vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/591677 / HA ZA 20-189 Vonnis van 28 juli 2021 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NEPTUNE SHIPYARDS B.V., gevestigd te Hardinxveld-Giessendam, eiseres, advocaat mr. H.W. ten Katen te Rotterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats gedaagde] , gedaagde, advocaat mr. M. Kooiman te Rotterdam. Partijen zullen hierna Neptune en [gedaagde] genoemd worden. 1.De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 28 januari 2020, met producties 1 tot en met 27; de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 25; de conclusie van repliek, met producties 28 tot en met 33; de conclusie van dupliek; het B16-formulier van 15 maart 2021 van Neptune, met productie 34; de akte van 25 maart 2021 van Neptune met beslagstukken; de brief van 31 maart 2021 van Neptune, met producties 35 tot en met 39; de brief van 14 april 2021 van [gedaagde] . 1.2. Op 25 maart 2021 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij de griffier aantekening heeft gehouden van het verhandelde. Daarbij hebben de raadslieden spreekaantekeningen overgelegd. Op 15 april 2021 heeft een voortzetting van de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Ook daarvan heeft de griffier aantekening gehouden. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2.De feiten 2.1. Neptune is een maritieme dienstverlener, gespecialiseerd in de bouw van schepen voor de offshore- en baggerindustrie. 2.2. [gedaagde] is middellijk bestuurder van [naam bedrijf 1] (hierna: [naam bedrijf 1] ). De hierna genoemde handelingen van [naam bedrijf 1] zijn alle door [gedaagde] als (middellijk) bestuurder verricht. 2.3. Omstreeks april 2016 zijn Neptune en [naam bedrijf 1] overeengekomen dat Neptune aan [naam bedrijf 1] een zuiger Euro Dredger 450, genaamd ‘de GIJS’ (hierna: de GIJS) die zij zelf had gebouwd zou verkopen en leveren voor een bedrag van € 1.350.000,- (hierna: de koopovereenkomst). 2.4. [naam bedrijf 1] had het plan om de GIJS door te verkopen en leveren aan (een onderneming van) [naam persoon] (hierna: [naam persoon] ) uit de Malediven. 2.5. Neptune en [naam bedrijf 1] zijn voorts overeengekomen dat [naam bedrijf 1] voor Neptune spudpalen, bestaande uit een viertal onder- en een viertal bovenpalen, zou produceren. De spudpalen zouden worden verkocht en geleverd aan Neptune. 2.6. In een (niet-ondertekende) opdrachtbevestiging van Neptune van 1 april 2016 is het volgende vermeld: “(…) - De aankoop van een Euro dredger 450; Cutter suction dredger 450, bekend onder bouwnummer [nummer] door [naam bedrijf 2] van Neptune Shipyards voor de prijs van € 1.350.000,00, "as is where is", zoals geïnspecteerd dd 31-3-2016 door beide partijen. - De partijen zijn de volgende betaling overeengekomen: 50% bij opdracht (heden) 50% voor oplevering (medio april) - Overige voorwaarden conform VNSI. (…)” 2.7. In een (slechts door [naam bedrijf 1] ondertekende) opdrachtbevestiging van [naam bedrijf 1] van 17 mei 2016 staat onder meer het volgende: “(…) Via deze brief bevestigen wij de opdracht voor de levering van de csd 450 zoals op uw werf gebouwd. Voor een totaalprijs van euro 1.350.000,- exclusief b.t.w. Daar het project enige vertraging heeft opgelopen, is de afname gepland op eind juni 2016. De betalingstermijnen zullen zijn: 1e betaling euro 500.000,- exclusief b.t.w. 27 juni 2016, 2e betaling euro 500.000,- exclusief b.t.w. 27 juli 2016, 3e betaling euro 350.000,- exclusief b.t.w. 27 augustus 2016. (…)” 2.8. In een brief van [naam bedrijf 1] aan Neptune van 20 oktober 2016 staat onder meer het volgende: “(…) Om de financiële afwikkeling goed voor elkaar te krijgen is er de afgelopen weken aan diverse fronten gewerkt. De eerste aanbetaling vanuit Maldives wordt in week 42/43 door de bankiers gerealiseerd door middel van een L/C. De tweede aanbetaling volgt wanneer de csd op transport gaan naar Maldives, dit wordt door middel van een officieel document gerealiseerd. De derde betaling wordt de csd in een lease constructie gebracht, de lease wordt gedaan door een nederlandse partij, voor een periode van 2 jaar. Voor deze lease constructie, heb ik nodig een overdracht bewijs van Neptune, dit overdracht bewijs heb ik vandaag nodig. (…)” 2.9. In een brief van [naam bedrijf 1] aan Neptune van 30 oktober 2016 staat onder meer het volgende: “(…) De