← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2022:10583

beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rekestnummer: C/10/646263 / KG RK 22-1086 Beschikking van de voorzieningenrechter van 1 december 2022 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FRACHTCONTOR JUNGE B.V., gevestigd te Rotterdam, handelend voor zichzelf en als gevolmachtigde van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LOENEN REPAIRS B.V., gevestigd te Schiedam, verzoekster, advocaat mr. H.G.D. Hoek te Rotterdam, tegen

  1. de rechtspersoon naar vreemd recht MOSESTIDE PTE LTD.,
  2. de rechtspersoon naar vreemd recht MOSESTIDE ENGINEERING & TRADING PTE LTD.,
  3. de rechtspersoon naar vreemd recht MOSESTIDE OFFSHORE PTE CO LTD., allen gevestigd te Singapore, Singapore,
  4. de rechtspersoon naar vreemd recht JNJ TAURUS COMPANY LIMITED, gevestigd te Victoria, Seychellen,
  5. de rechtspersoon naar vreemd rechtYOSHIDA TRADING CORP., gevestigd te Panama Stad, Panama, verweerders, niet verschenen en de besloten vennootschap DUTCH HARBOUR ’S-GRAVENDEEL B.V., gevestigd te ’s-Gravendeel, belanghebbenden advocaat mr. H.G.D. Hoek.
  6. De procedure 1.
  7. Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift d.d. 18 oktober 2022; akte overleggen producties d.d. 24 november 2022; de mondelinge behandeling 24 november
  8. 1.
  9. Ter zitting zijn verschenen: mr. H.G.D. Hoek advocaat van verzoekster; [naam] namens Dutch Harbour ’s-Gravendeel B.V. 1.
  10. Vervolgens is beschikking bepaald.
  11. Het verzoek Het verzoekschrift ex artikel 575 Rv en artikel 3:268 lid 2 BW strekt tot het verkrijgen van toestemming voor de onderhandse verkoop van het in het verzoekschrift genoemde zeeschip “[naam schip]” met IMO-nummer [nummer].
  12. De beoordeling Ter zitting van 24 november 2022 zijn door verzoekster stukken overlegd waaruit blijkt dat verweerders en belanghebbenden deugdelijk zijn opgeroepen voor de zitting, Het oproepingsexploot van 31 oktober 2022 is betekend aan het openbaar ministerie en per aangetekende brief en via UPS koerier aan verweerders verzonden. Verweerder 1 is blijkens www.equasis.org de “registered owner” en “shipmanager/commercial manager” van de zeesleper “[naam schip]”. Er is geen hypotheekhouder. Bij exploot van 7 september 2017 is door verzoekster ten laste van verweerders 1, 3, 4 en 5 conservatoir beslag gelegd op de zeesleper “[naam schip]” IMO nummer [nummer]. Bij vonnis van deze rechtbank van 4 juli 2018 zijn verweerders veroordeeld aan verzoekster te betalen een bedrag van € 76.025,19 te vermeerderen met rente en kosten. Bij exploot van 8 augustus 2018 is de tenuitvoerlegging van het vonnis door onder meer een openbare verkoop van het schip verweerders aangezegd. Op 17 oktober 2018 heeft voor deze rechtbank een zitting als bedoeld in artikel 575 Rv plaatsgevonden, waarbij de openbare verkoop van het schip stond geagendeerd. Blijkens het proces-verbaal van die zitting zijn er geen biedingen gedaan, zodat er geen koopovereenkomst tot stand is gekomen. 3.3 Verzoekster legt zakelijk samengevat het volgende aan het verzoek ten grondslag. De eigenaren en exploitanten hebben het schip geabandonneerd. Sinds juni 2016 is er van verweerders niets meer vernomen. Het schip ligt sinds 2016 opgelegd bij Dutch Harbour te ’s Gravendeel. Kosten worden sindsdien niet meer voldaan. Het betreft een oude zeesleper met ruime aanwezigheid van asbest, waarvan deugdelijke verwijdering en verwerking in het kader van sloop meer dan € 100.000,- zou kosten. Dutch Harbour heeft als feitelijk houder van het schip belang bij verkoop van het schip, omdat het alternatief zou zijn dat het schip tot in lengte van dagen zou blijven liggen waar het nu ligt, met alle kosten van dien. Dutch Harbour heeft haar retentierecht prijsgegeven. Er zijn geen andere crediteuren en buiten het retentierecht van Dutch Harbour geen gepretendeerde liens of andere voorrechten bekend. In mei 2022 heeft zich een geïnteresseerde koper gemeld. Verzoekster, Dutch Harbour en de koper hebben overeenstemming bereikt over een koopprijs van € 30.000,-. Als executante heeft verzoekster de rol van verkoper op zich genomen. De overeenkomst is als productie 4 aan het verzoekschrift gehecht. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Vaststaat dat verzoekster een executoriale titel heeft en als beslaglegger langs de weg van artikel 575Rv getracht heeft haar vordering te incasseren. Die openbare verkoop heeft evenwel tot niets geleid, nu er niet op het schip geboden is. Artikel 3:268 lid 2 BW bepaalt : Op verzoek van de hypotheekhouder de hypotheekgever of degene die executoriaal beslag heeft gelegd kan de voorzieningenrechter van de rechtbank bepalen dat de verkoop ondershands zal geschieden bij een overeenkomst die hem bij het verzoek ter goedkeuring wordt voorgelegd. Indien door de hypotheekgever of door een hypotheekhouder, beslaglegger of beperkt gerechtigde, die bij een hogere opbrengst van het goed belang heeft, voor de afloop van de behandeling van het verzoek aan de voorzieningenrechter een gunstiger aanbod wordt voorgelegd, kan deze bepalen dat de verkoop overeenkomstig dit aanbod zal geschieden….. De vraag is of dit betekent dat de executoriaal beslaglegger alleen tijdens een door de hypotheekhouder opgestarte executieprocedure een verzoek tot goedkeuring van een onderhandse verkoop kan indienen, of dat ook de beslaglegger tijdens een door beslaglegger zelf opgestarte executieprocedure dit kan doen. De voorzieningenrechter beantwoordt deze vraag in dit geval, gezien de gebleken omstandigheden, in laatst bedoelde zin: een onderhandse verkoop past in het stelsel van de wet en sluit het aan bij de mogelijkheid die artikel 3:268 lid 2 BW biedt. Nu er een procedure langs de weg van artikel 575Rv heeft plaatsgevonden, die procedure geen resultaat heeft gebracht en niet heeft geleid tot een beslissing van de rechtbank, het executietraject niet is afgesloten en er met een onderhandse verkoop wel een opbrengst gegenereerd kan worden en er geen hypotheekhouder is, is een onderhandse verkoop met goedkeuring van de voorzieningen realiter nog de enige weg om schuldeisers tegemoet te kunnen komen. Verzoekster kan derhalve in haar verzoek worden ontvangen. 3.5 De voorzieningenrechter acht de tussen verzoekster en de beoogde koper overeengekomen prijs gezien de gebleken omstandigheden redelijk. Het verzoek wordt dan ook toegewezen
  13. De beslissing De voorzieningenrechter, 4.
  14. verleent toestemming aan verzoekster om het zeeschip “[naam schip]” met IMO-nummer [nummer] onderhands te verkopen voor de prijs van € 30.000,-- aan OBS 1 Limited te Belize, zulks conform de aan deze beschikking gehechte koopovereenkomst d.d. 12 oktober 2022; 4.
  15. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven door mr. A.F.L. Geerdes, voorzieningenrechter en in het openbaar uitgesproken op 1 december
  16. 1426/676

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.