Rechtbank Rotterdam Team insolventie rekestnummers: [nummer 1] en [nummer 2] [nummer 3] en [nummer 4] uitspraakdatum: 6 oktober 2022 in de zaak van: [verzoeker] en [verzoekster] , wonende te [adres] [postcode] [woonplaats] , verzoekers. 1.De procedure Verzoekers hebben op 22 juni 2022, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om één schuldeiser, te weten: - Reijnders Advocaten, c.q. Bonju Nederland B.V. (hierna: Bonju); die weigert mee te werken aan een door verzoekers aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling. Bonju heeft op 22 augustus 2022 een e-mail toegezonden waarin onder meer staat dat zij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank. Ter zitting van 26 augustus 2022 zijn verschenen en gehoord: verzoeker; mevrouw [naam persoon 1] , werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening). Mevrouw [verzoekster] , verzoekster, is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat verzoekster ziek was en daarom niet ter zitting kon verschijnen. Verzoeker heeft de rechtbank op 29 augustus 2022 aanvullende stukken doen toekomen. De rechtbank heeft op basis van de aanvullende stukken besloten de mondelinge behandeling voort te zetten. Ter zitting van 29 september 2022 zijn verschenen en gehoord: verzoekers; mevrouw [naam persoon 2] en mevrouw [naam persoon 3] , beiden werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening). De uitspraak is bepaald op heden. 2.Het verzoek Verzoekers hebben volgens het ingediende verzoekschrift twintig schuldeisers, waarvan vier preferente schuldeisers met vijf vorderingen en zestien concurrente schuldeisers met eenentwintig vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 65.427,04 van verzoekers te vorderen. Verzoekers hebben bij brief van 1 maart 2022 een schuldregeling aangeboden aan hun schuldeisers, inhoudende een betaling van 2,18% aan de preferente schuldeisers en 1,09% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekers was ten tijde van de aanbiedingsbrief van 1 maart 2022 gebaseerd op voortzetting van hun Participatiewet-uitkering. Verzoekers vielen ten tijde van de aanbiedingsbrief van nog onder de afdeling Stedelijke Zorg van de Gemeente Rotterdam. Verzoekers verbleven destijds in de opvang bij Prokino. Er was geen sprake van een sollicitatieplicht, omdat verzoekers eerst hun sociale situatie moesten stabiliseren. Ter zitting van 26 augustus 2022 heeft verzoeker verklaard dat verzoekers inmiddels een huurwoning hebben en dat verzoeker een afspraak heeft met de werkconsulent van de gemeente om op zoek te gaan naar een baan. Verzoekster is bezig met het leren van de Nederlandse taal. Ter zitting van 29 september 2022 heeft verzoeker verklaard dat hij een baan heeft gevonden in de horeca voor 36 uur per week. Verzoeker kan daar vanaf 10 november 2022 beginnen. Schuldhulpverlening heeft verklaard dat de afloscapaciteit van verzoekers hiermee zal toenemen van € 30,80 naar € 74,00 per maand. Verzoekers hebben toegezegd dat zij dit bedrag met terugwerkende kracht vanaf de startdatum van de schuldregeling, 28 januari 2022, zullen reserveren voor de schuldeisers. De aangeboden regeling voorziet in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen. Verzoekers hebben zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke hebben gedaan om het aangeboden percentage aan hun schuldeisers aan te bieden. Verzoekers hebben sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en hun vaste lasten worden inmiddels door hun budgetbeheerder voldaan. Negentien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Bonju stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 6.809,65 op verzoekers, welke 10,4% van de totale schuldenlast beloopt. 3.Het verweer In de contacten met schuldhulpverlening heeft Bonju te kennen gegeven het aangeboden bedrag te laag te vinden. Het aanbod zou niet in verhouding staan met de totale schuldvordering. Verzoeker had bij het aangaan van de huurovereenkomst stukken overgelegd waaruit bleek dat hij een goed inkomen had. Echter, enkele maanden na het aangaan van de huurovereenkomst stopten verzoekers al met het betalen van de huur. Bonju heeft in haar e-mail van 22 augustus 2022 de rechtbank bericht dat zij zich met betrekking tot het verzoek refereert aan het oordeel van de rechtbank. 4.De beoordeling Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Bonju bij haar weigering vast. De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Bonju in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekers of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad. De rechtbank stelt vast dat verzoeker een goede omzet had vanuit zijn eigen onderneming. Verzoeker heeft dit onderbouwd met de jaarstukken van 2020 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.