← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2022:10584

Rechtbank Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: ROT 21/4237 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 december 2022 in de zaak tussen [eiseres] te Zoetermeer, eiseres, gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels, e

Artikel 8

:24, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen.

Artikel 8

:31 Awb, kan de bestuursrechter indien een partij niet voldoet aan de verplichting te verschijnen, inlichtingen te geven, stukken over te leggen of mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8:47, eerste lid, daaruit de gevolgtrekkingen maken die hem geraden voorkomen.

Artikel 6

:6 Algemene wet bestuursrecht kan het bezwaar of beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, indien: niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, of het bezwaar- of beroepschrift geheel of gedeeltelijk is geweigerd

artikel 2:15, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. Bij brief van 19 oktober 2022 heeft de rechtbank eiseres verzocht een volmacht over te leggen en stukken waaruit blijkt dat [eiseres] dezelfde vennootschap is als [B.V. X] . Hierop heeft eiseres met haar brief van 1 november 2022 op gereageerd, maar niet op het verzoek om stukken waaruit blijkt dat [eiseres] dezelfde vennootschap betreft als [B.V. X] Bij brief van 22 november 2022 heeft de rechtbank eiseres verzocht om binnen één week stukken over te leggen waaruit blijkt hoe de [B.V. X] (waarvan eiseres een uittreksel uit het Handelsregister heeft overgelegd) en [eiseres] (de B.V. die wordt aangeslagen) zich tot elkaar verhouden. De rechtbank heeft daarbij vermeld dat als eiseres dit niet verduidelijkt, de rechter hieraan consequenties kan verbinden. De gemachtigde van eiseres heeft met zijn brief van 29 november 2022 in reactie op deze brief van 22 november 2022 opnieuw (onder meer) een uittreksel van de Kamer van Koophandel overgelegd van [B.V. X] en ook van [Y BV] en [Z BV] ), maar heeft geen duidelijkheid gegeven over hoe [eiseres] en [B.V. X] zich tot elkaar verhouden. Eiseres heeft geen redenen gegeven waarom hij het geconstateerde gebrek niet binnen de gestelde termijn heeft geheeld. Eiseres heeft met zijn stukken duidelijk gemaakt dat hij gemachtigd is om namens [naam] beroep in te stellen voor [B.V. X] maar niet dat hij dat namens [eiseres] is. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van eiseres gesteld dat sprake is van een statutenwijziging en nog verzocht om binnen één week de gevraagde stukken alsnog te mogen indienen. Gelet op de al gegeven termijnen ziet de rechtbank daar geen aanleiding toe. De rechtbank ziet dan ook grond om het beroep van eiseres niet-ontvankelijk te verklaren. 2. Voor het toekennen van een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn bestaat geen aanleiding. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres ontvangen op 9 april 2021. De redelijke termijn is op het moment dat deze uitspraak wordt gedaan dus niet verstreken. 3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Bouter, rechter, in aanwezigheid van mr. J.J. van Giezen-Groenewoud, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op6 december 2022. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.