werkzaamheden voor een L/C en transport worden door [gedaagde] nog gerealiseerd. (…) Om bovenstaande reden heb ik besloten om beide projecten los van elkaar te gaan zien, dit om de levertijd van de spudpalen voor medio januari te realiseren zonder de cash flow probleem van csd verkoop hierbij te betrekken. (…) Om de levertijd te garanderen wil ik de betalingstermijn gaan handhaven en bij verkoop csd wil ik direct afrekenen. De L/C is geactiveerd bij de bank en wordt nu verder uitgewerkt. De aanbetaling wordt gedaan nadat de csd is geladen op een vrachtschip. (…)” 2.10. In een brief van [naam bedrijf 1] aan Neptune van 6 november 2016 staat onder meer het volgende: “(…) Zoals reeds aangegeven verloopt de betalingsvoorwaarde vanuit de klant Maldives erg stroef. Dus werd er getracht om extern financiële middelen aan te trekken, dit is mislukt daar de bewuste documenten niet waren overlegd door Neptune. (…) Daarnaast is er afgelopen weekend gesproken met de eindgebruiker van de CSD 450. Men heeft aangegeven dat men voor 15 november 2016 een bank garantie zal afgeven. Ook is er een garantie gegeven dat men de tweede betaling zal doen, 10 dagen na het laden van de csd boord van ocean vessel. (…) Zoals reeds eerder aangegeven heeft de eindgebruiker van de csd, aangegeven om voor 15 november 2016 garanties af te geven. Als deze garanties voor 15 november 2016 bij onze bank beschikbaar zijn, kunnen we over andere aspecten beschikken waardoor alles gemakkelijker kan verlopen. (…)” 2.11. Op 16 november 2016 is de GIJS met het vaartuig [naam vaartuig 1] uit Antwerpen vertrokken. Als gevolg van noodweer is de [naam vaartuig 1] teruggekeerd naar de haven van Rotterdam. 2.12. Op 22 december 2016 is de GIJS geladen op een ander vaartuig, genaamd [naam vaartuig 2] . De verwachte aankomstdatum in de Malediven was 12 januari 2017. 2.13. [naam bedrijf 1] heeft op 10 januari 2017 aan Neptune een e-mail gestuurd met daarin de Bill of Lading (hierna: B/L) met betrekking tot de GIJS. Op de B/L is [naam bedrijf 1] als shipper vermeld en [naam bedrijf 3] (hierna: [naam bedrijf 3] ) als consignee. De B/L dateert van 16 november 2016. [naam bedrijf 3] is onder meer door [naam persoon] opgericht. 2.14. Eveneens op 10 januari 2017 heeft [naam bedrijf 1] aan Neptune een brief gestuurd met onder meer de volgende inhoud: “(…) Op 16 november 2016 is de vessel mv “ [naam vaartuig 1] ” vertrokken uit Antwerpen met de geladen csd aan boord. De verwachte ETA in Male was 15 december 2016. Onderweg naar Engeland heeft de mv “ [naam vaartuig 1] ” schade opgelopen en is retour gevaren naar Rotterdam voor reparatie. Deze reparatie was groter dan verwacht en daarom is besloten door BBC Chartering om de csd over te laden op een andere vessel t.w. mv “ [naam vaartuig 2] ”. Deze is vertrokken uit Rotterdam op 16 december 2016 met een verwachte ETA van 12 januari 2017. Mv “ [naam vaartuig 2] ” stond gepland voor het aanleggen in 4 havens met als laatste Alexandrië voor aankomst in Male Maldives. Alleen door omstandigheden is mv “ [naam vaartuig 2] ” vanaf 25 december 2016 in de Middellandse Zee en vanaf 10 januari 2017 in Alexandrië. Volgens de laatste berichten is het vertrek gepland van Alexandrië naar Male op 12 januari 2017. De ETA is nu 24 januari 2017. (…) Alleen door deze vertragingen blijven de betalingen op hold staan totdat mv “ [naam vaartuig 2] ” in het Suez Canal is. Door deze acties van [naam vaartuig 2] komen wij “ [naam bedrijf 1] ” in de problemen qua cash flow (…) Bijgaand het schema zoals ontvangen vanuit Maldives; zoals u kunt zien zouden wij 7 januari 2017 een betaling ontvangen van $ 400.000,--. Door te late levering van [naam bedrijf 4] blijft ook deze betaling achter. (…)” 2.15. Op 27 januari 2017 is de GIJS gearriveerd in de Malediven. De GIJS is in ontvangst genomen door [naam bedrijf 3] / [naam persoon] . 2.16. In een brief van 16 maart 2017 van [naam bedrijf 1] aan [naam persoon] (ondertekend door [gedaagde] namens [naam bedrijf 1] en [naam persoon] mede namens [naam bedrijf 3] ) staat met betrekking tot de betalingen onder meer het volgende: “(…) Due to not finalize the finance program for payment [naam bedrijf 1] in Zuidland Holland, today 16 march 2017, a new payment overview is made by [gedaagde] and [naam persoon] . The payments who will mentioned, the payment date is the date that the amount of money must be on our bank account in Holland. 