← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2021:7312

RECHTBANK ROTTERDAM Team familie Zaak-/rekestnummer: C/10/619685 / FA RK 21-4281 Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 8 juni 2021 betreffende een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd) op verzoek van: het CIZ, met betrekking tot: [naam cliënt] , geboren op [geboortedatum cliënt] , hierna: cliënt, wonende te [woonplaats cliënt] , thans verblijvende te Rotterdam, advocaat mr. J.I. Echteld te Gouda.

  1. Procesverloop 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 4 juni
  3. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: de beschikking van de burgemeester van 3 juni 2021; de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam 1] , arts, van 3 juni 2021; het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 4 juni 2021; de aanvraag van 4 juni
  4. 1.
  5. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 juni
  6. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord: cliënt met zijn hiervoor genoemde advocaat; [naam 2] , specialist ouderengeneeskunde, verbonden aan Laurens; [naam 3] , zoon van cliënt.
  7. Beoordeling 2.
  8. Op 3 juni 2021 heeft de burgemeester van de gemeente Westland ten behoeve van cliënt een last tot inbewaringstelling genomen. Op 4 juni 2021 heeft het CIZ verzocht met betrekking tot cliënt een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling te verlenen. 2.
  9. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat dit ernstig nadeel wordt veroorzaakt door het gedrag van cliënt als gevolg van zijn psychogeriatrische aandoening, te weten ziekte van Alzheimer. 2.
  10. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van cliënt sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel. Bij cliënt is al enige tijd sprake van desoriëntatie en korte termijn geheugenstoornissen. Cliënt is bekend met een verhoogd valrisico, maar vergeet regelmatig zijn rollator te gebruiken, waardoor er meerdere valincidenten (met letsel) hebben plaatsgevonden. Daarnaast ontbreekt het cliënt aan ziekte inzicht. De echtgenoot van cliënt kampt met beginnende dementie en zij kan de zorg voor hem niet meer aan. De mogelijkheden binnen de ambulante hulpverlening zijn niet meer toereikend en het steunsysteem is overbelast geraakt. Cliënt behoeft 24 uurs zorg, begeleiding en structuur hetgeen hem binnen de huidige instelling geboden kan worden. 2.
  11. Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder ingrijpende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Cliënt behoeft intensieve 24-uurs zorg, toezicht en intensieve begeleiding op een psychogeriatrische afdeling. Tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat in overleg met de familie zal worden gezocht naar een beschermde woonvorm meer in de buurt van Monster. 2.
  12. Cliënt verzet zich tegen een voortzetting van zijn verblijf het verblijf in de accommodatie. Cliënt voelt zich opgesloten en begrijpt niet waarom hij in een verpleeghuis is. Tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat, ingevolge de wens van cliënt, zal worden gezocht naar een nuttige dagbesteding om het opgesloten gevoel van cliënt teniet te doen. 2.
  13. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat, anders dan de advocaat bepleit, wel is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van 6 weken.
  14. Beslissing De rechtbank: 3.
  15. verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd; 3.
  16. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 juli
  17. Deze beschikking is op 8 juni 2021 mondeling gegeven door mr. L.A.C. van Nifterick, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier, en op 15 juni 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.