← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2022:11063

vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/647072 / KG ZA 22-921 Vonnis in kort geding van 7 december 2022 in de zaak van

  1. [eiser01] ,
  2. [eiser02] , beiden wonende te [woonplaats01] , eisers, advocaat mr. I.B. Jansse te Rotterdam, tegen [gedaagde01] , wonende te [woonplaats02] , gedaagde, niet verschenen.
  3. De procedure 1.
  4. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 8 november 2022, met producties 1 tot en met 7, de mondelinge behandeling, gehouden op 30 november 2022, de aantekeningen van mr. Jansse. 1.
  5. Ten slotte is vonnis bepaald.
  6. De vordering en de grondslag daarvan 2.
  7. Eisers vorderen dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
  8. gedaagde verbiedt om zich gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis op enigerlei wijze via het internet of enig ander openbaar medium op welke wijze dan ook, althans op onrechtmatige wijze, uit te laten over eisers, waaronder begrepen het in verband brengen van eisers met belastingfraude, prostitutie, drugsgebruik, diefstal, parenclubs, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 per overtreding en van € 1.500,00 voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt, zulks tot een maximum van € 50.000,00,
  9. gedaagde gebiedt om alle teksten die zij op social media heeft geplaatst met betrekking tot eisers en/of gericht tot eisers binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te verwijderen en verwijderd te houden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 per overtreding en van € 1 500,00 voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt, zulks tot een maximum van € 50.000,00,
  10. gedaagde verbiedt om gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis op enigerlei wijze contact op te nemen met eisers en hun kinderen, zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 per overtreding, tot een maximum van € 25.000,00,
  11. gedaagde veroordeelt in de kosten van de procedure, te vermeerderen met het nasalaris, welke kosten vermeerderd dienen te worden – bij het uitblijven van betaling binnen veertien dagen na het wijzen van het vonnis – met de wettelijke rente vanaf de veertiende dag na de datum van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening. 2.
  12. Eisers gronden hun vordering op onrechtmatige daad. Volgens eisers maakt gedaagde inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer. Zij stellen daartoe het volgende. Eisers zijn met elkaar gehuwd. Gedaagde is de zus van eiser sub
  13. Sinds 25 oktober 2022 plaatst gedaagde berichten, al dan niet met foto van haar broer, op social media (vooral via Facebook en Instagram). Daarin wordt onder meer gesuggereerd dat er in de prostitutie zou worden gewerkt, eiser sub 2 uitgescholden, beweerd dat eisers parenclubs zouden bezoeken en eiser sub 2 ervan beschuldigd dat hij de Belastingdienst zou hebben opgelicht. Eisers zijn in de berichten getagd, waardoor de berichten ook zijn verschenen op de social media pagina’s van eisers. Eisers worden door de berichten in hun goede eer en naam aangetast en lijden daardoor schade, zowel zakelijk als privé. Bij brief van 25 oktober 2022 heeft de advocaat van eisers gedaagde gesommeerd om de uitlatingen te verwijderen en in het vervolg ook niet meer te plaatsen. Daaraan heeft gedaagde niet voldaan. Op 28 oktober 2022 heeft eiser sub 2 aangifte gedaan van smaad/laster.
  14. De beoordeling 3.
  15. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek zal worden verleend. 3.
  16. Het voor toewijzing van een vordering in kort geding vereiste spoedeisend belang, volgt uit de stellingen van eisers. 3.
  17. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt toegewezen als volgt. Het verbod onder 1 wordt toegewezen, in die zin dat het gedaagde verboden wordt om zich gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis via het internet of enig ander openbaar medium op onrechtmatige wijze over eisers uit te laten, waaronder begrepen het in verband brengen van eisers met belastingfraude, prostitutie, drugsgebruik, diefstal en parenclubs. Het uitlaten op welke wijze dan ook is niet voldoende bepaald. Bovendien vallen daaronder ook rechtmatige uitlatingen. Het gebod onder 2 wordt toegewezen als gevorderd. Het verbod onder 3 wordt beperkt tot eisers, nu de kinderen van eisers geen partij zijn in deze procedure en evenmin is gebleken dat gedaagde zich op social media op onrechtmatige wijze uitlaat over de kinderen van eisers. 3.
  18. Aan de verboden wordt één dwangsom gekoppeld van € 250,00 per overtreding, met een maximum van € 12.500,
  19. Aan het gebod wordt een dwangsom verbonden van € 250.00 voor iedere dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat gedaagde niet aan de veroordeling voldoet, met een maximum van 12.500,
  20. 3.
  21. Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten van eisers worden begroot op € 1.097,43 (€ 127,43 aan kosten betekening oproeping, € 314,00 aan griffierecht en € 656,00 aan salaris advocaat). 3.
  22. Uit het arrest van 10 juni 2022 van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:853), onder nummer 2.3, leidt de voorzieningenrechter af dat in dit vonnis geen aparte beslissingen hoeven te worden genomen over nakosten en wettelijke rente daarover.
  23. De beslissing De voorzieningenrechter 4.
  24. verleent verstek tegen gedaagde, 4.
  25. verbiedt gedaagde om zich gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis via het internet of enig ander openbaar medium op onrechtmatige wijze over eisers uit te laten, waaronder begrepen het in verband brengen van eisers met belastingfraude, prostitutie, drugsgebruik, diefstal en parenclubs, 4.
  26. verbiedt gedaagde om gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met eisers, 4.
  27. veroordeelt gedaagde om aan eisers een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere keer dat zij niet aan de in 4.
  28. en/of 4.
  29. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 12.500,00 is bereikt, 4.
  30. gebiedt gedaagde om alle teksten die zij op social media heeft geplaatst met betrekking tot eisers en/of gericht tot eisers binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te verwijderen en verwijderd te houden, 4.
  31. veroordeelt gedaagde om aan eisers een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat zij niet aan de in 4.
  32. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 12.500,00 is bereikt, 4.
  33. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op € 1.097,43 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 4.
  34. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 4.
  35. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 7 december
  36. [2971/1980]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.