1) Payment 20 march 2017; $400.000,-- 2) Payment 19 april 2017; $300.000,-- 3) Payment 19 may 2017; $300.000,-- 4) Payment 19 June 2017; $300.000,-- 5) Payment 19july 2017; $300.000,-- 6) Payment 19 august 2017; $346.000,-- 7) Payment 20 september 2017; $250.000,--; pending on the cost make for dredge masters, spare parts and repairs, specification will made during the operation. 8) Payment 20 October 2017; $250.000,--; pending on the cost make for dredge masters, spare parts and repairs, specification will made during the operation. 9) Payment 20 november 2017; $250.000,--; pending on the cost make for dredge masters, spare parts and repairs, specification will made during the operation (…) The CSD450 (Gijs) remains property until the payment 1 to 6 is fulfilled of [naam bedrijf 1] to Zuidland in the Netherlands (…) Is not the payment deadlines met, you will be personally responsible and we will complete on all your affairs. (…)” 2.17. [naam bedrijf 1] heeft [naam persoon] op 3 april 2017 aangeschreven omdat zij geen betaling van [naam bedrijf 3] had ontvangen. 2.18. [naam bedrijf 1] heeft de koopsom van de GIJS niet (volledig) aan Neptune voldaan. 2.19. Bij vonnis van 28 mei 2019 van deze rechtbank is [naam bedrijf 1] in staat van faillissement verklaard. 3.Het geschil 3.1. Neptune vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: “(…) te verklaren voor recht dat [gedaagde] aansprakelijk is en gedaagde te veroordelen om aan Neptune haar schade te betalen ten bedrage van EUR 1.107.319 (zegge: een miljoen honderdzevenduizend driehonderdnegentien euro) te vermeerder[en] met de wettelijke rente sinds [gedaagde] in verzuim is alsmede de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van EUR 6.775,00 (zegge: zesduizend zevenhonderd vijfenzeventig euro).” 3.2. Neptune heeft aan haar vordering - kort samengevat - ten grondslag gelegd dat [gedaagde] (als middellijk bestuurder van [naam bedrijf 1] ) onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door haar onder valse voorwendselen in een overeenkomst te lokken, de GIJS op basis van een onjuiste voorstelling van zaken van haar te verkrijgen en vervolgens de koopprijs aan Neptune niet te betalen. [gedaagde] wist bij het aangaan van de overeenkomst althans behoorde te begrijpen dat [naam bedrijf 1] niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de ontstane schade. [gedaagde] heeft voorts de GIJS verkocht en geleverd aan een derde op de Malediven zonder enige vorm van zekerheid van betaling te bedingen. [gedaagde] is om die reden aansprakelijk voor de door Neptune geleden schade. 3.3. De conclusie van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vorderingen van Neptune, met veroordeling van Neptune, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten, alsmede de nakosten. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4.De beoordeling Inleiding 4.1. Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of [gedaagde] (als middellijk bestuurder van [naam bedrijf 1] ) op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk kan worden gehouden ten aanzien van het onbetaald blijven van de vordering van Neptune op [naam bedrijf 1] . 4.2. Voor zover Neptune heeft gesteld dat [gedaagde] jegens haar niet alleen aansprakelijk is in hoedanigheid van bestuurder van [naam bedrijf 1] , maar tevens – los van een onbehoorlijke taakuitoefening – op grond van onrechtmatige daad, overweegt de rechtbank dat de gedragingen die [gedaagde] worden verweten gedragingen betreffen handelend in hoedanigheid van bestuurder van [naam bedrijf 1] . Dat handelen zal worden beoordeeld aan de hand van het kader voor een onrechtmatig handelend bestuurder van een rechtspersoon; daarnaast is geen ruimte voor een andere toepassing van artikel 6:162 BW. Beoordelingskader 4.3. De rechtbank stelt voorop dat indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, het uitgangspunt is dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Dat uitgangspunt is een van de fundamenten onder het rechtspersonenrecht en kan niet licht opzij worden gezet. Onder bijzondere omstandigheden is evenwel, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. 4.4. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt als zojuist bedoeld kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.