← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2021:8370

Rechtbank Rotterdam Team insolventie verlening schone lei insolventienummer: [nummer] uitspraakdatum: 30 juli 2021 Bij vonnis van deze rechtbank van 19 juli 2018 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van: [schuldenares] , [adres] [postcode] [woonplaats] , schuldenares, bewindvoerder: T.P.F. Eisses. 1.De procedure De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht op 19 april

  1. Op 20 mei 2021, 4 juni 2021, 15 en 16 juli 2021 en op 22 juli 2021 heeft de bewindvoerder de rechtbank nader bericht. De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting van 23 juli
  2. Ter zitting zijn verschenen en gehoord: mevrouw [schuldenares] , schuldenares; de heer [partner schuldenares] , partner van schuldenares; de heer T.P.F. Eisses, bewindvoerder. De uitspraak is bepaald op heden. 2.Standpunten Bewindvoerder In het eindverslag heeft de bewindvoerder te kennen dat schuldenares is tekortgeschoten in de nakoming van de sollicitatieverplichting, informatieverplichting en afdrachtsverplichting. Schuldenares heeft tot 31 december 2019 niet gesolliciteerd. De boedelachterstand die schuldenares heeft laten ontstaan bedraagt € 183,
  3. In zijn bericht aan de rechtbank van 22 juli 2021 heeft de bewindvoerder zich op het standpunt gesteld, dat aangezien schuldenares als gedupeerde is aangemerkt in het kader van de toeslagenaffaire en de Belastingdienst zich garant heeft gesteld voor de betaling van de geverifieerde schuldenlast, schuldeisers niet worden benadeeld door eventuele tekortkomingen in de nakoming van de verplichtingen van schuldenares. Zodra de betalingen aan de schuldeisers zijn verricht, staat zijns inziens niets meer in de weg aan de verlening van de schone lei. Schuldenares Schuldenares heeft verklaard dat haar partner en zij inderdaad zijn aangemerkt als gedupeerden van de toeslagenaffaire en dat een bedrag van € 30.000,-- inmiddels door de Belastingdienst op de beheerrekening van de beschermingsbewindvoerder is gestort. Schuldenares en haar partner hebben tezamen eenmaal een bedrag van € 30.000 ontvangen van de Belastingdienst in dit kader. Zij hebben beiden een garantiebrief ontvangen, aldus schuldenares. Desgevraagd heeft schuldenares ter zitting bevestigd dat zij begrijpt dat als de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd met toekenning van een schone lei, zij niet het voordeel geniet van een beëindiging op grond van artikel 350 lid 1 en 3 sub a Faillissementswet (hierna: Fw), namelijk dat zij binnen tien jaar na beëindiging van de schuldsaneringsregeling opnieuw een beroep op de wettelijke schuldsaneringsregeling kan doen. Schuldenares heeft aangegeven dat zij ervan overtuigd is dat zij niet opnieuw in een schuldensituatie terecht zal komen. Daarnaast heeft zij een beschermingsbewindvoerder. 3.De beoordeling De rechtbank oordeelt dat schuldenares weliswaar toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten maar dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard dan wel geringe betekenis buiten beschouwing blijft. Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen. De rechtbank constateert voorts dat schuldenares en haar partner door de Belastingdienst zijn aangemerkt als gedupeerden van de kinderopvangtoeslag-affaire. De Belastingdienst heeft schriftelijk bevestigd dat hij de geverifieerde schulden van schuldenares zal betalen. Blijkens het Besluit compensatie gedupeerden in schuldentraject van de Staatssecretaris van Financiën van 28 mei 2021, in werking getreden met ingang van 2 juni 2021, zal met de betaling van de schulden nog geruime tijd gemoeid zijn (volgens het Besluit na indiening van de aanvraag daartoe door de bewindvoerder nog (maximaal) acht weken). Ten tijde van het wijzen van het vonnis zijn de schulden nog niet betaald zodat van een situatie van artikel 350 lid 1 en 3 sub a Fw (nog) geen sprake is. De rechtbank volgt de bewindvoerder in zijn standpunt dat er sprake is van een tekortkoming in sollicitatieverplichting, informatieverplichting en afdrachtsverplichting. De rechtbank is echter van oordeel dat deze tekortkomingen niet in de weg staan aan het verlenen van de schone lei, nu schuldenares is aangemerkt als gedupeerde in de kinderopvangtoeslagaffaire en de Belastingdienst heeft bevestigd dat zij de geverifieerde schulden van schuldenares zal betalen. Voorts heeft schuldenares blijk gegeven van inzicht in de gevolgen van beëindiging van de schuldsaneringsregeling door middel van de “schone lei” (in plaats van op grond van artikel 350 lid 1 en 3 sub a Fw op termijn) en de duur van de schuldsaneringsregeling reeds is verstreken, ziet de rechtbank aanleiding om aan schuldenares de schone lei te verlenen. De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. De financiële afwikkeling van de schuldsaneringsregeling kan pas plaatsvinden zodra de geverifieerde schulden en de kosten van de schuldsaneringsregeling door de Belastingdienst zijn voldaan. De verificatievergadering staat gepland voor 30 juli
  4. Zodra de bewindvoerder uit de betaling van de Belastingdienst alle geverifieerde schulden en de kosten van de schuldsaneringsregeling kan voldoen zal de bewindvoerder daartoe overgaan. Vervolgens kan de schuldsaneringsregeling formeel worden beëindigd. Dit is ter zitting met schuldenares besproken. 4.De beslissing De rechtbank: stelt vast dat schuldenares toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en bepaalt dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard dan wel geringe betekenis buiten beschouwing blijft; bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 19 juli 2021; verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn; - stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal€ 3.331,
  5. Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van mr. K. de Ridder, griffier in het openbaar uitgesproken op 30 juli
  6. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.