RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 9984909 CV EXPL 22-20627 datum uitspraak: 23 september 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Onderlinge Waarborgmaatschappij [eiseres01] , vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] , eiseres, gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V., tegen [gedaagde01] , woonplaats: [woonplaats01] , gedaagde, zonder gemachtigde. De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
- De procedure 1.
- Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 21 juni 2022, met bijlagen; het antwoord; de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald; de mail van [eiseres01] , met aanvullende bijlagen. 1.
- Op 23 augustus 2022 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met de gemachtigde van [eiseres01] besproken. [gedaagde01] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
- De feiten 2.
- [gedaagde01] is met [eiseres01] een zorgverzekeringsovereenkomst aangegaan. Uit hoofde van deze overeenkomst is [gedaagde01] periodiek bij vooruitbetaling premie verschuldigd.
- Het geschil 3.
- [eiseres01] eist samengevat: [gedaagde01] te veroordelen aan haar te betalen € 1.189,45 met rente; [gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten; het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit de hoofdsom van € 1.203,50, rente van € 17,90 (berekend tot 21 juni 2022) en buitengerechtelijke kosten van € 153,
- Door [gedaagde01] is een bedrag van € 85,50 voldaan aan [eiseres01] en een bedrag van € 100,- voldaan aan de gemachtigde van [eiseres01] . Hierdoor resteert een hoofdsom van € 1.189,
- 3.
- [eiseres01] baseert de eis op het volgende. [gedaagde01] is haar betalingsverplichtingen voortvloeiend uit de zorgverzekeringsovereenkomst – in de vorm van premiebedragen – niet nagekomen. Omdat [gedaagde01] is tekortgeschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting moet zij de buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente betalen. 3.
- Op het verweer van [gedaagde01] wordt hierna - voor zover van belang voor de uitkomst van de procedure - verder ingegaan.
- De beoordeling 4.
- Tussen partijen is er sprake van een zorgverzekeringsovereenkomst. [gedaagde01] heeft niet betwist dat er een achterstand in de betaling van de verschuldigde premie is ontstaan. De betalingsregeling die partijen waren overeengekomen is komen te vervallen, zodat het [eiseres01] vrij stond om directe betaling van het gehele bedrag te vorderen. [eiseres01] was niet verplicht om een (nieuwe) betalingsregeling aan te gaan en de kantonrechter mag aan partijen geen betalingsregeling opleggen. 4.
- [gedaagde01] heeft de hoogte van de premieachterstand niet betwist. Voordat [gedaagde01] € 85,50 betaalde aan [eiseres01] en € 100,- aan haar gemachtigde, bedroeg de achterstand € 1.203,
- Omdat [gedaagde01] de vordering van [eiseres01] niet betwist zal [gedaagde01] worden veroordeeld dit bedrag aan [eiseres01] te betalen, verminderd met de gedane betalingen van in totaal € 185,50 zoals in overwegingen 4.4 nader toegelicht. 4.
- De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om een vergoeding voor deze kosten te krijgen. De rente wordt toegewezen, omdat uit de stellingen van [eiseres01] volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde01] deze stellingen niet heeft betwist. 4.
- [gedaagde01] heeft betalingen verricht aan (de gemachtigde van) [eiseres01] . De betaling van € 185,50 strekt op grond van artikel 6:44 eerste lid BW eerst in mindering van de buitengerechtelijke incassokosten (€ 153,55), vervolgens van de reeds vervallen rente (€ 17,90) en pas daarna in mindering van de hoofdsom (€ 1.203,50). Hierdoor zal de vordering voor een bedrag van € 1.189,45 aan hoofdsom worden toegewezen. 4.
- [gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiseres01] tot vandaag vast op € 129,74 aan dagvaardingskosten, € 322,- aan griffierecht en € 248,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 124,- tarief). Dit is totaal € 699,
- Voor kosten die [eiseres01] maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] ook een bedrag betalen van € 62,- (1/2 punt x € 124,- tarief met maximum € 124,-). Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853). 4.
- Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 4.
- Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat [gedaagde01] ook na dit vonnis in contact kan treden met [eiseres01] , ten einde een betalingsregeling te treffen. Te meer nu [gedaagde01] niet aanwezig was bij de mondelinge behandeling.
- De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiseres01] te betalen € 1.189,45 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 21 juni 2022 tot de dag van volledige betaling; 5.
- veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, aan de kant van [eiseres01] tot vandaag vastgesteld op € 699,74; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. van Gastel en in het openbaar uitgesproken. 44236