Rechtbank Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: ROT 21/1176 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 januari 2022 in de zaak tussen [naam eiser], te [woonplaats eiser], eiser, gemachtigde: mr. S. Benali, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder, gemachtigde: M. Molenaar. Procesverloop Bij besluit van 24 augustus 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder bepaald dat eiser vanaf 25 september 2020 geen recht meer heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW). Bij besluit van 3 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 december 2021. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1.1. Eiser is werkzaam geweest als allround medewerker en is voor dit werk uitgevallen op 28 juni 2019. Bij besluit van 11 juli 2019 is aan eiser een ZW-uitkering toegekend. Vanwege een Eerstejaars Ziektewetbeoordeling heeft de verzekeringsarts onderzoek verricht en daarvan een rapportage opgesteld op 21 juli 2020. De verzekeringsarts heeft geconcludeerd dat eiser werkzaamheden kan verrichten die voldoen aan de Functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 21 juli 2020, geldig vanaf 8 juli 2020. 1.2. De arbeidsdeskundige heeft vervolgens onderzoek verricht en daarvan een rapportage opgemaakt op 18 augustus 2020. De arbeidsdeskundige heeft op basis van de FML toegelicht dat eiser zijn eigen arbeid niet meer kan verrichten en heeft een aantal functies geselecteerd die hij nog wel zou kunnen verrichten. Dat zijn de functies Productiemedewerker industrie (samenstellen van producten) (SBC-code 111180), Medewerker tuinbouw (planten, bloemen en vruchten) (SBC-code 111010) en Medewerker intern transport (SBC-code 111220). Aanvullend zijn de functies Monteur reparatie smartphones en/of tablets (SBC-code 267032) en Assemblagemedewerker elektrotechnische producten (SBC-code 267041) geduid. De arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat eiser met deze functies meer dan 65% kan verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd, namelijk 97,67%. 1.3. Verweerder heeft vervolgens het primaire besluit genomen onder verwijzing naar de rapportages van de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige. 2.1. Eiser heeft vervolgens bezwaar gemaakt waarna de verzekeringsarts bezwaar en beroep opnieuw onderzoek heeft verricht. In de rapportage van 28 januari 2021 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep geconcludeerd dat op basis van de medische informatie aanvullende beperkingen moeten worden opgenomen vanwege psychische klachten. De FML is gewijzigd vastgelegd op 28 januari 2021, geldig per 8 juli 2020. 2.2. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in de rapportage van 1 februari 2021 opnieuw beoordeeld of de geduide functies met de nieuwe FML nog steeds passend zijn voor eiser. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft uiteengezet dat dit op één functie na wel het geval is en dat eiser met de overgebleven functies nog steeds meer dan 65% kan verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd. 2.3. Verweerder heeft vervolgens het bestreden besluit genomen onder verwijzing naar de rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. 3. Eiser voert aan dat hij volledig arbeidsongeschikt is vanwege zijn psychische en lichamelijke klachten. Eiser gebruikt medicatie voor zijn rugklachten en is onder behandeling van een fysiotherapeut. Sinds eiser is uitgevallen van zijn werk zijn de klachten verergerd. Om in slaap te kunnen komen heeft eiser medicatie nodig. Eiser voert verder aan dat hij niet langdurig kan staan, zitten of lopen gedurende een werkdag. Ook kan hij niet tillen of buigen. Eiser merkt op dat verweerders verzekeringsarts heeft geconstateerd dat hij moeite had met overeind komen tijdens het medisch onderzoek. Vanwege de rugklachten heeft eiser psychische klachten ontwikkeld waarvoor hij is doorverwezen. Eiser kan zijn aandacht niet goed vasthouden en verdelen. Eiser betoogt verder dat de beperkingen als gevolg van zijn rughernia onvoldoende zijn meegenomen in de FML. Eiser voert aan dat hij vanwege de hiervoor genoemde psychische en fysieke beperkingen de geduide functies niet kan verrichten. 4. Bij de beoordeling van het beroep zijn in het bijzonder de volgende bepalingen van belang. Op grond van artikel 19aa, eerste lid, van de ZW, voor zover hier van belang, heeft de verzekerde die geen werkgever heeft, nadat na de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken een tijdvak van 52 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, recht op ziekengeld indien de verzekerde (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.