Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 83/312108-20 Datum uitspraak: 15 juni 2021 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige economische strafkamer, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] , raadsman mr. F.F. Schukking, advocaat te Voorschoten. 1.Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 1 juni
- 2.Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3.Eis officier van justitie De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 286 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 270 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, alsmede een taakstraf van 240 uren te vervangen door 120 dagen hechtenis en als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en een behandelplicht bij De Waag of een soortgelijke zorgverlener te bepalen door de reclassering. 4.Waardering van het bewijs 4.
- Bewezenverklaring zonder nadere motivering De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de bewezenverklaring van het medeplegen van het ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk en het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk zoals ten laste is gelegd. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.
- Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en de verdediging geen verweer heeft gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: 1 hij op 8 december 2020, te Wassenaar, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk, aan een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, te weten aan een pseudokoper, professioneel vuurwerk, te weten 144 stuks Cobra 6, ter beschikking heeft gesteld; 2 hij op 8 december 2020, te Wassenaar (in de woning gelegen aan de [adres delict] ), tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk, te weten Shells, en Cobra’s 6, en Tp2 nitraten, en Crazy Robots P1, voorhanden heeft gehad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 5.Strafbaarheid feiten De bewezen feiten leveren op:
- medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;
- medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar. 6.Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7.Motivering straffen 7.
- Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd De verdachte heeft aan een ander een aanzienlijke, voor de handel geschikte hoeveelheid professioneel vuurwerk, te weten 144 stuks Cobra 6, ter beschikking gesteld door dit vuurwerk aan een pseudokoper te verkopen. Hij heeft hierbij samen gewerkt met zijn medeverdachte [naam medeverdachte] . Indien het vuurwerk succesvol in omloop zou zijn gebracht, zou dit bij particulieren terecht zijn gekomen. Dergelijk vuurwerk is bijzonder explosief en de kracht daarvan is kan worden vergeleken met de kracht van een handgranaat. Het is algemeen bekend dat bij het gebruik van dergelijk vuurwerk door particulieren er een groot risico bestaat op ongelukken en dat daarbij ernstig letsel aan personen en schade aan goederen kan ontstaan. De verdachte heeft voorts samen met anderen, onder wie zijn medeverdachte [naam medeverdachte] , een voor de handel geschikte hoeveelheid professioneel vuurwerk voorhanden gehad. Het vuurwerk lag opgeslagen in de woning waar de verdachte met zijn moeder woont. Door professioneel vuurwerk op te slaan in zijn woning, heeft de verdachte een onverantwoord risico genomen en de algemene veiligheid van personen en goederen ernstig in gevaar gebracht. Er waren geen veiligheidsmaatregelen getroffen. Indien het vuurwerk tot ontbranding was gekomen, zouden de gevolgen niet alleen voor de verdachte zelf en zijn gezinsleden, maar ook voor de omwonenden en de woningen in de buurt desastreus kunnen zijn geweest. De verdachte heeft kennelijk niet stil gestaan bij deze risico’s en heeft zich laten leiden door de spanning en sensatie die het bezig zijn met professioneel vuurwerk met zich brengt. 7.
- Persoonlijke omstandigheden van de verdachte Strafblad De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 18 mei 2021, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Toepassing adolescentenstrafrecht Door de verdediging is, onder verwijzing naar het adviesrapport van de reclassering over de verdachte, bepleit om toepassing te geven aan het adolescentenstrafrecht. Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 22 maart
- Dit rapport houdt in de kern het volgende in. De verdachte functioneert op een verstandelijk beperkt niveau. Hij komt jeugdig over en is gevoelig voor druk vanuit zijn sociale netwerk en handelt impulsief. Hij behoeft nog pedagogische ondersteuning van zijn ouders. Verder is zorgelijk dat hij niet beschikt over een startkwalificatie op de arbeidsmarkt omdat hij zijn school niet heeft afgerond. De reclassering adviseert daarom het adolescentenstrafrecht toe te passen. De inzet van ambulante behandeling wordt noodzakelijk geacht om de assertiviteit van de verdachte te vergroten en te onderzoeken hoe hij zijn hang naar spanning in toom kan houden. Tenslotte wordt een verbod op het gebruik van cocaïne en bijbehorende middelencontrole geadviseerd. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het advies van de reclassering tot toepassing van het adolescentenstrafrecht, onvoldoende is onderbouwd. Uitgangspunt is dat bij de berechting van jongvolwassenen toepassing wordt gegeven aan het volwassenenstrafrecht, en er is volgens de officier van justitie ten aanzien van de verdachte geen reden om daarvan af te wijken. De door de reclassering voorgestelde behandeling wordt ook door volwassenen gevolgd en daaruit blijkt onvoldoende dat een pedagogische insteek noodzakelijk is. Het advies van de reclassering om een gedeeltelijk voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen, wordt door de officier van justitie wel overgenomen, met uitzondering van het cocaïneverbod en de middelencontrole. 7.
