← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2021:7847

beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/619342 / JE RK 21-1461 datum uitspraak: 25 juni 2021 beschikking gedeeltelijke gezagsbelasting in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland, hierna te noemen de GI, gevestigd te Dordrecht, betreffende [naam kind], geboren op [geboortedatum kind] 2004 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind]. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder], hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder], [naam pleegvader], hierna te noemen de pleegvader, wonende te [woonplaats pleegvader], [naam pleegmoeder], hierna te noemen de pleegmoeder, wonende te [woonplaats pleegmoeder]. Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 25 mei 2021, ingekomen bij de griffie op 31 mei

  1. Op 25 juni 2021 heeft de kinderrechter de zaak met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - [naam kind], die ook apart is gehoord, - de pleegvader, - een vertegenwoordigster van de GI, [naam]. Opgeroepen en niet verschenen is: - de moeder. De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder. [naam kind] verblijft bij de pleegouders. Bij beschikking van 11 september 2020 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot 4 oktober
  2. De kinderrechter heeft bij beschikking van 19 januari 2021 ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 4 oktober
  3. Het verzoek De GI verzoekt de gedeeltelijke gezagsuitoefening voor de aanmelding van [naam kind] bij een onderwijsinstelling op grond van artikel 1:265e, eerste lid, aanhef en onder a, van het Burgerlijk Wetboek (BW). De GI heeft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling gehandhaafd en als volgt toegelicht. Het is voor de ontwikkeling van [naam kind] van belang dat zij kan starten met haar vervolgopleiding. De GI heeft er alles aan gedaan om contact te krijgen met de moeder, maar de moeder weigert haar handtekening te zetten onder het inschrijfformulier. De standpunten [naam kind] heeft tijdens de mondelinge behandeling laten weten dat zij inmiddels geslaagd is voor haar eindexamen en in september graag wil starten met haar vervolgopleiding. Zij vindt het jammer dat een gang naar de rechter nodig is om de inschrijving voor de vervolgopleiding rond te krijgen. De pleegvader heeft tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het verzoek. De beoordeling Uit artikel 1:265e, eerste lid, aanhef en onder a, BW volgt dat de kinderrechter kan bepalen dat het gezag gedeeltelijk wordt uitgeoefend door de GI met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling voor zover dit noodzakelijk is in verband met de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat de relatie tussen [naam kind] en de moeder ernstig is verstoord. [naam kind] verblijft sinds juni 2020 bij de pleegouders en zij heeft al langere tijd geen contact meer met de moeder. [naam kind] is inmiddels geslaagd voor haar eindexamen en is voornemens om komend studiejaar te starten met haar vervolgopleiding. Hiervoor is een inschrijving noodzakelijk, waarbij het aanmeldformulier getekend moet worden door de gezaghebbende ouder. De GI heeft contact opgenomen met de moeder, maar de moeder heeft aangegeven het aanmeldformulier niet te zullen tekenen. De GI heeft daarna geen reactie meer van de moeder ontvangen, ondanks een vooraankondiging en een schriftelijke aanwijzing. De kinderrechter is van mening dat [naam kind] hierdoor in haar schoolcarrière en verdere ontwikkeling wordt belemmerd. Daarbij komt dat [naam kind] thans nog leerplichtig is. De kinderrechter zal het verzoek daarom toewijzen zodat [naam kind] kan worden aangemeld bij de beoogde school en in september haar vervolgopleiding kan starten. De kinderrechter is op basis van het voorgaande van oordeel dat het noodzakelijk is voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling dat de GI (gedeeltelijk) wordt belast met het gezag over [naam kind] met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling. De beslissing De kinderrechter: belast de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Dordrecht, met het gezag over [naam kind] met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2021 door mr. L. Amperse, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.A. Graven als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 6 juli
  4. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.