Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/111435-21 Datum uitspraak: 12 augustus 2021 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , [postcode verdachte] te [woonplaats verdachte] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie De Schie, raadsman mr. G.S.J. van Gestel, advocaat te Rotterdam. 1.Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 29 juli 2021. 2.Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3.Eis officier van justitie De officier van justitie mr. W.D. van den Berg heeft gevorderd: bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd in haar rapport van 23 juli 2021, met uitzondering van een locatiegebod; dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht. 4.Aanleiding onderzoek Op 2 augustus 2020, tussen 14:00 uur en 15.00 uur, vond een overval plaats in de woning aan de [adres delict] te Rotterdam. De aangever, die normaal in Brussel woont en werkt, verbleef op dat moment op dit adres. De aangever was in de woning samen met een jonge vrouw die hij via Tinder had ontmoet. Net nadat aangever had gedoucht werd hij in de woning overvallen door drie mannen. Deze mannen waren tijdens het douchen de woning binnengekomen. Uiteindelijk gingen de mannen er met 300 euro, zijn creditcard en zijn bankpas vandoor. De jonge vrouw die hij via Tinder had ontmoet was iets eerder met één van de mannen vertrokken uit de woning en was niet meer teruggekomen. 5.Vrijspraak feit 1 Onder feit 1 is aan de verdachte - kort gezegd - ten laste gelegd dat hij samen met één of meer anderen door geweld en/of bedreiging met geweld aangever heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (300 euro), een bankpas, een creditcard en/of een huissleutel. Echter, uit de aangifte volgt niet dat aangever geld en/of goederen heeft afgegeven, zodat de verdachte wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van de onder 1 ten laste gelegde afpersing in vereniging zal worden vrijgesproken. 6.Waardering van het bewijs feit 2 en 3 Standpunt verdediging De raadsman heeft - overeenkomstig de door hem aan de rechtbank overgelegde pleitnota - bepleit dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft de raadsman ten aanzien van feit 2 - kort gezegd - aangevoerd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte op de plaats delict was. Ook zijn de door aangever opgegeven signalementen van de daders niet onderscheidend en specifiek. Sterker nog, aangever heeft verklaard dat alle daders slank van postuur waren, maar de verdachte is dat overduidelijk niet. Aan de WhatsApp berichten afkomstig uit de telefoon van de medeverdachte kan weinig bewijswaarde worden gehecht, want deze berichten waren van de telefoon verwijderd, zijn door de politie teruggehaald maar daardoor ge“scrambled” en zijn door een verbalisant zelf geïnterpreteerd en in een door hem bepaalde volgorde in het dossier gezet. Bovendien heeft de verdachte voor elk bericht een aannemelijke verklaring gegeven die niet door de inhoud van het dossier wordt weersproken. Zo is het bericht “dalijk worden we allemaal gepakt morgen dan ga ik me schuldig voelen”, op 2 augustus 2020 om 01.00 uur verstuurd, zodat dit bericht geen betrekking kan hebben op de gepleegde woningoverval die plaatsvond op 2 augustus 2020, maar op iets wat op 3 augustus 2020 zou gaan plaatsvinden. Ten aanzien van feit 3 levert het enkele feit dat de verdachte samen met de medeverdachte op het station loopt geen nauwe en bewuste samenwerking op voor het voorhanden hebben van een gestolen pinpas en het proberen daarmee geld te pinnen. Die gestolen pinpas was in het bezit van de medeverdachte en zij heeft bekend dat zij daarmee geld wilde overmaken op haar OV chipkaart. Beoordeling Aangever heeft verklaard dat de jonge vrouw, met wie hij via Tinder een date had, de deur van de woning voor de drie overvallers moet hebben geopend, omdat hij de deur goed had afgesloten. Die jonge vrouw betreft de vriendin van de verdachte. Zij heeft tijdens haar tweede verhoor bij de politie verklaard dat zij wist dat de overval ging