjes en e-mails heeft zij geen reactie gekregen. Zij vindt het onterecht dat er extra kosten in rekening worden gebracht en is bereid om een bedrag van € 10,-- per maand te betalen.
- De beoordeling 5.1 De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] de verschuldigdheid en de hoogte van de gevorderde hoofdsom niet heeft betwist. Het gevorderde bedrag van € 39,89 zal daarom worden toegewezen. 5.2 De wettelijke rente zal als niet weersproken eveneens worden toegewezen. 5.3 [eiseres] heeft op 11 januari 2021 een aanmaning aan [gedaagde] verstuurd en buitengerechtelijke incassokosten aangezegd. Nu deze aanmaning voldoet aan de eisen die artikel 6:96 BW daaraan stelt, het bedrag van € 40,00 overeenkomt met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en [gedaagde] niet binnen de in de aanmaning gestelde termijn heeft betaald, is zij deze kosten verschuldigd geworden. Het gevorderde bedrag van € 40,00 zal daarom worden toegewezen. 5.4 [gedaagde] heeft ten aanzien van de gevorderde proceskostenveroordeling aangevoerd dat zij geprobeerd heeft een betalingsregeling te treffen, maar dat zij geen reactie op haar telefoontjes en mailtjes heeft gekregen. [eiseres] heeft deze stelling bij repliek gemotiveerd betwist. Zij noch de deurwaarder of de incassogemachtigde van [eiseres] heeft een betalingsvoorstel van [gedaagde] ontvangen. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om haar verweer tegenover de betwistingen van [eiseres] nader te onderbouwen. Door bij dupliek niet te reageren heeft zij haar verweer onvoldoende gemotiveerd en wordt hieraan voorbij gegaan. 5.5 [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan den zijde van [eiseres] vastgesteld op € € 211,81 aan verschotten en € 74,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van € 37,-- per punt). 5.6 [eiseres] heeft in reactie op het verweer van [gedaagde] bij repliek meegedeeld dat zij ermee kan instemmen dat [gedaagde] het totaal van de toegewezen bedragen in termijnen van € 10,00 voldoet. Voor het treffen van een passende betalingsregeling kan [gedaagde] zich tot [eiseres] wenden.
- De beslissing De kantonrechter: veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] tegen kwijting te betalen een bedrag van € 80,33 (waarvan € 39,89 ziet op de hoofdsom, € 40,00 op de buitengerechtelijke incassokosten en € 0,44 op de vervallen wettelijke rente tot 3 februari 2021), vermeerderd met de wettelijke rente over € 39,89 vanaf 3 februari 2021 tot aan de dag van algehele voldoening; veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] vastgesteld op € 211,81 aan verschotten en € 74,00 aan salaris voor de gemachtigde; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 426