← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2021:9074

beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaakgegevens: C/10/622656 / JE RK 21-2014 datum uitspraak: 27 augustus 2021 beschikking ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming Regio Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2012 te [geboorteplaats minderjarige 1] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] , [naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2013 te [geboorteplaats minderjarige 2] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] . Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoek met bijlagen van de Raad van 19 juli 2021, ingekomen bij de griffie op 22 juli

  1. Op 27 augustus 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de moeder, die in overleg met haar telefonisch is gehoord, - een vertegenwoordiger van de Raad, te weten dhr. [naam vertegenwoordiger] , - een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna de GI, te weten mw. [naam vertegenwoordigster] . De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de moeder. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de moeder. Het verzoek en het standpunt van de Raad De Raad heeft een ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verzocht voor de duur van twaalf maanden. De Raad heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht. De afgelopen periode zijn er grote stappen gemaakt. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] gaan naar school. Het gezin is verhuisd naar een gezonde woning bij de school. De partner van de moeder steunt het gezin. Mede daardoor is het schoolverzuim afgenomen. Een ondertoezichtstelling is wel nodig zodat het inslijt. Ook is het van belang dat duidelijk wordt wat [voornaam minderjarige 1] nodig heeft en welke hulp ingezet moet worden. Het standpunt van de GI en de belanghebbende De GI heeft ter zitting het verzoek van de Raad ondersteund en meegedeeld dat als het zo goed blijft gaan dat de ondertoezichtstelling eerder kan worden afgesloten. De moeder heeft ter zitting verklaard dat zij het eens is met een ondertoezichtstelling, maar dat zij vindt dat er wel een lange periode wordt verzocht. De beoordeling Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in hun ontwikkeling worden bedreigd. Er is sprake (geweest) van gedragsproblemen bij [voornaam minderjarige 1] op school. Er zijn zorgen over de gezondheid van [voornaam minderjarige 2] . Hij heeft astma. Als gevolg van het veelvuldig schoolverzuim van [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 1] hebben zij een leerachterstand. Er waren daarnaast zorgen over de pedagogische vaardigheden van de moeder. Hieruit volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarom zal de kinderrechter [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht stellen. Wel ziet de kinderrechter aanleiding om de duur van de ondertoezichtstelling te beperken tot tien maanden en het verzoek voor het overige verzochte af te wijzen. Er is immers sprake van een positieve ontwikkeling, zoals mondeling door de Raad ter zitting is toegelicht. Wel is aanvullend onderzoek nodig naar de oorzaak van de gedragsproblematiek van [voornaam minderjarige 1] ; als daaruit blijkt dat er meer begeleiding voor hem nodig is, is het belangrijk dat dit wordt ingezet en te zijner tijd eventueel in het vrijwillig kader wordt voortgezet. De beslissing De kinderrechter: stelt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 27 augustus 2021 tot 27 juni 2022; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2021 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D. van der Aa als griffier. De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 september
  2. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.