← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2021:7305

RECHTBANK ROTTERDAM Team familie Zaak-/rekestnummer: C/10/617821 / FA RK 21-3389 Externe referentie: [nummer] Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 4 mei 2021 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) op verzoek van: de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier, met betrekking tot: [naam betrokkene] , geboren op [geboortedatum betrokkene], [geboorteplaats betrokkene], hierna: betrokkene, wonende te [woonplaats betrokkene], thans verblijvende in Yulius, locatie de Gantel te Sliedrecht, advocaat mr. H.J. Naber te Dordrecht.

  1. Procesverloop 1.
  2. Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 3 mei 2021, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 1 mei 2021 opgelegde crisismaatregel. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 1 mei 2021; de medische verklaring opgesteld door [naam 1], psychiater, van 1 mei 2021; de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz; het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn. 1.
  3. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 mei
  4. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord: betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat; [naam 2], verpleegkundig specialist, verbonden aan Yulius. 1.
  5. De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
  6. Beoordeling Betrokkene is in eerste instantie vrijwillig opgenomen met een verward toestandsbeeld wat mogelijk veroorzaakt is door een toename van depressieve klachten in combinatie met alcoholgebruik. Vanwege oplopende agitatie en suïcidale uitingen is betrokkene gesloten geplaatst. Het vermoeden bestond dat er bij betrokkene sprake was van een onttrekkingsdelier. Betrokkene ontkende echter het alcoholgebruik maar weigerde een blaastest. Daarnaast ontkent betrokkene agressief en suïcidaal te zijn en verzet zich tegen de opname. Betrokkene heeft al ambulante behandeling in de thuissituatie en is voornemens deze voort te zetten en indien nodig uit te breiden. Het uitgangspunt van de Wvggz is dat het stellen van verplichte zorg het uiterste middel is. Weliswaar is er bij betrokkene sprake van een psychische stoornis, maar de rechtbank is er niet van overtuigd dat er sprake is van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel dat voortvloeit uit de psychische stoornis. Er is daarom niet voldaan aan de voorwaarden voor verplichte zorg. De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.
  7. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek af. Deze beschikking is op 4 mei 2021 mondeling gegeven door mr. L.A.C. van Nifterick, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier, en op 10 mei 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.