beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/647475 / JE RK 22-2567 datum uitspraak: 25 november 2022 beschikking in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam, betreffende [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats] . Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 8 november 2022, ingekomen bij de griffie op 9 november
- Op 25 november 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de vader, - een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam 1] , - een vertegenwoordiger van de GI, dhr. [naam 2] . Opgeroepen en niet verschenen is: - de moeder. De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de ouders. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de vader. Het verzoek De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verzocht voor de duur van twaalf maanden. Het standpunt van de Raad De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. Er is sprake van zorgen over de opvoedingsomgeving van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , de relatieproblemen tussen de ouders en de persoonlijke problematiek van de moeder. Het lukt de ouders niet om een veilige en voorspelbare opvoedomgeving te creëeren voor de kinderen. De ouders worden in beslaggenomen door hun eigen problematiek, waardoor zij op momenten onvoldoende emotioneel beschikbaar en niet in staat zijn de belangen van de kinderen voorop te stellen. Door ruzies tussen de ouders en het plotselinge vertrek van de moeder en de onzekerheid of, en zo ja, wanneer de moeder weer terugkomt, bestaan er daarnaast zorgen dat de kinderen geen vertrouwen hebben in anderen en moeite hebben en krijgen met het aangaan en behouden van relaties. Ook vertoont [voornaam minderjarige 1] volwassen gedrag. De ouders zijn onvoldoende bereid en in staat deze zorgen zelfstandig of met behulp van hulpverlening weg te nemen. Een ondertoezichtstelling voor de duur een jaar is daarom noodzakelijk. De komende periode dient er zicht te komen op de opvoedvaardigheden van de ouders, dient er duidelijkheid te ontstaan over de relatie tussen de ouders en dient de moeder hulpverlening te krijgen voor haar persoonlijke problematiek. Hiervoor is het van belang dat de GI in gesprek gaat met de ouders. Daarnaast is het van belang dat de kinderen worden ondersteund en zich weer veilig gaan voelen en dat zij hulpverlening krijgen met betrekking tot traumaverwerking. Het standpunt van de GI De GI uit ter zitting twijfels over een ondertoezichtstelling. Er is sprake van onvoorspelbaarheid bij de moeder en in de relatie tussen de ouders. De vader geeft ter zitting aan dat de kans aanwezig is dat de moeder weer vertrekt. De onvoorspelbaarheid bij de moeder is onveranderbaar en ook relatietherapie tussen de ouders kan niet middels een ondertoezichtstelling worden afgedwongen. Ook voor de inzet van speltherapie dient er eerst rust in de thuissituatie te zijn, maar zolang er sprake is van onvoorspelbaarheid van de moeder, is hier geen sprake van. Al met al is er sprake van een cirkel waar ook met ondertoezichtstelling waarschijnlijk niet uit gaat worden gekomen. De GI vraagt zich af of er via het wijkteam is gekeken naar de inzet van individuele hulpverlening van de moeder. Wellicht dat daarin meer stappen kunnen worden gezet. Desgevraagd is er op dit moment geen jeugdbeschermer beschikbaar die de zaak direct zou kunnen oppakken. Het standpunt van de vader De vader voert ter zitting verweer tegen het verzoek van de Raad. Er is al eerder sprake geweest van een ondertoezichtstelling en de vader was hier groot voorstander van. Door de betrokken jeugdbeschermer en de hulpverlening vanuit De Viersprong is toen gezien dat er geen sprake was van geweld in de thuissituatie. De ondertoezichtstelling is vervolgens beëindigd, ondanks dat de moeder in die periode twee keer een tijd in Colombia heeft verbleven. De vader wilde echter wel graag hulpverlening voor [voornaam minderjarige 1] . Er is toen speltherapie voor [voornaam minderjarige 1] ingezet. Op dit moment ontwikkelen de kinderen zich goed en krijgen zij alles wat zij nodig hebben. [voornaam minderjarige 1] is de beste van de klas en de vader vindt het jammer dat hij dit niet terugleest in het rapport van de Raad of in andere verslagen. [voornaam minderjarige 2] zit inmiddels in groep
- De vader is hier trots op. Wanneer de moeder weg is, dan probeert de vader ‘een vader en moeder in één’ te zijn. Desondanks missen de kinderen de moeder dan. Inmiddels woont de moeder weer bij de vader en de kinderen. Er blijft echter onduidelijkheid bestaan over wanneer de moeder weer weg zal gaan of terug zal komen. Dit levert spanning en onrust op bij de vader. De kinderen hebben hier volgens de vader geen last van. De vader wil graag een normaal leven leiden, met of zonder de moeder en met of zonder ondertoezichtstelling. Een ondertoezichtstelling zal de situatie van de moeder echter (wederom) niet doen veranderen. De beoordeling De kinderrechter kan, samengevat, een minderjarige onder toezicht stellen indien de minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige niet of onvoldoende wordt geaccepteerd door de ouder(s) met gezag. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat er bij de Raad zorgen bestaan om [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . De zorgen zijn gelegen in de opvoedingssituatie waarin [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] opgroeien, in de relatieproblemen tussen de ouders alsmede in de persoonlijke problematiek van de moeder. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zijn getuige van spanningen tussen de ouders en het lukt de ouders onvoldoende om een veilige en stabiele opvoedingsomgeving te creëeren voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . De moeder vertrekt regelmatig naar het buitenland om daar voor een onbekende periode te verblijven. Hoewel de vader dan – met alle liefde – de volledige zorg en opvoeding van de kinderen op zich neemt, blijft er onzekerheid en onduidelijkheid bestaan over het feit of de moeder weer terugkomt en zo ja, wanneer. Indien de moeder weer in Nederland is, blijft de voortdurende spanning en dreiging bestaan of, en zo ja, wanneer de moeder weer naar het buitenland vertrekt. De Raad maakt zich zorgen over de impact die dit heeft op de ontwikkeling van de kinderen (op langere termijn). Hoewel de kinderrechter de zorgen van de Raad deelt, zal de kinderrechter het verzoek afwijzen. Op dit moment gaat het redelijk goed met de kinderen. Er zijn geen directe grote zorgen over hun ontwikkeling, al zal de onvoorspelbaarheid van de moeder impact op hen hebben. Er is ook geen reden om aan te nemen dat hulpverlening, indien nodig, niet van de grond zou komen in het vrijwillig kader. De vader heeft bijvoorbeeld zijn medewerking verleend aan de inzet van speltherapie voor [voornaam minderjarige 1] via het sociaal wijkteam. De meest zwaarwegende overweging is echter dat de eerdere inzet van de jeugdbeschermer de hiervoor geschetste onderliggende problematiek ook niet heeft doen oplossen. De kinderrechter ziet dan ook geen reden om aan te nemen dat dat nu in het gedwongen kader van een ondertoezichtstelling wel zou kunnen lukken, aangezien die maatregel evenmin is toegerust op de relatieproblematiek van de ouders of de persoonlijke problematiek van de moeder. Daarbij is de kinderrechter met de GI en de vader van oordeel dat de onvoorspelbaarheid van de moeder onveranderbaar is. Het aan de vader of aan de ouders gezamenlijk om hiervoor een duurzame oplossing te vinden, die de kinderen duidelijkheid en stabiliteit biedt. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat de ouders zich hiervoor zullen inzetten. De beslissing De kinderrechter: wijst af het verzoek van de Raad. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2022 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.G.L. van der Linden als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 december
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.