plaatsvinden, dat zij de deur open had gedaan en dat er vervolgens drie personen de woning binnen kwamen. Deze verklaring past bij de door haar met de verdachte op 31 juli 2020 en 2 augustus 2020 gevoerde WhatsApp gesprekken die zij van haar telefoon had verwijderd, maar die de politie heeft weten terug te halen. Zo bericht de verdachte op 31 juli 2020 om 11.00 uur zijn vriendin met: “Koelie kan misschien niet eens komen” en: “Brussel ook in lockdown”. Mede gelet op de datum, moeten deze berichten betrekking hebben op aangever, aangezien ‘koelie’ een scheldwoord is voor personen afkomstig uit India en aangever van Indiase afkomst is. Ook moest aangever uit Brussel komen, omdat hij daar woont en werkzaam is. Anders dan de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat het op 2 augustus 2020 om 01.09 uur door de vriendin van de verdachte aan hem verstuurde WhatsApp bericht:“Dalijk worden we allemaal gepakt morgen dan ga ik me schuldig voelen. Maar gaat niet gebeuren”, geen betrekking heeft op iets wat op 3 augustus 2020 zou gaan gebeuren, maar op het vooropgezette plan om aangever in de middag van 2 augustus 2020 in de woning te gaan beroven. De vriendin van de verdachte heeft dit bericht blijkbaar verstuurd voordat zij ging slapen, om welke reden wordt gesproken over ‘morgen’. Op dit bericht heeft de verdachte gereageerd met: “tuurlijk niet. Hoe moeten we gepakt worden”. Ook komt uit de WhatsApp berichten naar voren dat de verdachte en zijn vriendin op 2 augustus 2020 vóór de woningoverval elkaar continu op de hoogte hielden van waar zij en aangever zich bevonden en of het moment al was aangebroken om de woning binnen te komen. Zo bericht zijn vriendin: “ik ga je zo iets zeggen over zijn geld, hij zei zoiets van: ook al werkt hij niet hij heeft geld omdat zijn ouders blablabla”. Ook geeft zij door dat ze aan het lopen zijn en “we zijn er bijna”, waarna de verdachte bericht dat “rond 20” zijn vriend [naam vriend] er is en “dan gaan we moven”. Op enig moment nadat de verdachte heeft aangegeven “we lopen nu”, meldt zijn vriendin: “wacht even met komen nog. Er is camera”. De verdachte heeft hierover verklaard dat zijn vriendin een zogenoemde ‘sugar daddy’ had, dat hij haar pooier is en dat zij hem daarom steeds op de hoogte hield. Omdat hij pooier is, wat verboden is, wilde hij uit het zicht van de camera’s blijven. Ook zouden delen van de WhatsApp-conversatie waar deze o.a. gaat over “gepakt worden” betrekking hebben op een conflict dat de verdachte heeft met een ex-vriend van zijn vriendin. Deze verklaring wordt als ongeloofwaardig terzijde gesteld, omdat de verdachte deze verklaring overduidelijk heeft afgestemd op de derde verklaring van zijn vriendin, waarin zij voor de eerste keer verklaart dat aangever haar “sugar daddy” zou zijn. Bovendien vindt deze verklaring geen enkele steun in het Whatsapp verkeer tussen beiden. Integendeel, zijn vriendin heeft op 2 augustus 2020 om 14.08 uur aan hem geappt: “hahaha dan klap ik hem ook op zijn kk bek” en op 4 augustus 2020 om 16.57 uur: “Ze zoeken getuigen lol. Echt niemand zag ons. Kunnen ze zien op camera. En op Tinder. Dat gaan ze niet meer serieus nemen. We hebben niks gepakt beetje cash dan. Wow wat erg”. Deze berichten passen niet bij een “sugar daddy” die uit zichzelf geld en/of cadeaus geeft in ruil voor een wederdienst, maar wel bij een Tinder-date die een makkelijke prooi lijkt te zijn geweest voor een beroving. Aangezien alle WhatsApp berichten telkens naadloos passen bij zowel de verklaring van aangever als bij de (tweede) verklaring van de vriendin van de verdachte, kunnen deze WhatsApp berichten niet anders worden geïnterpreteerd dan dat zij betrekking hebben op de woningoverval en niet op de ‘sugar daddy’ verklaring van de verdachte. Bovendien zijn de berichten kort en heeft de verdachte, hoewel hij er een andere uitleg aan geeft, de inhoud daarvan bevestigd. Er is dan ook geen reden om te twijfelen aan de inhoud van de berichten zoals deze in het dossier staan. Daarom dragen deze berichten wel degelijk bij aan het