Rechtbank Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: ROT 22/4179 uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 november 2022 als bedoeld in artikel 8:86 in verbinding met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het verzoek van [Naam], te [Plaats], verzoeker, tot herziening van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 juni 2022 (ROT 22/1660 en ROT 22/1675). Inleiding 1. Bij uitspraak van 8 juni 2022 heeft de voorzieningenrechter het beroep van verzoeker tegen de door het Drechtstedenbestuur in bezwaar gehandhaafde afwijzing van bijzondere bijstand op grond van Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. 2. Op 9 juni 2022 is een hersteluitspraak gedaan wegens het ontbreken van een hogerberoepsclausule in de hoofdzaak. 3. Verzoeker heeft op 29 augustus 2022 de voorzieningenrechter verzocht de uitspraak van 8 juni 2022 te herzien. Beoordeling 4. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. Voor de motivering wijst de voorzieningenrechter op eerdere rechtspraak waarbij verzoeker partij was (ECLI:NL:CRVB:2022:105 en ECLI:NL:RBROT:2020:9821). 5. Van een uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening voor zover daarin niet zelf in de hoofdzaak wordt voorzien, kan niet om herziening worden gezocht (zie ECLI:NL:RBROT:2016:460). Daarom zal de voorzieningenrechter het verzoek om herziening aanmerken als te zijn gericht tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter voor zover daarin is beslist op de hoofdzaak als bedoeld in artikel 8:86 van de Awb. 6. Verzoeker heeft met een beroep op betalingsonmacht verzocht om ontheffing van de verplichting tot betaling van griffierecht. Verzoeker wordt wegens misbruik van recht geen ontheffing van griffierecht verleend, zodat hij in verzuim is het in deze zaak verschuldigde griffierecht te voldoen. 7. De voorzieningenrechter overweegt daartoe in de eerste plaats dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Hieruit volgt dat de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak uitsluitend kan herzien op grond van feiten of omstandigheden die: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.