RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 9987958 CV EXPL 22-20819 datum uitspraak: 16 december 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [eiser01], vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] , eiseres, gemachtigde: mr. G.E. Hamer, tegen [gedaagde01] , voorheen handelend onder de naam [handelsnaam01] woonplaats: in de [plaats01] op een geheim adres, gedaagde, zonder gemachtigde. De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
- De procedure 1.
- Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 28 juni 2022, met bijlagen; het antwoord, met bijlagen; de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald. 1.
- Op 15 november 2022 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met [eiser01] en haar gemachtigde besproken. [gedaagde01] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
- De feiten 2.
- Door of namens Kocygit of [handelsnaam01] zijn met [eiser01] meerdere huurovereenkomsten gesloten, voor verschillende motorvoertuigen: Volkswagen Crafter met kenteken [kenteken01] , vanaf 23 maart 2021 t/m 17 mei 2021, geruild voor het voertuig met kenteken [kenteken02] ; Volkswagen bestelvoertuig met kenteken [kenteken03] , vanaf 3 mei 2021 t/m 28 mei 2021; Volkswagen Crafter met kenteken [kenteken02] , vanaf 17 mei 2021 t/m 21 mei 2021, geruild voor het voertuig met kenteken [kenteken04] ; Volkswagen Crafter met kenteken [kenteken04] , vanaf 21 mei 2021 t/m 2 juni 2021 (waarbij deze auto vroegtijdig is ingeleverd). 2.
- Deze overeenkomsten zijn gesloten in de uitoefening van een beroep of bedrijf, onder de naam [handelsnaam01] . Deze onderneming is sinds 11 juni 2021 uitgeschreven uit het handelsregister. 2.
- Op de huurovereenkomsten zijn de algemene voorwaarden van [eiser01] van toepassing. 2.
- [eiser01] heeft [gedaagde01] facturen gestuurd voor een totaal bedrag van € 3.946,
- Tot op heden heeft [gedaagde01] deze facturen niet voldaan aan [eiser01] .
- Het geschil 3.
- [eiser01] eist samengevat: [gedaagde01] te veroordelen aan haar te betalen € 4.791,20 met rente; [gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten; het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit de hoofdsom van € 3.946,89 rente van € 252,62 (berekend tot en met 20 april 2022) en buitengerechtelijke kosten van € 591,
- 3.
- [eiser01] baseert de eis op het volgende. [gedaagde01] is zijn verplichtingen uit de overeenkomsten op diverse manieren niet nagekomen. Tijdens de huurperioden zijn er meerdere schades ontstaan aan het voertuig met kenteken [kenteken04] . Daarnaast heeft [eiser01] twee verkeersboetes ontvangen, die zijn gereden door het voertuig met kenteken [kenteken03] . Tot slot heeft de ANWB werkzaamheden moeten verrichten aan een gehuurd voertuig. Op grond van artikel 8 lid 2, 10 lid 2, 12 lid 5 en artikel 14 van de algemene voorwaarden is [gedaagde01] gehouden de kosten hiervan te vergoeden aan [eiser01] . Omdat [gedaagde01] in gebreke is gebleven met de betaling hiervan, was [eiser01] genoodzaakt om de vordering uit handen te geven. De hiervoor gemaakte kosten komen voor rekening van [gedaagde01] . 3.
- [gedaagde01] is het niet eens met de eis. Zijn verweer zal hierna worden besproken.
- De beoordeling hoofdsom: betaling facturen 4.
- Tussen partijen is in geschil of [gedaagde01] de facturen van [eiser01] aan haar moet voldoen. Deze facturen – voor een bedrag van € 3.946,89 – vloeien voort uit de tussen [eiser01] en [gedaagde01] gesloten huurovereenkomsten. 4.
- De kantonrechter begrijpt uit het (beperkte) verweer van [gedaagde01] , dat hij betwist dat de facturen kloppen. [gedaagde01] voert aan dat een factuur gecorrigeerd zou moeten worden omdat een van de huurovereenkomsten zonder zijn toestemming is gesloten. [gedaagde01] laat echter na zijn betwisting te onderbouwen. Zodat het de kantonrechter niet duidelijk is op welke factuur de betwisting van [gedaagde01] ziet en hoe deze factuur gecorrigeerd moet worden. Daar staat tegenover dat [eiser01] stelt dat [gedaagde01] zelf de huurovereenkomst ten aanzien van het voertuig met kenteken [kenteken03] heeft gesloten. Daarnaast heeft [eiser01] ter zitting toegelicht dat de andere huurovereenkomsten zijn ondertekend namens [handelsnaam01] en dat er toen een borg is voldaan via een bankrekening die op naam van [handelsnaam01] stond. Dit ondersteunt de stelling van [eiser01] dat de huurovereenkomsten zijn gesloten door, dan wel namens [gedaagde01] . Mede doordat [gedaagde01] niet op de mondelinge behandeling is verschenen heeft [gedaagde01] deze stellingen niet betwist. Gelet op het bovenstaande staat voldoende vast dat [gedaagde01] partij is in de met [eiser01] gesloten huurovereenkomsten. 4.
- [gedaagde01] voert verder geen verweer tegen de inhoud van de facturen. De kantonrechter zal daarom de vorderingen van [eiser01] als onvoldoende gemotiveerd betwist toewijzen. buitengerechtelijke incassokosten en rente 4.
- De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om een vergoeding voor deze kosten te krijgen. De rente wordt toegewezen, omdat uit de stellingen van [eiser01] volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde01] deze stellingen niet heeft betwist. proceskosten 4.
- [gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiser01] tot vandaag vast op € 107,22 aan dagvaardingskosten, € 487,- aan griffierecht en € 436,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 218,- tarief). Dit is totaal € 1.030,
- Voor kosten die [eiser01] maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] een bedrag betalen van € 109,- (1/2 punt x € 218,- tarief). Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853). uitvoerbaarheid bij voorraad 4.
- Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
- De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiser01] te betalen € 4.791,20 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 3.946,89 vanaf 20 april 2022 tot de dag van volledige betaling; 5.
- veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, aan de kant van [eiser01] tot vandaag vastgesteld op € 1.030,22; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. van Gastel en in het openbaar uitgesproken. 44236