bewijs. Op camerabeelden is gezien dat de verdachte op 4 augustus 2020, omstreeks 13:10 uur, samen met zijn vriendin op station Holland Spoor in Den Haag naar verschillende automaten loopt. Aangever heeft verklaard dat er volgens de gegevens van zijn creditcard-maatschappij die dag rond 13:10 uur meermalen is geprobeerd te pinnen met zijn gestolen creditcard. De verklaring van de verdachte dat aangever die creditcard aan zijn vriendin heeft gegeven om spullen te kopen, wordt eveneens als ongeloofwaardig terzijde gesteld. Ook wordt de verklaring van de verdediging over het opladen van de OV chipkaart niet ondersteund door gegevens van de creditcardmaatschappij. Gelet op deze omstandigheden, kan het niet anders dan dat de verdachte samen met zijn vriendin meerdere malen heeft geprobeerd met de gestolen creditcard geld op te nemen. Medeplegen Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals op de uitkijk staan), rust op de rechter de taak om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering - dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging - dat medeplegen te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechtbank rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte of diens aanwezigheid op belangrijke momenten. Uit het dossier en de bewijsmiddelen blijkt dat verdachtes rol in de voorbereiding, taakverdeling, uitvoering en afhandeling van de woningoverval dermate significant is geweest, dat reeds daardoor sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering. Of de verdachte in de woning aanwezig is geweest, kan niet worden vastgesteld. Echter, zonder de bijdrage van de verdachte zou de woningoverval niet hebben plaatsgevonden. Daarom is hij, met andere woorden, in ieder geval te beschouwen als de auctor intellectualis en kan het medeplegen bewezen worden verklaard. Voorwaardelijk getuigenverzoek Gelet op het voorgaande, wijst de rechtbank het voorwaardelijk verzoek af om ene [naam getuige 1] en [naam getuige 2] te horen als getuigen die volgens de verdediging zouden kunnen bevestigen dat de verdachte vaker optreedt als pooier voor meisjes met sugar daddy’s. Zelfs indien de verklaring van de verdachte hierover juist is, hetgeen de rechtbank zoals hiervoor overwogen ongeloofwaardig acht, betekent dit immers niet dat de overval niet kan hebben plaatsgevonden. Conclusie De onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten zijn wettig en overtuigend bewezen. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: 2 hij op 2 augustus 2020 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, 300 euro, een bankpas van de ING, een Indiase American Express card en een huissleutel, toebehorende, aan [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door - voornoemde [naam slachtoffer 1] op het bed te duwen, zijn handen met tie-wraps vast te binden, te blinddoeken en - voornoemde [naam slachtoffer 1] een keukenmes, te tonen en - tegen die [naam slachtoffer 1] te zeggen dat zij, verdachte, en zijn mededaders, zijn geld en de pincode van zijn telefoon wilden hebben en dat zij hem pijn zouden doen als hij de verkeerde pincode zou geven en/of zich zou verzetten en- te vragen om de inloggegevens van de Indiase bankrekening van die [naam slachtoffer 1] en een mes op de keel van die [naam slachtoffer 1] te zetten en daarbij te zeggen dat zij, verdachte en/of zijn mededaders, hem pijn zouden doen als hij onjuiste gegevens zou geven en- voornoemde [naam slachtoffer 1] in de badkamer op te sluiten en hem te verbieden de politie te bellen omdat zij, verdachte en zijn mededaders, die [naam slachtoffer 1] anders zouden opzoeken en pijn zouden komen doen; 3 hij op 4 augustus 2020 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om een of meerdere geldbedragen, toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en dat/die weg te nemen goed/goederen onder hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel - een gestolen creditcard heeft ingevoerd in een of meerdere pin- en/of OV-chipkaartautomaten op het station Den Haag HS en(vervolgens) (telkens) een pincode heeft ingetoetst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken. 7.Strafbaarheid feiten De bewezen feiten leveren op: ten aanzien van feit 2: diefstal voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen; ten aanzien van feit 3: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar. 8.Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 9.Motivering straf Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Feiten waarop de straf is gebaseerd De verdachte heeft zich, samen met zijn mededaders, schuldig gemaakt aan het plegen van een gewelddadige woningoverval. De verdachte en zijn mededaders hebben via een datingapp bewust het uit België afkomstige slachtoffer uitgekozen. De vriendin van de verdachte heeft het slachtoffer verleid om naar de woning te gaan. Op het moment dat het slachtoffer ging douchen, heeft zij de deur van de woning voor haar mededaders open gedaan. Nadat het slachtoffer uit de douche kwam, werd hij door drie mannen, die bivakmutsen droegen, vastgebonden, geblinddoekt en met een keukenmes bedreigd waarna hij van 300 euro, een bankpas en een creditcard werd beroofd. Ook werd het slachtoffer verbaal bedreigd dat hem pijn zou worden gedaan als hij de onjuiste (pin)gegevens zou geven. Ten slotte werd het slachtoffer opgesloten in de badkamer. Ook heeft de verdachte zich twee dagen na de woningoverval, samen met zijn vriendin, schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal door met de gestolen creditcard en bijbehorende pincode van het slachtoffer één of meerdere geldbedragen te pinnen op station Holland Spoor te Den Haag. De verdachte heeft door zijn handelen geen enkel respect getoond voor de persoonlijke integriteit van een ander, diens gezondheid, veiligheid en eigendommen. Het moet voor het slachtoffer zeer beangstigend zijn geweest om in de door hem gehuurde woning, in een voor hem onbekende stad, met geweld door drie mannen te worden overvallen. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke woningovervallen hiervan nog langdurig de nadelige gevolgen kunnen ondervinden in hun dagelijks leven. Ook buiten de kring van het directe slachtoffer, veroorzaakt een feit als het onderhavige gevoelens van onveiligheid en boosheid. De verdachte is aan dit alles volledig voorbij gegaan en heeft uitsluitend oog gehad voor eigen financieel gewin. Dit rekent de rechtbank de verdachte zeer aan. De rechtbank heeft rekening gehouden met een uittreksel uit de justitiële documentatie van 10 juni 2021, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld. Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de inhoud van de rapporten die Reclassering Nederland over de verdachte heeft opgemaakt, gedateerd 23 en 27 juli 2021. De reclassering adviseert in het geval van een bewezen verklaring een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden. Anders dan de reclassering en de officier van justitie, ziet de rechtbank geen noodzaak voor begeleiding van de verdachte door de reclassering en zij maakt de inhoud van deze rapporten dan ook niet tot de hare. Naar het oordeel van de rechtbank kan gezien de ernst van de bewezen feiten niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in min of meer vergelijkbare zaken plegen te worden opgelegd. De verdediging heeft verzocht om in het geval van een bewezen verklaring een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van hooguit 24 maanden op te leggen, omdat de verdachte een first offender is. De rechtbank ziet daartoe geen aanleiding, aangezien het in het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) vastgestelde oriëntatiepunt voor een woningoverval - waarbij sprake is van licht geweld/bedreiging - een gevangenisstraf is voor de duur van drie jaren. De rechtbank is niet gebleken van strafmatigende omstandigheden. Integendeel, strafverzwarend voor de verdachte is niet alleen dat er sprake is van medeplegen, maar ook het feit dat de verdachte een sterk sturende en leidende rol bij de (voorbereiding van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.