RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 8734027 CV EXPL 20-30511 uitspraak: 19 maart 2021 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van de stichting Stichting Woonstad Rotterdam, gevestigd te Rotterdam, eiseres, gemachtigde: mr. M. Spruit, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats gedaagde] , gedaagde, gemachtigde: mr. M.P.V. den Engelsman. Partijen worden hierna aangeduid als “Woonstad” en “ [gedaagde] ”. 1.Het verloop van de procedure 1.1 Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen: het exploot van dagvaarding van 19 augustus 2020, met (aanvullende) producties; de conclusies van antwoord, met producties; het vonnis van 23 november 2020, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald; de aantekeningen van de op 13 januari 2021 gehouden mondelinge behandeling. 1.2 De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden. 2.De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast. 2.1 Op grond van een tussen partijen gesloten huurovereenkomst verhuurt Woonstad aan [gedaagde] de woning aan de [adres] te Rotterdam, tegen een huur van thans € 476,14 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen. 2.2 Bij een zogenoemde APK van de woning van [gedaagde] , verricht op 25 september 2019, is een gaslek in een leiding geconstateerd en waargenomen dat de verwarming wordt verzorgd door een gashaard. De gasaansluiting is direct afgesloten en [gedaagde] is geadviseerd om kosteloos centrale verwarming te laten plaatsen in de woning. Voor de tussentijd zijn noodvoorzieningen getroffen in de woning door een gaskooktoestel en een noodboiler te plaatsen, waardoor [gedaagde] kon koken en gebruik kon maken van warm water. 2.3 Begin oktober 2019 heeft [gedaagde] ingestemd met het plaatsen van een cv-installatie. Vervolgens heeft Woonstad opdracht gegeven aan Mampaey Installatie Bedrijven (hierna: Mampaey) om een cv-installatie in de woning te plaatsen. 2.4 Bij e-mailbericht van 18 oktober 2019 is - verkort weergegeven - van de zijde van Mampaey aan Woonstad meegedeeld dat men langs is geweest bij van [gedaagde] voor een opname van de woning, waarbij zij te kennen heeft gegeven moeite te hebben met het plaatsen van een cv-ketel en met de leidingen. [gedaagde] heeft de voorkeur uitgesproken om de afgekeurde gasleiding te laten herstellen, zodat zij haar gashaard weer zou kunnen gebruiken. Tevens is opgemerkt dat de woning zo vol staat dat geen normale opname kan worden gedaan en dat [gedaagde] niet wil meewerken. Woonstad is voorgesteld om de woning te bezoeken en met [gedaagde] te communiceren. 2.5 Woonstad is met [gedaagde] het gesprek aangegaan. 2.6 Bij e-mailbericht van 28 oktober 2019 is - verkort weergegeven - van de zijde van Mampaey hetzelfde aan Woonstad meegedeeld als op 18 oktober 2019, nadat men weer bij [gedaagde] langs is geweest. 2.7 Nadien is Woonstad wederom het gesprek aangegaan met [gedaagde] . 2.8 Woonstad heeft uiteindelijk afgezien van het plaatsen van een cv-installatie en op 26 november 2019 de gasleiding in de woning van [gedaagde] laten repareren, zodat zij haar gashaard weer kan gebruiken. 2.9 [gedaagde] heeft op 3 december 2019 een huurbetaling aan Woonstad via automatische incasso laten terugboeken. In de maanden daarna heeft zij steeds rond de 25e van de maand de lopende huur van die maand betaald aan Woonstad via een bankoverschrijving. 2.10 Woonstad heeft [gedaagde] tot betaling gesommeerd. 2.11 Bij e-mailbericht van 9 december 2019 heeft de gemachtigde van [gedaagde] - verkort weergegeven - aan Woonstad te kennen gegeven dat [gedaagde] aanspraak maakt op een huurkorting van twee maanden wegens gederfd huurgenot. 2.12 Bij e-mailbericht aan de gemachtigde van [gedaagde] van 9 januari 2020 heeft Woonstad € 300,- compensatie aangeboden aan [gedaagde] . Van de zijde van [gedaagde] is hierop niet gereageerd. 2.13 Bij e-mailbericht van 20 maart 2020 heeft Woonstad meegedeeld aan [gedaagde] dat geen bericht van haar advocaat is ontvangen met uitleg over de huurachterstand van € 933,90 en dat [gedaagde] heeft toegezegd dit onder zijn aandacht te brengen. Daarbij is te kennen gegeven dat Woonstad graag uiterlijk 27 april as. verneemt welke oplossing [gedaagde] kan aandragen. 3.Het geschil 3.1 Woonstad vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 500,- te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 3.2 Aan haar vordering legt Woonstad - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag dat [gedaagde] tot en met augustus 2020 een huurachterstand heeft laten ontstaan van € 836,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.