- Conclusies van de rechtbank Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat het adolescentenstrafrecht dient te worden toegepast. De verdachte was ten tijde van het plegen van de feiten 21 jaar en dus meerderjarig. Op een jongvolwassen verdachte die ten tijde van het strafbare feit meerderjarig is, maar nog onder de 23 jaar, kan het jeugdstrafrecht worden toegepast als sprake is van omstandigheden gelegen in de persoon van verdachte of de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd daartoe aanleiding geven. Met de Reclassering ziet de rechtbank in de persoon van de verdachte aanleiding om recht te doen overeenkomstig de bepalingen van het adolescentenstrafrecht. De verdachte functioneert op een verstandelijk beperkt niveau, is gemakkelijk beïnvloedbaar door anderen en handelt impulsief. Hij heeft nog geen scholing afgerond, woont bij zijn moeder en heeft veel ondersteuning van zijn ouders nodig bij het regelen van praktische zaken. Gezien deze omstandigheden en gelet op de indruk die de verdachte op de zitting heeft gemaakt, is de rechtbank van oordeel dat pedagogische beïnvloeding van de verdachte tot de mogelijkheden behoort en dat hij daarbij gebaat zal zijn. De rechtbank is van oordeel dat het toepassen van het adolescentenstrafrecht van belang is voor een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte en ook om te voorkomen dat hij zich in de toekomst opnieuw schuldig maakt aan het plegen van strafbare feiten. Gelet op het voorgaande bestaat er aanleiding om bij de straftoemeting af te wijken van de eis van de officier van justitie. Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank ook gekeken naar de ernst van de feiten en naar straffen die doorgaans worden opgelegd in vergelijkbare (jeugd)zaken. De rechtbank ziet daarin aanleiding aan de verdachte een (deels) onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijk gedeelte gelijk is aan het voorarrest. Aangezien de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen jeugddetentie voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Voor het opleggen van een cocaïneverbod en middelencontrole ziet de rechtbank net als de officier van justitie geen aanleiding. Het voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Hiermee kan echter niet worden volstaan omdat dit onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten. Daarom zal daarnaast ook een werkstraf voor de duur van zestig uren worden opgelegd. Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden. 8.In beslag genomen voorwerpen De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het verband tussen de bewezen verklaarde strafbare feiten en het in beslag genomen geldbedrag onvoldoende is gebleken. Derhalve zal voor het in beslag genomen geldbedrag van € 440,- een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte. 9.Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is op de artikelen: 47, 77c, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 77gg van het Wetboek van strafrecht; 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten; 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer. 1.2.2, tweede en derde lid, van het Vuurwerkbesluit. 10.Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis. 11.Beslissing De rechtbank: verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen; bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 60 (zestig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten; verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren; tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden; stelt als algemene voorwaarde: - de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken; stelt als bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal zich binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd melden bij Reclassering Nederland Bezuidenhoutseweg 179 te ’s-Gravenhage, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;
- de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen van De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering gedurende 24 maanden na ingaan van de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering in overleg met De Waag verantwoord vindt; verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden: - de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden; - de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht; geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan; beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen; beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:- gelast de teruggave aan verdachte van: een geldbedrag van € 440,-; heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst. Dit vonnis is gewezen door: mr. M.C. Franken, voorzitter, en mrs. S.E.C. Debets en M. Timmerman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 juni
- De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1 hij op of omstreeks 8 december 2020, te Wassenaar, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk, aan een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, te weten aan een pseudokoper, professioneel vuurwerk, te weten 144 stuks Cobra 6, ter beschikking heeft gesteld; 2 hij op of omstreeks 8 december 2020, te Wassenaar (in de woning gelegen aan de [adres delict] ), tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk, te weten - één of meer stuks Shells, en/of - één of meer stuks Cobra 6, en/of - één of meer stuks Tp2 nitraten, en/of - één of meer stuks Crazy Robots P1, voorhanden heeft gehad.