vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/606197 / HA ZA 20-1005 Vonnis van 21 juli 2021 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MERREM GROUP B.V., gevestigd te Zaltbommel, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MERREM & LA PORTE B.V., gevestigd te Zaltbommel, eiseres in conventie, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZALSTATE VASTGOED B.V., gevestigd te Zaltbommel, eiseres in conventie, advocaat mr. B.M.M. Hepkema te Maastricht, tegen 1. [naam gedaagde 1], wonende te [woonplaats gedaagde 1], gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam gedaagde 2] , gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde 2], gedaagde in conventie, advocaat mr. J.A.M. van de Sande te Rijswijk Z-H. Eiseressen zullen hierna gezamenlijk Merrem c.s., of elk afzonderlijk respectievelijk Merrem Group, La Porte en Zalstate genoemd worden. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk [gedaagden], of elk afzonderlijk respectievelijk [naam gedaagde 1] en [naam gedaagde 2] genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties; de conclusie van antwoord in conventie tevens van eis in reconventie, met producties; de brief van 14 januari 2021 van de rechtbank, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald; de akte inhoudende overlegging producties van Merrem c.s.; de spreekaantekeningen van Merrem c.s.; de spreeknotities van [gedaagden]; het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 19 mei 2021. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. [naam gedaagde 1] is de weduwe van wijlen [naam 1] (verder “[naam 1]”, overleden op 4 april 2020) en enig aandeelhouder en statutair bestuurder van [naam gedaagde 2]. 2.2. [naam 2] is de (middellijk) bestuurder van Merrem c.s. 2.3. [naam 1] is, ten minste, sinds augustus 2009 tot aan zijn overlijden op grond van een overeenkomst van opdracht werkzaam geweest als huisaccountant van Merrem c.s.. De overeenkomst van opdracht is niet schriftelijk vastgelegd. 2.4. [naam 1] heeft de door hem ten behoeve van Merrem c.s. verrichte werkzaamheden niet op regelmatige basis en volledig aan Merrem c.s. gefactureerd. 2.5. In de periode van 2015 tot mei 2020 zijn de navolgende betalingen gedaan: Door Merrem Group op de en/of-rekening van [naam 1] en [naam gedaagde 1]: - tussen 14 maart 2016 en 31 maart 2020 € 430.738,82; Door Merrem Group aan leveranciers/aannemers van [naam 1] en [naam gedaagde 1] - tussen 9 juli 2019 en 13 maart 2020 € 214.554,44; Door Merrem Group aan [naam gedaagde 2]: - tussen 12 april 2018 en 26 oktober 2018 € 725.000,00; Door Zalstate op de bankrekening van [naam gedaagde 1]: - tussen 30 september 2016 en 24 mei 2019 € 248.393,65; Door Zalstate aan een crediteur van [naam 1] en [naam gedaagde 1]: - op 21 april 2020 € 65.000,00; Door La Porte op de en/of-rekening van [naam 1] en [naam gedaagde 1]: - op 20 maart 2020 € 15.000,00; Door La Porte op de bankrekening van [naam gedaagde 1]: - tussen 16 februari 2020 en 11 april 2020 € 22.000,00; Door La Porte aan [naam gedaagde 2]: op 15 april 2015 € 225.000,00; op 6 juni 2018 € 70.000,00; Voornoemde betalingen zijn geen van alle voorzien van een omschrijving of betalingskenmerk. 2.6. In een aangetekende brief van 13 juli 2016 aan de directeur der directe belasting heeft [naam 1], voor zover hier van belang, het volgende geschreven: “Zoals eerder aan de belastingdienst aangegeven heeft de bij [naam gedaagde 2] ontvangen € 225.000 niets van doen met inkomen maar betreft dit een geldlening. (…) Ook de geldgever heeft verklaard aan de fiscus dat hier sprake is van een geldlening.” 2.7. Op 21 juli 2020 heeft Merrem Group conservatoir beslag doen leggen op de aan [naam gedaagde 1] in eigendom behorende woning. Op 2 december 2020 is het beslag opgeheven in verband met de totstandkoming van een depotovereenkomst. 3. Het geschil in conventie 3.1. Merrem c.s. vorderen – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: [naam gedaagde 1] te veroordelen om: aan Zalstate te betalen € 65.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 20 april 2020, althans de dag van dagvaarding; aan Merrem Group te betalen € 893.686,91, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 28 juli 2020, althans de dag van dagvaarding, alsmede met de kosten van het beslag; aan La Porte te betalen € 22.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 20 april 2020, althans de dag van dagvaarding [naam gedaagde 2] te veroordelen om: aan Merrem Group te betalen € 725.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 28 juli 2020, althans de dag van dagvaarding; aan La Porte te betalen € 295.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 28 juli 2020, althans de dag van dagvaarding; Gedaagden te veroordelen in de kosten van het geding, alsmede de nakosten. 