RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 7969401 CV EXPL 19-35029 uitspraak: 10 september 2021 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van: de naamloze vennootschap Zilveren Kruis Zorgverzekeraar N.V., gevestigd te Utrecht, eiseres, gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde], wonende te [woonplaats gedaagde], gedaagde, die procedeert in persoon. Partijen worden hierna aangeduid als ‘Zilveren Kruis’ en ‘[gedaagde]’.
- Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 7 februari 2020 en de daarin genoemde stukken; de akte bewijslevering van de zijde van [gedaagde]; de rolbeslissing van 3 april 2020; de akte van de zijde van Zilveren Kruis; de akte van de zijde van [gedaagde]; de rolbeslissing van 26 juni 2020; de akte van de zijde van Zilveren Kruis; de rolbeslissing van 13 november 2020; de akte van de zijde van Zilveren Kruis; de akte van de zijde van [gedaagde]; de rolbeslissing van 5 maart 2021; de akte bewijslevering van Zilveren Kruis; de antwoordakte van de zijde van [gedaagde]. Het vonnis is nader bepaald op heden.
- De verdere beoordeling 2.1 Bij tussenvonnis van 7 februari is [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat hij de zorgverzekeringsovereenkomst met Zilveren Kruis heeft opgezegd per 1 januari
- [gedaagde] voert in zijn akte bewijslevering aan dat hij niet in staat is enig bewijs over die periode aan te leveren. [gedaagde] is niet geslaagd in zijn bewijsopdracht, zodat niet kan worden vastgesteld dat [gedaagde] per 1 januari 2011 is overgestapt naar een andere zorgverzekeraar, zoals hij stelt. Er wordt daarom van uitgegaan dat [gedaagde] per 1 januari 2012 zijn verzekering bij Zilveren Kruis heeft beëindigd. 2.2 Zilveren Kruis is bij datzelfde tussenvonnis in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat dat [gedaagde] in 2011 of 2012 zorg heeft genoten in het Bronovo Ziekenhuis. Zilveren Kruis stelt dat sprake is geweest van een vruchtbaarheidstraject, waarvoor een onderzoek is uitgevoerd. Ter onderbouwing brengt Zilveren Kruis stukken van het IVF-laboratorium van het Leids Universitair Medisch Centrum en het Bronovo ziekenhuis in het geding. [gedaagde] betwist dat dit onderzoek heeft plaatsgevonden. Hij voert aan dat hij zich niets van dit onderzoek kan herinneren. 2.3 De stelling van Zilveren Kruis dat [gedaagde] in de periode waarop de gevorderde bijdrage eigen risico betrekking heeft, zorg heeft genoten in het Bronovo ziekenhuis vindt steun in de door haar overgelegde stukken. Hierin wordt bevestigd wat het Bronovo ziekenhuis al op 20 februari 2020 aan Zilveren Kruis kenbaar heeft gemaakt, namelijk dat het een gezamenlijke zorgvraag van [gedaagde] en diens levenspartner betreft. Op basis van deze stukken kan dan ook worden vastgesteld dat er behandeling – in de vorm van onderzoek – heeft plaatsgevonden in het Bronovo ziekenhuis. Het enkele feit dat [gedaagde] zich deze behandeling niet kan herinneren is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. [gedaagde] is dan ook de met de behandeling gemoeide kosten verschuldigd. De vordering wordt toegewezen. 2.4 [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.
- De beslissing De kantonrechter: veroordeelt [gedaagde] aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 498,56, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over een bedrag van € 393,72 vanaf 11 juli 2019 tot aan de dag van algehele voldoening; veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Zilveren Kruis vastgesteld op € 121,- aan griffierecht, € 103,06 aan dagvaardingskosten en € 300,- aan salaris voor de gemachtigde; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. van Gastel en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 41645 Productie 10 van Zilveren Kruis.