RECHTBANK ROTTERDAM Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: ROT 20/5682 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 augustus 2021 in de zaak tussen [eiseres] , te [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. P. van Baaren), en Schadefonds Geweldsmisdrijven, verweerder (gemachtigde: mr. Y. Pieters). Procesverloop Bij het besluit van 29 juni 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. Bij het besluit van 19 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij het primaire besluit herroepen en beslist dat aan eiseres op grond van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg) een uitkering van € 2.500,- wordt toegekend. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft op 25 juni 2021 een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft daar bij brief van 1 juli 2021 op gereageerd. Partijen hebben te kennen gegeven dat de rechtbank deze zaak zonder zitting kan afdoen. De rechtbank heeft hierop bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek op 22 juli 2021 gesloten. Overwegingen Inleiding 1.1. Op 8 april 2020 heeft eiseres een aanvraag ingediend om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (de aanvraag) omdat zij het slachtoffer stelt te zijn geworden van een geweldsmisdrijf op 12 november 2013. Van dit geweldsmisdrijf heeft zij aangifte gedaan. 1.2. Bij het primaire besluit is de aanvraag afgewezen omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij slachtoffer is geworden van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wsg. 1.3. Verweerder heeft bij het bestreden besluit aan eiseres alsnog een uitkering van € 2.500,- toegekend, omdat hij in bezwaar alsnog aannemelijk heeft geacht dat eiseres slachtoffer is geworden van rechtstreekse bedreiging met een mes waarbij zij ook is mishandeld. Dat heeft ertoe geleid dat verweerder haar een uitkering heeft toegekend naar letselcategorie 2 volgens de Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven (Letsellijst) en de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven (Beleidsbundel), beide van 1 juli 2019. Standpunten 2. Eiseres stelt zich, samengevat, op het standpunt dat verweerder haar een uitkering naar letselcategorie 3 had dienen toe te kennen in plaats van letselcategorie 2. Zij is namelijk niet alleen bedreigd met een mes maar is daarnaast geschopt, geslagen, op de grond en tegen een muur gegooid en gewurgd. Zij stelt dat de verwurging haar fataal had kunnen worden als de buurvrouw niet zou hebben aangebeld toen zij gewurgd werd. Verder stelt zij dat verweerder de ernst miskent van de psychische gevolgen van het geweldsmisdrijf. Kort nadien heeft zij een psychose gekregen, waaraan de mishandeling volgens haar zeker een grote bijdrage heeft geleverd. Inmiddels is eiseres volledig arbeidsongeschikt verklaard. 3. Verweerder stelt zich, samengevat, op het standpunt dat er in dit geval geen grond is voor een uitkering naar letselcategorie 3. Op grond van de Letsellijst wordt een uitkering naar letselcategorie 2 toegekend, indien er sprake is van een rechtstreekse bedreiging met een mes, eventueel met fysiek geweld of het toebrengen van oppervlakkige snijverwondingen. Met het fysieke geweld (slaan, schoppen, wurgen) is dus rekening gehouden. Van zware mishandeling of steekverwondingen waarbij inwendige organen of vitale structuren zijn geraakt is echter geen sprake, zodat het fysieke geweld niet heeft geleid tot een uitkering naar letselcategorie 3. Door het geweldsmisdrijf kan wel een psychose naar boven zijn gekomen, maar een eenduidige oorzaak voor het ontstaan van een psychose is niet aan te wijzen, iets wat een algemeen aanvaard medisch gegeven is. Een psychose kan worden geluxeerd door een gebeurtenis, maar de precieze oorzaak wordt vaak niet duidelijk. De psychische klachten van eiseres hebben meerdere oorzaken, zoals blijkt uit het verslag van het psychiatrisch onderzoek van 27 februari 2015, dat onder meer melding maakt van huiselijk geweld tussen de ouders van eiseres. Haar psychische klachten zijn daarom niet allemaal te herleiden tot het geweldsincident. Beoordeling 4. Op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wsg kunnen uit het fonds uitkeringen worden gedaan aan een ieder die ten gevolge van een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen. 4.1. Op grond van artikel 4, eerste lid, van de Wsg wordt de uitkering naar redelijkheid en billijkheid bepaald. Op grond van het tweede lid van dit artikel wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald welke bedragen ten hoogste kunnen worden uitgekeerd. Deze bedragen kunnen verschillen naar gelang van de aard van de schade. 4.2. Ter nadere invulling van de in de Wsg neergelegde bevoegdheid hanteert verweerder beleid dat is neergelegd in de Beleidsbundel, die onder 1.2.2 vermeldt dat verweerder een letsellijst heeft ontwikkeld om het opgelopen letsel in een letselcategorie in te kunnen delen. De Letsellijst maakt onderscheid tussen zes letselcategorieën, waar vaste uitkeringsbedragen aan zijn gekoppeld. Op basis van de ernst van het opgelopen letsel en de omstandigheden waaronder het geweldsmisdrijf is gepleegd, bepaalt het Schadefonds welke letselcategorie van toepassing is en welk uitkeringsbedrag hierbij hoort. Verder vermeldt de Letsellijst (evenals de Beleidsbundel) dat als door een geweldsmisdrijf meervoudig fysiek letsel, al dan niet in combinatie met (voorondersteld) psychisch letsel, is opgelopen, het ernstigste letsel bepaalt in welke categorie het geval moet worden ingedeeld. Deze letselcategorie bepaalt dan de hoogte van de uitkering. De Beleidsbundel vermeldt onder het kopje ‘Vooronderstellen van ernstig letsel’, subkopje ‘Rechtstreekse bedreiging met mes of vuurwapen’ voor zover hier van belang: ‘Het Schadefonds vooronderstelt ernstig letsel als een slachtoffer rechtstreeks is bedreigd met een mes of vuurwapen.(…)’ 4.3. In hoofdstuk 1 van de Letsellijst (Fysiek letsel) staat onder meer het volgende vermeld: ‘Om te bepalen of fysiek letsel als voldoende ernstig kan worden aangemerkt om voor een uitkering in aanmerking te komen hanteert het Schadefonds de volgende algemene uitgangspunten. De gedachte achter deze uitgangspunten is dat letsel ernstiger wordt beschouwd naarmate de beperkingen en afhankelijkheid door het letsel toenemen en langer duren.(…)’ Onder letselcategorie 3 staat vermeld: ‘Fysiek letsel met blijvende hinderlijke beperkingen in het dagelijks beroeps- of bedrijfsmatig functioneren (of een daaraan gelijk te stellen activiteit).’ en ‘Fysiek letsel waarbij een operatieve ingreep, ter afwending van direct levensgevaar, noodzakelijk is.’ 4.4. In hoofdstuk 2 van de Letsellijst (Psychisch letsel) staat onder ‘Letselcategorie 2’, bij ‘Rechtstreekse bedreiging met een mes’ vermeld: ‘eventueel met fysiek geweld of het toebrengen van oppervlakkige snij- of steekverwonding(en).’ In de letsellijst is bij ‘Rechtstreekse bedreiging met een mes’ onder ‘Letselcategorie 3’ bepaald: ‘naar de aard en gevolgen ernstiger dan categorie 2. Bijvoorbeeld met een zware mishandeling of het toebrengen van snij- of steekverwonding(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.