3.2. Merrem c.s. voeren daartoe aan dat met [naam 1] in 2014 of 2015 de afspraak is gemaakt dat aan hem, voor zijn werkzaamheden voor Merrem c.s., per jaar een bedrag van € 120.000,00 zou worden betaald. In 2015 heeft [naam 1] [naam 2] benaderd en verteld dat hij samen met [naam gedaagde 1] een woning wilde bouwen. [naam 1] heeft [naam 2] een verzoek gedaan om voorfinancieringen te doen. Na oplevering van de woning zou bij een bankinstelling een financieringsaanvraag worden gedaan en na de verstrekking daarvan zouden de gelden worden terugbetaald. [naam 2] heeft ermee ingestemd om bedragen in leen te verstrekken. De in deze procedure gevorderde bedragen zijn vervolgens, boven het overeengekomen loon van € 120.000,00 per jaar, door Merrem c.s. betaald. Dit meerdere dient aan Merrem c.s. te worden terugbetaald. 3.3. [gedaagden] voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Merrem c.s. in de proceskosten. [gedaagden] betwisten niet dat de gevorderde bedragen zijn betaald. Dit waren echter geen geldleningen, maar loon voor de werkzaamheden van [naam 1]. [naam 1] heeft namelijk sinds 2010, of mogelijk nog eerder, de facto fulltime voor Merrem c.s. gewerkt als accountant tegen een gebruikelijk uurtarief van € 225,00. [naam 1] en Merrem c.s. hebben om hen moverende redenen afgesproken dat de door Merrem c.s. aan [naam 1] verschuldigde gelden opgespaard zouden worden door Merrem c.s. Toen [naam 1] in 2015 met [naam gedaagde 1] trouwde en een woning kocht heeft hij het loon van de jaren daarvoor op afroep laten uitbetalen. [naam 1] wenste liever geen bankrekeningen, goederen zoals een woning of aandelen op zijn naam. Om die reden wenste [naam 1] ook dat het merendeel van de door Merrem c.s. aan hem verschuldigde honorarium zou worden betaald aan [naam gedaagde 1], [naam gedaagde 2] en de door hem, [naam 1], aangewezen leveranciers zoals aannemers. De door Merrem c.s. verschuldigde honoraria werden op afroep afwisselend verstrekt door vennootschappen die behoren tot de Merrem Group, aldus [gedaagden]. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.5. [naam eiseres] vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Merrem Group tot betaling van een schadevergoeding, nader op te maken bij staat, vermeerderd met rente en kosten. 3.6. [naam eiseres] voert daartoe aan dat het ten laste van haar onrechtmatig beslag is gelegd aangezien Merrem Group geen vordering op haar heeft. Hierdoor lijdt [naam eiseres] schade die bestaat uit de kosten van het depot, alsmede de derving van het rendement van het in depot gestelde bedrag. 3.7. Merrem Group voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering in reconventie met veroordeling van [naam eiseres] in de proceskosten. Merrem Group betwist dat de gestelde schade voortvloeit uit het beslag. Het beslag is immers opgeheven en vervangen door de depot-overeenkomst waaraan [naam eiseres] vrijwillig heeft meegewerkt. 3.8. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling in conventie 4.1. Merrem c.s. hebben ten aanzien van de onder 2.5 genoemde bedragen meerdere rechtsgronden aangevoerd waarop deze moeten worden terugbetaald, te weten regres (artikel 6:150 jo 6:30 BW), zaakwaarneming (artikel 6:198 BW), onverschuldigde betaling (artikel 6:203 BW), ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 BW) en geldlening (artikel 7:129 BW); een en ander in wisselende volgordes van primair, subsidiair tot en met uiterst subsidiair. 4.2. [gedaagden] hebben het verweer gevoerd dat alle betalingen loonbetalingen op grond van de door [naam 1] voor Merrem c.s. verrichte werkzaamheden waren. Onverschuldigde betaling, zaakwaarneming, ongerechtvaardigde verrijking 4.3. Merrem c.s. hebben bij dagvaarding in randnummer 1.1.7 het volgende gesteld: “In de periode vanaf 15 april 2015 verstrekte -in niet juridisch opzicht- [naam 2] talloze gelden aan [naam gedaagde 2], [naam 1] en [naam gedaagde 1], [naam gedaagde 1] en aan crediteuren die vorderingen hadden op [naam gedaagde 1] (en ([naam 1]). De gelden werden op afroep [onderstreping, rechtbank] afwisselend door [naam 2] verstrekt via diverse aan hem toebehorende en gecontroleerde vennootschappen, te weten Merrem Group B.V., Merrem & La Porte B.V. én Zalstate B.V.” 4.4. [gedaagden] hebben aangevoerd dat alle door Merrem c.s. gedane betalingen, loonbetalingen op grond van de door [naam 1] voor Merrem c.s. verrichte werkzaamheden waren. In randnummer 2.4.3 stelllen [gedaagden]: “[naam 1] en Merrem c.s. hebben om hen moverende redenen afgesproken dat de door Merrem c.s. aan [naam 1] verschuldigde gelden opgespaard zouden worden door Merrem c.s .. [naam 1] wenste liever geen bankrekeningen, goederen zoals een woning of aandelen op zijn naam. Om die reden wenste [naam 1] ook dat het merendeel van de door Merrem c.s. aan hem verschuldigde honorarium zou worden betaald aan [naam gedaagde 1], [naam gedaagde 2] en de door hem, [naam 1], aangewezen [onderstreping, rechtbank] leveranciers zoals aannemers. De door Merrem c.s. verschuldigde honoraria werden op afroep [onderstreping, rechtbank] afwisselend verstrekt door vennootschappen die behoren tot de Merrem Group.” 4.5. Hoewel partijen twisten over wélke rechtsgrond(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.