Rechtbank Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: ROT 22/1311 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 november 2022 in de zaak tussen [naam eiser] , te [plaats] , eiser, gemachtigde: mr. J. Oversluizen, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder, gemachtigde: [naam gemachtigde] . Procesverloop Bij besluit van 20 oktober 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder bepaald dat eiser met ingang van 21 november 2021 geen recht meer heeft op uitkering op grond van de Ziektewet (ZW). Bij besluit van 1 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2022. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser is werkzaam geweest als uitzendkracht Stackerdraaier. Op 15 maart 2020 heeft hij zich ziekgemeld voor dit werk en is hij tevens ziek uit dienst getreden. Eiser is hierna in aanmerking gebracht voor een ZW-uitkering. Bij besluit van 13 mei 2020 heeft verweerder eisers ZW-uitkering per 11 mei 2020 beëindigd. Met ingang van 11 mei 2020 is aan eiser een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) toegekend. Bij besluit van 5 oktober 2020 is eisers WW-uitkering per 11 augustus 2020 beëindigd. Eiser heeft zich hierna per 20 augustus 2020 opnieuw ziekgemeld. Per 24 augustus 2020 is eiser een ZW-uitkering toegekend. 2.1. Op 21 juni 2021 heeft een eerstejaars ZW-beoordeling plaatsgevonden. Verweerders arts heeft geconcludeerd dat bij eiser sprake is van verminderde benutbare mogelijkheden als rechtstreeks gevolg van ziekte of gebrek en dat hij is aangewezen op werkzaamheden die voldoen aan wat is vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 20 september 2021 (geldig per 21 juni 2021). Daarin zijn beperkingen aangegeven ten aanzien van persoonlijk functioneren, sociaal functioneren en fysieke omgevingseisen. 2.2. De arbeidsdeskundige heeft vervolgens met inachtneming van de mogelijkheden en beperkingen geconcludeerd dat eiser niet meer in staat is het eigen werk als Stackerdraaier te verrichten. Wel heeft hij met inachtneming van de mogelijkheden en beperkingen van eiser een aantal gangbare functies geduid, te weten Assembleerder installatie, motoren en voertuigen (SBC-code 265110), Administratief medewerker notaris, advocaat, rechtbank (SBC-code 532040) en Productiemedewerker industrie (samenstellen van producten) (SBC-code 111180). Op basis van de mediaanfunctie (de middelste van de eerste drie genoemde functies) is eiser, volgens de arbeidsdeskundige, in staat om meer dan 65% van het maatmaninkomen te verdienen, te weten 73,19%. 2.3. Bij het primaire besluit heeft verweerder de ZW-uitkering van eiser met ingang van 21 november 2021 beëindigd, op de grond dat eiser met ingang van 19 augustus 2021 meer dan 65% kon verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd. 3.1. In het kader van de heroverweging in bezwaar heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de rapportage van 17 januari 2022 overwogen dat het onderzoek van de primaire verzekeringsarts zorgvuldig is geweest en dat niet is gebleken dat de primaire verzekeringsarts een onjuist beeld heeft gehad van de gezondheidstoestand van eiser. Bij eiser is geen sprake van de situatie dat er geen benutbare mogelijkheden zijn, nu hij niet voldoet aan de daarvoor geldende voorwaarden van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (Schattingsbesluit), zodat terecht een FML is opgesteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeert verder dat de beoordeling van de primaire verzekeringsarts helder is, logisch voortvloeit uit de bevindingen van het onderzoek en op juiste wijze is vertaald naar de FML. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft echter wel aanleiding gezien een aanvullende beperking te stellen ten aanzien van allergie voor huisstof, gras en pollen. Deze wijzigingen heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep neergelegd in de FML van 17 januari 2022 (geldig per 21 juni 2021). 3.2. Uit de rapportage van 24 januari 2022 volgt dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep aanleiding heeft gezien om de maatmangegevens te wijzigen omdat de primaire arbeidsdeskundige abusievelijk in de berekening een verkeerd loontijdvak heeft meegenomen. Rekening houdend met de in bezwaar gewijzigde FML is eiser volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep nog steeds in staat om de primair geduide functies uit te oefenen. Op basis van de gecorrigeerde maatmangegevens is eiser nog steeds in staat om meer dan 65% van het maatmaninkomen te verdienen, namelijk 79,16%. 3.3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder, onder verwijzing naar de rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep, het primaire besluit gehandhaafd. 4. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert in beroep aan dat hij meer beperkt is dan door verweerder is vastgesteld. Eiser stelt dat hij beperkingen ondervindt vanwege eczeemklachten en de bijwerkingen die hij ondervindt van diverse soorten medicatie die hij voorgeschreven heeft gekregen. Daarnaast stelt hij als gevolg van de ernstige eczeem ook psychische klachten te hebben. Zowel de verzekeringsarts bezwaar en beroep als de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hebben te weinig rekening gehouden met zijn klachten, waardoor deze ook te weinig zijn betrokken bij de besluitvorming, aldus eiser. Eiser voert ook aan dat hij niet in staat de geduide functies te verrichten omdat deze zijn belastbaarheid overschrijden. Gelet op het voorgaande is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en op onzorgvuldige wijze tot stand gekomen. 5. Bij de beoordeling van het beroep zijn in het bijzonder de volgende bepalingen van belang. Op grond van artikel 19aa, eerste lid, van de ZW, voor zover hier van belang, heeft de verzekerde die geen werkgever heeft, nadat na de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken een tijdvak van 52 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, recht op ziekengeld indien de verzekerde (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.