Rechtbank Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: ROT 21/2178 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2021 in de zaak tussen [naam eiser], eiser, en [naam eiseres], eiseres, te [woonplaats eisers], samen: eisers, gemachtigde: [naam], en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder, gemachtigde: mr. J.F. Jim. Procesverloop Bij besluit van 10 november 2020 (het primaire besluit 1) heeft verweerder de aanvraag van eiser om algemene bijstand op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo 1) afgewezen. Bij besluit van 12 januari 2021 (het primaire besluit 2) heeft verweerder het aan eisers verstrekte voorschot van € 4.509,93 teruggevorderd. Bij besluit van 11 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen de primaire besluiten ongegrond verklaard. Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 september
- Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
- Tot 31 december 2019 was een bedrijf van eiser, genaamd [naam bedrijf 1], bij de Kamer van Koophandel (KvK) geregistreerd onder nummer [KvK nummer 1]. Op 14 mei 2020 heeft eiser opnieuw een onderneming ingeschreven bij de KvK, genaamd [naam bedrijf 2], geregistreerd onder het nummer [KvK nummer 2].
- Verweerder heeft aan het bestreden besluit, waarbij de primaire besluiten zijn gehandhaafd, het volgende ten grondslag gelegd. Een ondernemer van wie de onderneming op 17 maart 2020 niet is ingeschreven in het handelsregister van de KvK, kan geen aanspraak maken op een Tozo-uitkering. Eisers bedrijf stond op 17 maart 2020 niet ingeschreven in het handelsregister van de KvK.
- Eisers hebben aangevoerd aan dat eiser in december 2019 per abuis zijn onderneming heeft uitgeschreven bij de KvK. Eiser wilde graag zijn bedrijfsvoering verbreden door naast ‘transportactiviteiten’ ook ‘kluswerkzaamheden’ te gaan verrichten. Vanwege medische omstandigheden en de coronamaatregelen was eiser niet in staat om de vergissing eerder dan 14 mei 2020 te herstellen. Eisers doen een beroep op de menselijke maat.
- Ter zitting heeft eiser toegelicht dat de term ‘economisch delict’, genoemd op pagina twee van het bestreden besluit, hem dwars zit. Eiser stelt dat hij daarmee als fraudeur wordt weggezet. Verweerder heeft in reactie hierop verklaard dat het niet meer dan een constatering is dat het niet inschrijven van een onderneming in het handelsregister van de KvK een economisch delict kan opleveren. Verweerder heeft toegezegd dat hij per brief of e-mail zal bevestigen dat eiser niet wordt verweten dat hij fraude heeft gepleegd.
- Voor toekenning van een uitkering op grond van de Tozo is op grond van artikel 2, eerste lid, van de Tozo vereist dat de zelfstandige op 17 maart 2020 stond ingeschreven in het handelsregister van de KvK. In de Nota van Toelichting bij de Tozo (Staatsblad 2020, 118) is vermeld dat de zelfstandige die zich na die datum alsnog met terugwerkende kracht heeft ingeschreven in het handelsregister, niet in aanmerking komt voor een Tozo-uitkering. Vaststaat dat eiser op 17 maart 2020 niet stond ingeschreven in het handelsregister. Hij voldoet dus niet aan de voorwaarden voor toekenning van een Tozo-uitkering. De rechtbank ziet in de door eiser aangevoerde omstandigheden geen grond voor het oordeel dat verweerder een uitzondering had moeten maken. Verweerder heeft eisers aanvraag daarom terecht afgewezen. Op grond van artikel 58, tweede lid, aanhef en onder d, van de Pw was verweerder bevoegd het teveel aan verstrekte voorschotten als onverschuldigd terug te vorderen. In wat eiser heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen reden voor het oordeel dat verweerder in redelijkheid niet van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.
- Het beroep is ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van mr. A.I.M. Smid, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 oktober
- De griffier is buiten staat De rechter is verhinderd te tekenen griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.